De netto arbeidsparticipatie in Amersfoort is de afgelopen tien jaar gestaag gestegen. In 2013 werkte 71 procent van de inwoners tussen de 15 en 75 jaar; in 2023 is dat 76,4 procent. Een stabiele, bijna rechte lijn omhoog. Volgens Jeroen Schuil, arbeidsmarktadviseur bij het UWV, is dat geen toevallige ontwikkeling. ‘Amersfoort is van alle regio’s in Nederland zo ongeveer de koploper wat betreft arbeidsproductiviteit,’ zegt hij. ‘Er zijn meer mensen aan het werk gegaan, deeltijd is uitgebreid en vooral vrouwen zijn meer gaan werken. Dat is een hele goede ontwikkeling.’
Schuil ziet dat de regio een unieke mix heeft van werksoorten die mensen ruimte geven om hun werk anders in te richten. ‘Er zijn hier veel werkgevers waarbij het makkelijker is om je uren flexibel te verdelen,’ legt hij uit. ‘Je kunt bijvoorbeeld meer uren werken tijdens kantooruren, zodat je de kinderen naar de opvang kunt brengen. En er is veel werk dat minder zwaar lichamelijk is, waardoor mensen langer door kunnen werken.’ Die combinatie van flexibiliteit en diversiteit in banen maakt volgens hem dat Amersfoort en Utrecht al jaren bovenaan staan. ‘Samen zijn we bijna koploper in Nederland,’ zegt hij. Ondertussen groeit ook het aantal banen. In 2016 telde Amersfoort ongeveer 155.000 werknemersbanen, in 2025 waren dat er al meer dan 180.000. ‘De economie draait gewoon heel goed,’ zegt Schuil. ‘Werkgevers blijven personeel zoeken.’
Vrouwen, jongeren en 60‑plussers profiteren het meest
De stijgende arbeidsparticipatie is volgens Schuil vooral zichtbaar bij vrouwen. ‘Je ziet dat het steeds meer gelijk wordt getrokken op de arbeidsmarkt wat betreft het aantal uren dat mannen en vrouwen werken,’ zegt hij. Werkgevers richten hun werk steeds vaker zo in dat vrouwen makkelijker meer uren kunnen maken. Ook jongeren doen het goed op de arbeidsmarkt. ‘De afgelopen jaren kwamen jongeren sneller aan een baan,’ vertelt hij. Toch waarschuwt hij dat het aantal jongeren afneemt. ‘Vanaf 2010 is het aantal geboortes teruggelopen. In de horeca zie je dat werkgevers steeds moeilijker jongeren kunnen vinden voor de baantjes, omdat er gewoon minder zijn.’ Daarnaast ziet Schuil kansen voor 60‑plussers. ‘Het jammere is dat veel werkgevers nog wel eens huiverig zijn om een 60‑plusser aan te nemen,’ zegt hij. ‘Maar dat vooroordeel klopt niet. Een 60‑plusser moet nog zeven tot tien jaar doorwerken. Daar heb je met heel veel ervaring hele goede werknemers aan.’ Toch profiteert niet iedereen van de stijgende arbeidsparticipatie. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt blijven achter. ‘Het blijft moeilijk om werkgevers ervan te overtuigen dat ook deze mensen heel waardevol kunnen zijn,’ meldt Schuil. Hij pleit voor een andere manier van kijken. ‘Een werkgever moet soms iets meer kijken naar: hoe kan ik deze persoon op de vacature invullen? In plaats van: hoe maak ik die persoon geschikt voor die vacature?’ Hij gebruikt een metafoor die hij vaker inzet: ‘Het schaap met de vijf poten bestaat niet meer. Iedereen is aan het werk. Maar een schaap met drie poten en twee staarten past misschien best wel op een vacature. Dan moet je even gaan kijken wat die tweede staart kan.’
Groei lijkt houdbaar, maar vraagt om oplossingen
De vraag is of de groei houdbaar is. Schuil denkt van wel. ‘Het werk verandert,’ zegt hij. ‘AI en automatisering hebben een grote invloed. Taken worden anders ingericht, processen worden anders verdeeld. Daardoor kunnen meer mensen blijven werken.’ Ook nieuwe wetgeving speelt een rol. ‘Er komen veel mensen Nederland binnen. Met de nieuwe wetgeving waarin mensen sneller aan het werk mogen, denk ik dat we ook een deel van het probleem kunnen oplossen.’ Volgens Schuil is het vooral belangrijk dat werkgevers blijven zoeken naar oplossingen. ‘Als iedereen bezig blijft met oplossingen vinden, dan blijft die ontwikkeling voortzetten,’ zegt hij. ‘En ik denk dat we dat aankunnen met z’n allen.’ De cijfers van het CBS laten het zien: Amersfoort groeit, en blijft groeien. De stad biedt werk dat mensen ruimte geeft, en dat maakt de arbeidsmarkt hier sterker dan in veel andere regio’s. De komende jaren zal blijken of die voorsprong vast te houden is, maar volgens Schuil is de basis stevig genoeg.