Versteende Utrechtse wijken houden hitte vast: ”Het probleem leeft echt in de buurt”

Versteende Utrechtse wijken houden hitte vast: ”Het probleem leeft echt in de buurt”

Meetsensor Pientere tuinen

Utrecht – Terwijl de zomers in Nederland warmer worden, wordt er in Utrecht onderzocht hoe de inrichting van tuinen bijdraagt aan lokale hitte. In wijken als Rivierenwijk en Oog in Al meten bewoners, via het project Pientere Tuinen, temperatuur en bodemvocht om het stedelijk hitte-eilandeffect beter te begrijpen. “De hitte blijft hier gewoon hangen tussen al die stenen.” 

Door: Kellen Gortemaker, Sam Wesselink, Hiddes Hezemans en Fabiënne van Wijaarda

In de achtertuin van Carina van Schooten (47), in de Utrechtse Rivierenwijk, steekt tussen de planten een kleine sensor uit de grond. Ze doet mee aan het burgeronderzoek Pientere Tuinen, waarin bewoners met sensoren de bodemvochtigheid en -temperatuur meten. Het project stimuleert bewoners om niet alleen data te verzamelen, maar ook om hun wijk te vergroenen. “Ik vind vergroening heel belangrijk, dus ik draag graag mijn steentje bij door ook data te verzamelen”, zegt Van Schooten.

Wanneer de zomertemperaturen oplopen, voelt Van Schootens tuin vooral benauwd en warm aan. De stenen voor in de tuin houden de warmte langer vast dan ze prettig vindt. De planten achterin, samen met de schaduw van de boom en het tuinhuisje, maken de achterkant van de tuin koeler. “Sinds ik in Rivierenwijk woon, merk ik dat ik in de zomer binnen ga zitten als het warm is”, vertelt ze. “Het is hier dan veel te heet buiten.”    

De stenen omgeving versterkt de hitte en dat merkt Van Schooten in de hete periodes van het jaar extra goed. De oorzaken zijn te herkennen in haar straat: veel tegels en beton, weinig groen en nauwelijks wind. De bestrating en daken slaan overdag zonlicht op, terwijl de beperkte beplanting weinig verdamping toelaat, met warme nachten als gevolg.

Foto: Sam Wesselink – De tuin van Carina van Schooten

Stedelijk hitte-eilandeffect  

In de avond blijft de straat lang warm, de lucht staat stil en Van Schooten zoekt binnen in huis beschutting, omdat het buiten te heet is. Dat fenomeen valt samen met wat wetenschappers het stedelijke hitte-eiland-effect noemen, het verschijnsel dat steden merkbaar warmer zijn dan het omringende platteland.

Onderzoek laat zien dat dit geen zeldzaam verschijnsel is. Gemiddeld is het in Nederlandse steden overdag zo’n twee graden warmer dan in landelijke gebieden. Op de heetste dagen kan dat verschil oplopen tot meer dan vijf graden. Dat blijkt uit onderzoek naar temperatuurverschillen tussen stedelijke en landelijke gebieden van Wageningen University & Research.

Het project Pientere Tuinen heeft sensoren in verschillende wijken. Twee van deze wijken zijn Rivierenwijk en het groener opgezette Oog in Al. In Rivierenwijk, waar Van Schooten woont, domineert verharding, lage begroeiing en zijn er weinig schaduwrijke plekken te vinden. ‘’Op de Amerhof hebben we een versteend plein. Dat plein is niet leefbaar in de zomer, je verbrandt daar levend”, vertelt ze.

Daarentegen is in Oog in Al de wijkindeling ruimer, staan er meer bomen en is het groen gevarieerder. Dat blijkt uit de gegevens van het RIVM en Atlas Natuurlijk Kapitaal. De gemeten data van Atlas Leefomgeving tonen het verschil tussen de twee wijken. Rivierenwijk kleurt rood en oranje, wat duidt op hogere temperaturen en een sterker stedelijk hitte-eilandeffect. Oog in Al kleurt groener, wat een lager stedelijk hitte-eilandeffect betekent. De kaarten tonen samen de samenhang van verharding en de temperatuur in de wijken. Waar steen overheerst, blijft de warmte hangen en waar groen domineert, koelt de omgeving zichtbaar af.

