Van 29 maart tot 5 april organiseert de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) de jaarlijkse Autismeweek, met als thema ‘Ruimte voor autisten’. De NVA pleit voor meer begrip en aanpassingen in de samenleving, zodat mensen met autisme zichzelf kunnen zijn, zowel op school als op de werkvloer. In Hilversum en andere steden vonden verschillende evenementen plaats om bewustwording te vergroten. Maar volgens experts en ervaringsdeskundigen is er nog veel werk te doen, vooral in het onderwijs. Docenten zoals Mariska Achterberg en studenten zoals Charlotte merken dat er nog te vaak vanuit stereotypen wordt gedacht en dat scholen beter kunnen inspelen op individuele behoeften.
De NVA wilt dat mensen met ASS de ruimte krijgen om zichzelf te zijn, vandaar het thema ‘Ruimte voor autisten.’ Dit geldt voor op het werk, op school en in relaties. In plaats dat wij ons als samenleving aanpassen, moeten mensen met autisme dat vaak doen. Dit kan betekenen dat hun kwaliteiten en talenten niet volledig worden benut of tot hun recht komen.
Onderwijs
Er is zeker ruimte voor verbetering zowel in het onderwijs als op de werkvloer vindt NVA. Ook Mariska Achterberg is hiervan op de hoogte, zij heeft 10 jaar lang op een school gewerkt voor kinderen met ASS (Autisme Spectrum Stoornis). En werkt nu op het MBO Utrecht, waar zij ook te maken krijgt met studenten met autisme. Zij heeft veel te maken gehad met stereotyperingen over mensen met ASS. Bijvoorbeeld dat ze niet sociaal zijn, onaangepast, of agressief zijn. Ze merkt nu ze op een reguliere onderwijsinstelling werkt dat ook hier de aanpak cruciaal kan zijn.
Mariska geeft ook aan dat het belangrijk is om ook op andere onderwijsinstellingen, zoals op het MBO waar zij nu werkt, te kijken naar de leerling zelf in plaats van alleen naar het grote plaatje van de klas. Regulier onderwijs zou dus ook meer maatwerk moeten kunnen bieden, om zo de talenten van alle leerlingen beter tot hun recht te laten komen.
‘Verder werkt het MBO-Utrecht met train de trainer, daardoor is het algemeen bekend dat ik veel afweet over autisme. En hierdoor komen andere docenten vaak naar mij toe als ze leerlingen in hun klas krijgen met autisme.’ Vertelt Mariska.
Scholen kunnen beter aansluiten bij de behoeftes van autistische leerlingen door te luisteren. ’Ik denk dat we gewoon met elkaar in gesprek moeten blijven gaan, met het hele team, met de leerling en met de ouders.’ Door het bespreekbaar te maken weten andere studenten in de klas ook van de situatie af zonder dat de inclusiviteit voor iedereen wordt aangepast.
Mariska had ook een meisje in de klas met autisme Maud, en de klas was hiervan op de hoogte. ‘ Maud vond het zelf ook fijn dat dat gewoon bespreekbaar werd.’
Volgens het NVA lopen onderwijsinstellingen vaak vast op het feit om leerlingen met autisme het gevoel te geven er iets over te kunnen zeggen. Een leerling moet zich vrij kunnen voelen om voor zichzelf op te komen en dat ontbreekt volgens het NVA nog op veel scholen. ‘Aanpassingen moeten van twee kanten komen. Pas dan ontstaat er echte gelijkwaardigheid’, suggereert NVA. Ook is belangrijk dat er geen aanpak is die voor iedereen met autisme werkt, voor iedereen is iets anders fijn en daarom is het belangrijk dat je vraagt wat hij of zij nodig heeft.
Ook Charlotte merkt dat mensen vaak uitgaan van de ‘basisdingen’ van autisme (geen oogcontact, geen sociale interactie), terwijl autisme voor iedereen anders is. ‘Op school werd gewoon gezegd: geen oogcontact, geen handen geven, niet sociaal. Maar dat geldt helemaal niet voor mij.’ Ook ervaart ze dat anderen meteen aannemen dat ze extra hulp of begeleiding nodig heeft, wat niet per se het geval is. ‘Als ik zeg dat ik autisme heb, krijg ik meteen de vraag: ‘Oh, heb je begeleiding nodig? Heb je bijles nodig?’ Terwijl ik dat helemaal niet heb gezegd.’
Ervaring student
Charlotte geeft aan dat op haar vorige opleiding er weinig begrip was voor haar behoeften (zoals een vaste plek in de klas), terwijl haar huidige school er wél goed mee omgaat. Wel had ze bij beide scholen aan het begin van het jaar aangegeven wat voor haar fijn was. Door vooraf afspraken te maken en deze structureel door te geven aan nieuwe docenten, kunnen scholen beter inspelen op de behoeften van autistische studenten.
Charlotte denkt dat structurele educatie over autisme op scholen effectiever zou zijn dan tijdelijke campagnes zoals de Autismeweek. ‘Zelfs met zoiets als de Week Tegen Pesten, het is er even en de volgende dag is alles weer normaal. Ik denk dat scholen er beter structureel les over kunnen geven.’
De boodschap die Charlotte graag wil meegeven aan mensen zonder autisme is: ‘Leer de persoon kennen zoals die echt is, in plaats van uit te gaan van stereotypen over autisme.’