Precies een jaar geleden zette de 31-jarige journalist uit Syrië, Khalil Haj Khalil, voet aan de grond in Hilversum. Hij was op zoek naar een nieuw leven om op te bouwen in Nederland. Toch blijkt het oppakken van een carrière als voormalig politiek verslaggever in Iran niet zo makkelijk als het lijkt wanneer je niet volledig de Nederlandse taal beheerst. Daarom volgt Khalil nu elke maandag taallessen in de bibliotheek van Hilversum, met als belangrijkste doel: ‘Eerst de taal leren, dan een carrière opbouwen.’
‘Toen ik ongeveer 20 jaar was, ben ik gevlucht naar Iran vanwege de oorlog in Syrië. In Iran ben ik toen begonnen aan een studie journalistiek. Ik woonde tot die tijd met mijn ouders, broers en zus in Syrië, maar vanwege de oorlog en het strenge regime van president Assad kon ik niet in mijn thuisland blijven en ben ik weggegaan. De voor mij onbekende Perzische taal van Iran leerde ik snel en de studie beviel me goed. Hierdoor rolde ik al snel in het leven van een journalist. Ik kreeg een groot bereik als presentator en verslaggever in verschillende Iraanse televisieprogramma’s. Toch worden journalisten niet bepaald met een warm welkom onthaald in Iran, al helemaal niet wanneer ze gevlucht zijn uit Syrië. De overheid kijkt constant mee en je mocht alleen iets publiceren met hun goedkeuring. Toen ik bijvoorbeeld een keer een video had geplaatst van een vrouw zonder hijab (met haar toestemming) werd er geëist dat ik de video offline haalde omdat dat niet aansloot bij hun manier van berichtgeving. Naast dat er geen sprake was van persvrijheid, mocht ik na mijn studie ook niet blijven in Iran omdat ik geen geldige verblijfsvergunning had. Terug naar Syrië was vanwege de oorlog geen optie, dus besloot ik naar Nederland te vertrekken, het land van welvaart en vrije journalistiek.’
‘Eenmaal aangekomen in Nederland wilde ik graag mijn rol als verslaggever weer oppakken, maar dit ging helaas niet zo makkelijk. Dat zou namelijk betekenen dat ik weer helemaal vanaf nul zou moeten beginnen met studeren. Ik vond dit in het begin ook wel frustrerend omdat je al een hele carrière hebt opgebouwd in een ander land en je die kennis hier in Nederland lastig kunt toepassen.’
‘Momenteel werk ik in de keuken van een restaurant, wat weer heel wat anders is dan presenteren en verslaggeven, maar ik heb thuis in Iran en Syrië altijd al een passie voor koken gehad, dus het is fijn dat ik er nu de kost mee kan verdienen. Nu ik een jaar in Nederland woon, wil ik nog steeds graag het journalistieke vakgebied weer in, maar het is niet meer mijn nummer één prioriteit. Mijn grootste uitdaging in dit land is nu eenmaal de taal die ik niet goed beheers. Hoe goed je ook bent in het spreken van andere talen, als je geen Nederlands kan, is de kans om een goede carrière op te bouwen nihil.’
‘Doordat ik in het verleden in een relatief korte tijd ook Perzisch heb geleerd, hoop ik dat Nederlands met de tijd ook makkelijker zal worden. Ik merk wel dat het helpt dat ik hier nu woon. Ik word namelijk constant omringd en geconfronteerd met de Nederlandse taal. Hierdoor wordt het voor mij makkelijker om de taal te leren. Daarnaast heb ik gelukkig het taalcafé in de bibliotheek van Hilversum. Hier kan ik elke maandag van 15:00 tot 17:00 uur terecht voor taallessen. De Leraren van het taalcafé zijn erg lief en geduldig en nemen de tijd voor je. Hierdoor voel je je ook echt gezien. Sowieso vind ik het leuk om te zien dat als ik hier over straat loop in Hilversum, mensen vaak lachen naar elkaar en luchtige gesprekken voeren. Wanneer ik vroeger met vrienden in Iran in een kroeg zat, ging het altijd over politiek, geld of oorlog. Nooit ging het eens over iets anders. Leuk om te zien dat het dus ook anders kan.’
‘Ik zeg altijd: als je in twee verschillende landen woont, heb je twee verschillende levens. In mijn geval zijn dat er eigenlijk drie. De verschillen tussen Syrië, Iran en Nederland zijn zo groot dat het niet voelt als één leven. Het ene land is waar ik ben opgegroeid en mijn familie nog steeds vastzit in een verwoest land, het andere land is waar ik journalist was en een groot deel van mijn leven heb doorgebracht, en nu moet ik nog zien waar het heen gaat met mij in Nederland. Het zou mooi zijn als ik hier ooit weer diezelfde mate van geluk kan bereiken als in het leven dat ik de afgelopen tien jaar had in Iran.’