‘’Ik merk dat de verstening daar een oorzaak van is”, legt Van Schooten uit. Voor het project Groene Buurt, Koele Buurt loopt zij met een sensor rond in de wijk. “Ik ben erachter gekomen dat ik onbewust elke keer het straatje hier om de hoek vermijd. Het is daar namelijk in de zomer veel te warm. Ik loop dan liever via een straat met veel bomen. Dat is veel prettiger.’’

Gemeten data Pientere Tuinen  

De sensoren in de tuinen van Utrecht registreren dagelijks de bodemtemperatuur en de bodemvochtigheid. Ook staat de bodemsoort en de mate van verharding vermeld bij iedere tuin.

Wanneer de gegevens van een warme meetweek in juni naast elkaar worden gelegd, zijn er een aantal verschillen tussen Rivierenwijk en Oog in Al te zien. In Rivierenwijk meten de sensoren een gemiddelde bodemtemperatuur van ruim 21,29 °C en een bodemvochtigheid van gemiddeld 11,75%. In Oog in Al is dat gemiddeld 21,02 °C en 10,38% vochtigheid.                                                                                                                         

Bron: https://portal.goodcitysense.nl/pientere-tuinen/beheer/utrecht

De verschillende bodemtypes van de gemeten tuinen zijn een van de oorzaken voor de verschillen in de meetuitkomsten. Rivierenwijk bestaat voornamelijk uit tuinen met zandgrond. De University of California, Agriculture and Natural Resources legt uit dat zand water sneller doorlaat en minder goed opneemt, waardoor planten sneller uitdrogen en het hittegevoel in de versteende tuinen meer versterkt. Oog in Al kent meer leemrijke grond, waarin water langer wordt vastgehouden. Dit is goed tegen uitdroging van het groen.

Opvallend is dat de bodemvochtigheid in Rivierenwijk met zandgrond als bodemtype, iets hoger ligt dan in Oog in Al met een leemrijke grond. Op basis van de bodemtextuur zou je juist verwachten dat leemrijkere grond meer water vasthoudt. Dit kleine verschil kan worden verklaard door lokale omstandigheden zoals beplanting, schaduw, irrigatie of verharding, en laat zien dat bodemtextuur niet de enige factor is die de vochtigheid in stedelijke tuinen bepaalt.

Uit onderzoek van Ataturk University blijkt dat bodemtextuur ook invloed heeft op hoe warmte wordt vastgehouden. De leemrijke bodem in Oog in Al kan warmte beter opslaan dan de zandgrond in Rivierenwijk. Daardoor kan de bodem daar langer warm blijven. Zandbodems warmen sneller op, maar koelen ook sneller weer af.

Toch meten de sensoren in Rivierenwijk een hogere bodemtemperatuur dan in Oog in Al. Een mogelijke verklaring voor het bodemtemperatuurverschil tussen de wijken zijn wederom de lokale omstandigheden zoals beplanting, schaduw, irrigatie of verharding.

De tuin van Carina van Schooten staat volop in de zon. Ze geeft aan dat in de zomer de hitte veel effect heeft op de beplanting in haar tuin. ”Voor in mijn tuin is het een stuk warmer dan achter in de tuin, waar veel planten staan.” Ze wijst achter in de tuin naar het schuurtje en de boom die er samen voor zorgen dat de planten worden voorzien van schaduw. ”Daar blijft het door die schaduw een stuk langer groen. In de hitte aan de voorkant van mijn tuin verbranden de planten”, vertelt Van Schooten.

Oplossing 

”Andere deelnemers van Groene Buurt, Koele Buurt, merken ook op dat het zomers erg warm kan zijn in Rivierenwijk”, vertelt Van Schooten. Het probleem leeft bij een bepaalde groep mensen. Daarom vindt ze het belangrijk om mee te doen aan Pientere Tuinen. Het is bekend bij de gemeente dat het hitteprobleem bestaat en dat er wat aan gedaan moet worden. “De gemeente staat in een hoekje gedrukt. Overal zijn natuurlijk leidingen en riolen, waardoor je niet zomaar overal bomen kunt neerzetten”, aldus Van Schooten.

Toch ligt een deel van de oplossing juist bij de bewoners zelf. In elke tuin, op elk balkon of stoepje kan een stukje verandering beginnen. Volgens onderzoekers die hun bevindingen in Nature Communications presenteerden, blijkt dat waar tegels plaatsmaken voor planten en bomen, de temperatuur daalt en de leefomstandigheden worden bevorderd. Als meer Utrechters samen hun straat vergroenen, kan de stad als geheel merkbaar afkoelen.


