AMERSFOORT- Een witte auto komt aanrijden bij Shell Daam Fockemalaan. Achter het stuur, studente May Penter (18). Het is een grauwe en herfstige namiddag, het is rustig bij het tankstation. Terwijl ze parkeert naast de pomp, fronst ze. Niet vanwege de sterke benzinegeur die meteen je neus inschiet, maar door de prijzen die ze net op het bord zag staan. Tanken is voor veel mensen sinds de oorlog in Iran een moment in de week waar ze tegenop kijken en dat zorgt voor veel onvrede.
Het is 2 weken geleden dat Israël en Amerika delen van Iran bombardeerden, maar benzineprijzen stijgen al met rap tempo de lucht in. Vanwege de oorlog is de belangrijke zeeroute Straat van Hormuz gevaarlijk terrein. Hierdoor varen rederijen niet meer door deze straat. Voor de oorlog kostte 1 liter 2,28 euro. Nu op 26 maart is dit 2,56 euro. Dit is een stijging van 28 cent.
Amersfoort naar Groningen
May woont sinds kort in Amersfoort, maar heeft een deel van haar familie in Groningen wonen. Terwijl ze tankt, vertelt ze: ‘Dit weekend wilde ik met de auto naar Groningen gaan. Ik heb toch flink getwijfeld, dat kost me namelijk een volle tank.’ Ze gooit even een snelle blik op de teller. Op het schermpje is te zien dat ze over de 30 euro gaat, voor nog geen 12 liter. Ondanks dat, staat May er relaxed bij. ‘Weetje wat het is, het is gewoon jammer. Vooral omdat ik nu eindelijk kan autorijden en dan niet voluit kan. Maar ik mag niet klagen, ik heb een studenten OV dus ik kom wel nog op plekken. Alleen in de weekenden niet. Als ik dan naar Groningen wil, is dat nu wel een struikelpunt.’
Klagen
Een typisch tankstation winkeltje. Het avondzonnetje is doorgebroken en schijnt door de ramen. Chips, snoep, een hele koeling vol met verschillende energiedrankjes en de geur van koffie vullen de winkel. Een flesje water en pakje sigaretten liggen op de balie. ‘Wat een prijzen tegenwoordig hé,’ klaagt een klant tegen Dilara, de medewerkster achter de kassa. De klant heeft het echter niet over de rekening van de producten binnen, maar over die van de benzinepomp buiten. Dilara glimlacht vriendelijk en knikt instemmend. Eenmaal afgerekend loopt de man naar de deur en met een rinkeltje van de bel is de winkel weer leeg. ‘Dit gebeurt veel de laatste tijd. Je hoort iedereen klagen erover. Maar links of rechtsom moet iedereen tanken.’ Ze lacht kort: ‘Ik heb al heel wat manieren gehoord waarop mensen klagen. “Het is alsof je een emmer leeggooit,” of “Dit is niet meer normaal,” zijn al vaker langsgekomen.’ Dilara doet het niet meer zoveel, ze begrijpt het wel. ‘Ik kan me er wel in vinden. Het is ook duur.’
Halfvol
Intussen is May klaar met tanken. Ze heeft de tank deze keer niet helemaal gevuld. Terwijl ze betaalt, vertelt ze: ‘Kleine ritjes doe ik tegenwoordig sowieso al met de fiets of ik ga vaker met het ov. Hierdoor hoef ik niet helemaal vol te tanken wat mij wat geld bespaart.’ Ook binnen valt Dilara de halfvolle tanken op. ‘Men stopt niet massaal met tanken, maar ik zie en hoor wel vaker dat mensen de tank niet meer helemaal vol gooien.’ Als May het glas dan toch halfvol moet bekijken, ziet ze de voordelen van de duurdere prijzen ook. ‘Ik vind klimaatverandering belangrijk. Dat we allemaal misschien wat minder autorijden is wel goed. Maar we kunnen er gewoon niet omheen, autorijden is voor veel mensen de manier tot sociaal contact.’
May stuurt de weg weer op, de spits van donderdag avond in. In de binnenspiegel verdwijnt het tankstation steeds verder in de horizon. ‘Ik ben benieuwd hoeveel ik volgende keer kan gaan betalen,’ vertelt May. ‘Voor nu ben ik gelukkig weer voorzien.’