Hilversum

Selecteer Pagina

Taalcafé in Hilversum helpt inwoners integreren door taal en ontmoeting 

Taalcafé in Hilversum helpt inwoners integreren door taal en ontmoeting 

Het taalcafé in de bibliotheek van Hilversum probeert bij te dragen aan de integratie van inwoners, doordat het een laagdrempelige plek biedt waar mensen de Nederlandse taal oefenen én sociale contacten opbouwen. Volgens bibliotheekmedewerker en organisator van het taalcafé Sophie Simons voorziet het initiatief duidelijk in een groeiende behoefte: “De laatste tijd is het wel echt steeds een stukje meer.” 

 

De groei van het taalcafé hangt samen met het belang van taal bij integratie. Zonder voldoende beheersing van het Nederlands is het lastig om werk te vinden, een opleiding te volgen of contact te maken met anderen. Het taalcafé biedt hiervoor een praktische oplossing: deelnemers oefenen de taal in een informele setting, zonder de druk van een klaslokaal. Drie keer per week komen bezoekers samen in de bibliotheek om in kleine groepjes met elkaar te praten. De gesprekken gaan over alledaagse onderwerpen, waardoor deelnemers direct kunnen oefenen met situaties die zij in het dagelijks leven tegenkomen. Vrijwilligers begeleiden de gesprekken en helpen waar nodig. “Het is gewoon vrije inloop,” zegt Simons. “Zo proberen we de drempel zo laag mogelijk te houden.” Juist die toegankelijkheid maakt het voor veel mensen makkelijker om deel te nemen. 

 

Het taalcafé draagt niet alleen bij aan taalvaardigheid, maar ook aan sociale integratie. Deelnemers ontmoeten anderen, bouwen contacten op en voelen zich minder geïsoleerd. Dit is vooral belangrijk voor nieuwkomers die nog weinig mensen kennen in de stad. Door samen te praten ontstaat er een gevoel van verbondenheid, wat integratie bevordert. De belangstelling voor het taalcafé neemt toe, al blijft het aantal deelnemers per bijeenkomst wisselend. Omdat er geen aanmelding nodig is, is het lastig te voorspellen hoeveel mensen er komen. “Het kan dat je hier aankomt en dat er vijf mensen zitten, of vijfentwintig,” aldus Simons. Toch is er volgens haar wel een stijgende lijn waarneembaar. Waar er meestal rond de twintig deelnemers zijn, kan dat inmiddels oplopen tot dertig of meer, inclusief vrijwilligers. 

 

Het taalcafé bestaat in deze vorm ongeveer anderhalf jaar en is vanuit de bibliotheek zelf opgezet. Medewerkers bereiden de bijeenkomsten voor en kiezen thema’s die aansluiten bij het dagelijks leven van de deelnemers. “Wij bereiden elke maand standaard voor,” vertelt Simons. “Je hebt vier thema’s nodig, elke maand.” Deze structuur helpt om gesprekken op gang te brengen en deelnemers gericht te laten oefenen. Een voorbeeld van een thema van het taalcafé, is hobby’s. Dit is een onderwerp waar op verschillende niveaus over kan worden gesproken en waarover deelnemers aan het taalcafé relatief makkelijk met elkaar in gesprek kunnen. 

 

Bij het taalcafé zijn mensen uit verschillende delen van de wereld aanwezig. Echter, de redenen die zij geven voor hun aanwezigheid bij het taalcafé, zijn soortgelijk. “Ik kom hier om beter te worden in Nederlands, zodat ik op mijn werk en op de peuterspeelzaal van mijn kind met anderen kan praten.” zegt een Oekraïense dame. Zij zit aan een tafel met een andere Oekraïense, die zij al kent van een cursus Nederlands die zij gelijktijdig hebben gevolgd. “Ik merk nu al dat ik makkelijker contact kan maken met de juf van de peuterspeelzaal.” vertelt zij. “Nu snap ik het beter wanneer zij me iets probeert te vertellen over hoe mijn dochter zich heeft gedragen of hoe de dag was.” Verder zitten er aan de tafel nog drie mensen, een man uit Ecuador, een vrouw uit Eritrea en een van de vrijwilligers van het taalcafé. Als de deelnemers gevraagd wordt naar hun beweegredenen om deel te nemen aan het taalcafé, geven zij op verschillende manieren aan dat zij graag volwaardig mee willen doen aan de Nederlandse samenleving. 

 

Om volwaardig deel te nemen aan de samenleving, is het belangrijk om de taal te spreken, merken zij allen op eigen wijze. De man uit Ecuador, die momenteel ongeveer een half jaar in Nederland woont, wil graag Nederlands leren zodat hij makkelijker met de andere ouders kan praten wanneer hij zijn oudste zoon naar school brengt. Ook merkt hij bij activiteiten als de avondvierdaagse, die hij samen met zijn zoon loopt, dat mensen minder makkelijk contact maken met iemand die de Nederlandse taal nog niet goed machtig is. “Het is fijn om rustig te kunnen oefenen met de taal en te merken dat je langzaam beter wordt.” Vertelt de man. 

Over de auteur

Jelte Leijendeckers

Mijn naam is Jelte Leijendeckers, ik ben 22 jaar oud en ik woon in Valburg (tussen Arnhem en Nijmegen). Voordat ik begon met de studie Journalistiek, heb ik enkele jaren als tekstschrijver in de online marketing gewerkt. Dit vond ik erg leuk, maar ik wilde graag meer de diepte in gaan met de teksten die ik schreef. Daarnaast heb ik al van jongs af aan een verregaande interesse in journalistiek en politiek, waardoor Journalistiek voor mij een logische keuze was.