AMERSFOORT- De jaarlijkse oorlogswandelingen in Amersfoort trekken dit jaar ongeveer zeshonderd bezoekers, maar het aantal jongeren dat hieraan mee doen, blijft aanzienlijk laag verteld gids Peter Schrage. De wandelingen vinden plaats tussen 1 en 5 mei en staan in het teken van Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. Volgens Renske Gerstel van het Nationaal Monument Kamp Amersfoort, ontbreekt bij veel jongeren kennis over de lokale oorlogsgeschiedenis, mede doordat daar in het onderwijs beperkt aandacht voor is.
Scheve groepsdynamiek in de WOII- wandelingen Jongeren in Amersfoort gaan niet zelfstandig naar de oorlogswandelingen. Gilde Amersfoort loopt langs plekken in de binnenstad, die tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol speelden. Dit jaar namen ongeveer zeshonderd mensen deel aan de gratis rondleidingen. De belangstelling groeit, maar volgens Peter blijft de leeftijdsverdeling scheef. Terwijl de groep samenstelling een groot deel ouderen telt, merkt hij dat er vaak een minimaal aantal jongeren deelneemt aan de wandelingen. ‘Je ziet relatief weinig jongeren zelfstandig komen,’ zegt stadsgids Peter Schrage . ‘Veel van de jongeren die aanwezig zijn komen mee met hun ouders, maar de groep tussen de tien en twintig jaar blijft klein.’
Effect van hedendaagse conflicten
De actualiteit speelt volgens de gids mee in de groeiende belangstelling. Hij merkt dat bezoekers vaker verbanden leggen tussen de oorlog en hedendaagse conflicten. ‘Het zijn onzekere tijden,’ zegt hij. ‘Misschien zorgt dat ervoor dat mensen meer willen weten over wat oorlog met een samenleving doet.’ Ook Nationaal Monument Kamp Amersfoort merkt dat jongeren behoefte hebben aan meer uitleg en context over de Tweede Wereldoorlog.
Invloed van onderwijs Volgens Renske spelen scholen een belangrijke rol in de kennisoverdracht van de Tweede Wereldoorlog. Renske Gerstel werkt bij Nationaal Monument Kamp Amersfoort als hoofd van Educatie. Het monument organiseert rondleidingen, workshops en educatieve programma’s voor basisscholen en middelbare scholen. Daarbij staan persoonlijke verhalen en morele dilemma’s centraal. Renske vertelt dat de kennis van jongeren vaak afhankelijk is aan hoeveel interesse een docent zelf heeft in geschiedenis. ‘Scholen bepalen zelf of zij het iniatief nemen om met kinderen naar een oorlogsmuseum te gaan.’
Meeleven Jongeren reageren verschillend op de lessen over de Tweede wereldoorlog. ‘Sommige leerlingen tonen veel interesse en leggen verbanden met actuele gebeurtenissen, terwijl anderen vooral deelnemen omdat de school dat verplicht. Je merkt dat persoonlijke verhalen het meeste indruk maken,’ zegt ze. ‘Wanneer jongeren horen wat mensen hier hebben meegemaakt, komt de geschiedenis dichterbij.’ Renske benadrukt ook dat de kennis over de Tweede Wereldoorlog een grote rol speelt in het bevorderen van medeleven en begrip tijdens de herdenking.
Het gevaar van sociale media
Zowel Renske als Peter maken zich zorgen over desinformatie op sociale media. Volgens de gids krijgen jongeren via internet, videogames en sociale media soms een vertekend beeld van oorlog. ‘Er wordt allerlei onzin verteld over bijvoorbeeld de jodenvervolging of over oorlog, dat het iets moois is, iets heroïsch,’ zegt Peter. Volgens hem versterken oorlogsgames dat beeld. ‘Al dat schieten lijkt leuk, maar je moet je wel realiseren dat je mensen doodschiet en dat zij jou ook kunnen doodschieten.’ Daardoor ontstaat volgens hem afstand tot de werkelijkheid van oorlog. Renske benoemt daarnaast nog het gevaar van Artificial intelligence. ‘Wij merken dat jongeren misvattingen hebben door sociale media, over het aantal doden in de Holocaust die volgens hen veel hoger ligt dan het daadwerkelijke aantal’.
Oplossingen Moderne technieken kunnen juist ook helpen om jongeren in de toekomst meer bij geschiedenis te betrekken. ‘Misschien moet je jongeren op een andere manier bereiken,’ zegt Peter. Hij benoemd ideeën zoals een virtual reality-wandeling door de stad met historische beelden en educatieve games waarin spelers keuzes en dilemma’s uit de oorlog ervaren. ‘Als je het specifiek voor jongeren maakt, zou het resultaat misschien veel beter zijn,’ zegt hij.