Tijden veranderen, ook in gemeente De Bilt. Een aantal decennia terug was het de gewoonste zaak van de wereld om voor de boodschappen langs allerhande kleinere speciaalzaken te gaan. Echter is er in de loop der jaren maar een fractie van die zaken nog in gebruik, en worden de meeste boodschappenbij de grotere supermarkten gekocht. Hoe is dit zo gekomen? En hoe verhoudt De Bilt zich tegenover andere soortgelijke gemeenten?
De Bilt kent natuurlijk veel grote supermarkten. Denk alleen al aan winkelcentrum ‘De Kwinkelier’ in het centrum van Bilthoven, of meerdere winkels rondom de Hessenweg. Maar een aantal decennia geleden was dat wel anders: speciaalzaken in groente en fruit, slagers, kaaswinkels en slijterijen.
Regressie alleen in De Bilt?
Logischerwijs is deze trend niet alleen iets van deze gemeente. Door het hele land sterft de lokale levensmiddelenzaak uit, en bij de omringende gemeenten van De Bilt (zoals Zeist en Bunnik) is dat niet anders. Opvallend is dat de daling van speciaalzaken/levensmiddelenzaken in de Bilt een stuk harder ingezet is, dan bijvoorbeeld in Zeist.

Het aantal levensmiddelenzaken en supermarkten binnen 5km in De Bilt
Als je dat vergelijkt met dezelfde grafiek van Zeist, zie je dat de afname daar wel gaande is, maar in mindere mate:

De afname van levensmiddelenzaken werd rond 2013 enigszins tegengewerkt, maar daarna daalt de lijn duidelijk.
Opvallend is dat allebei de gemeenten te kampen hebben met dalingen van speciaalzaken, en een stabiele stijging van het aantal supermarkten binnen 5 kilometer.
Oorzaken
De oorzaken van het dalende aantal speciaalzaken en levensmiddelenzaken zijn aan veel factoren te wijden.
John van Leeuwen, eigenaar van de Biltse kookwinkel Kooklust, en tevens voorzitter van de winkeliersvereniging van de Hessenweg, geeft antwoord:
“De opmars van grote supermarkten is natuurlijk iets van de laatste decennia, maar dat de kleinere speciaalzaak daar nu echt de dupe van lijkt te worden, is iets van recentere tijden.” Van Leeuwen vervolgt: “Er zijn een paar belangrijke momenten en periodes geweest waardoor deze stagnatie extra zichtbaar is geworden”.
Van Leeuwen noemt bijvoorbeeld de Kredietcrisis rond 2008, maar een recenter voorbeeld is volgens hem nog bepalender geweest: “Corona! Dat was voor veel ondernemers, vooral in de levensmiddelenbranche, echt de nekslag. Minder mensen gingen winkelen, en gingen vooral naar de supermarkt om alles te halen, om zo kort mogelijk van huis te zijn.”
Nog een belangrijk moment in deze ontwikkelingen is de recente inflatie: “Als kookwinkel hebben wij een enorm en breed assortiment, wij merken ook wel dat de klandizie minder wordt, door bijvoorbeeld webshops, maar de kleine slager op de hoek, of de kaasboer, die verliezen met enorme snelheid terrein van de grote supermarkt, tegen supermarktprijzen kunnen ze simpelweg niet op.”
Toch is Van Leeuwen niet pessimistisch over de toekomst: “We merken, ook in de winkeliersvereniging, dat de speciaalzaak langzamerhand meer in trek komt, ook bij jongere mensen. Die kijken toch naar een duurzamer, kwalitatiever alternatief dan bij de supermarkt. Voor winkels zoals die van ons is dat een gunstige ontwikkeling, want we hebben ook echt betere spullen dan die van de supermarkt.” vertelt Van Leeuwen lachend.
De trend van de afnemende kleinere zaken lijkt dus voorlopig nog door te zetten, alhoewel er ook perspectief is: langzamerhand worden ze hip en weer populairder. Van Leeuwen is in ieder geval duidelijk: “Ik heb geen glazen bol, maar ik vermoed dat dit soort zaken wel weer in opkomst raakt, maar wanneer, de tijd zal het zeggen”.