Dataverantwoording 

Voor dit onderzoek gebruikten we drie databronnen: de Pientere Tuinen API van GoodCitySense, de Klimaateffectatlas van het RIVM en de Groenkaart van het RIVM en de Atlas Natuurlijk Kapitaal (2024). De Klimaateffectatlas geeft een voorspelling van het stedelijk hitte-eilandeffect weer op basis van verschillende onderliggende kaartgegevens: de bevolkingsdichtheid, windsnelheid, hoeveelheid groen, blauw en verharding. Via de API van Pientere Tuinen haalden we met Python actuele sensordata over bodemtemperatuur en -vochtigheid in Utrecht op. Het gaat om door bewoners verzamelde gegevens via sensoren in hun tuin. We kozen voor een representatieve meetweek in juni 2025, met zowel droge dagen als twee dagen met regen. Zo konden we verschillende weersomstandigheden vergelijken en een realistisch beeld schetsen van een zomerse week. Van de gemeten data per sensor voegden we de juiste eenheden toe, sorteren we de data chronologisch en verwijderen we dubbele tijdstippen. 

Analyse  

Vervolgens berekenden we in Excel de gemiddelde bodemvochtigheid en bodemtemperatuur per dag en per sensor en visualiseerden we de gegevens. In QGIS koppelden we de coördinaten van de sensoren aan de Klimaateffectatlas en de CBS-wijk- en buurtkaart. Zo bepaalden we in welke Utrechtse wijk en in welke stedelijke hittezone elke sensor ligt. Voor dit artikel richtten we ons op Rivierenwijk en Oog in Al, twee wijken die duidelijk van elkaar verschillen in bebouwing, hoeveelheid groen en mate van verharding. Daarnaast gebruikten we de Groenkaart om de verhouding tussen groen en verharding zichtbaar te maken. Ook deze kaart combineerden we in QGIS met de CBS-laag, zodat we per wijk konden zien waar vegetatie of juist steen overheerst. Uit de gecombineerde analyses bleek dat de gemiddelde bodemtemperatuur in Rivierenwijk hoger ligt dan in Oog in Al, terwijl de bodemvochtigheid daar iets hoger is dan verwacht op basis van de zandgrond. Volgens ons literatuuronderzoek hangt het verschil waarschijnlijk samen met lokale omstandigheden zoals schaduw, beplanting en verharding. In Oog in Al, met meer bomen en grotere tuinen, zien we het effect van verkoeling duidelijk terug. 

Mitsen en maren 

Een sensor in Oog in Al levert geen bruikbare data op en in totaal staat daar één sensor minder dan in Rivierenwijk. Daardoor kunnen de wijkgemiddelden iets afwijken. Uit gesprekken met bewoners bleek dat de plaatsing van de sensor veel invloed heeft op de meetresultaten. Een sensor die bijvoorbeeld in de volle zon staat, of juist onder een boom of bij een muur, registreert andere waarden dan een sensor op een open plek. We hebben niet alle sensoren fysiek kunnen controleren in elke tuin. Ook handelingen van bewoners, zoals het watergeven van planten of het omspitten van de grond, kunnen de metingen tijdelijk beïnvloeden. 

Over de auteur

Kellen Gortemaker

Mijn naam is Kellen Gortemaker (2004). Als journalist in opleiding ontwikkel ik mijn journalistieke vaardigheden. Mijn doel is om bijzondere verhalen over verschillende culturen en personen aan het publiek te tonen. Het is belangrijk dat de Nederlandse bevolking zich ook bezig houdt met wat er buiten ons kikkerlandje gebeurt. Daarom hoop ik verhalen te kunnen maken die de blik op de wereld voor velen zullen veranderen. Door mijn nieuwsgierigheid verdiep ik me graag in het buitenland en ben ik benieuwd naar de levenswijze van de bevolking. In de toekomst wil ik me om die reden specialiseren in culturele journalistiek. Van jongs af aan reis ik veel met mijn ouders en verdiep ik me graag in de historie van het land. Ik observeer tijdens mijn reizen hoe de mensen daar leven en leer graag meer over de cultuur. Daarnaast kijk ik documentaires, reisprogramma’s en talkshows om mijn kennis te vergaren en op de hoogte te blijven van de actualiteit. Ik denk dat Nederland nog wel een journalist kan gebruiken op internationaal gebied om onderwerpen aan het licht te brengen die nog niet genoeg getoond worden.