Ruim vijftien jaar geleden ontstonden de eerste plannen voor Huydecopersbos: een nieuw natuurgebied waar natuurontwikkeling, waterberging en recreatie samenkomen. Pas nu zijn de schetsen werkelijkheid geworden. Derk van der Velden werkte destijds als landschapsarchitect bij de gemeente Hilversum. Hij was betrokken bij de eerste onderhandelingen over het gebied en zag daarin een bijzondere kans. Inmiddels werkt hij als beleidsmedewerker en projectleider bij het Goois Natuurreservaat.
‘Rond 1970 heeft Rijkswaterstaat een snelweg aangelegd, de A27, en die is onder dwang dwars door het Goois Natuurreservaat gegaan. Ten zuiden van Hilversum is toen een verkeersknooppunt gemaakt om nog een snelweg richting Aalsmeer te kunnen maken, maar die snelweg is nooit gekomen. Die knoop heeft daar vijftig jaar lang voor niets gelegen. Iedereen heeft daar rondjes gereden waar het eigenlijk helemaal niet nodig was. Vijftien jaar geleden kwamen er plannen om de snelweg te gaan verbreden. Daarvoor moesten aan de randen van die snelweg weer een nieuw stuk natuur opgeofferd worden, maar dat wilde het Goois Natuurreservaat niet. Tijdens de onderhandelingen kwam het Goois Natuurreservaat met een idee: als de knoop zou worden weggehaald en de vrijgekomen ruimte terug kon naar de natuur, konden zij de randen natuur leveren die plaats moesten maken voor de snelwegverbreding. Dat was een interessante gedachte, want die randen langs de snelweg waren qua oppervlakte veel kleiner dan de hele knoop.
Het was belangrijk om met een slim plan te komen. Ik hoorde in de wandelgangen collega’s al praten over een bedrijfsterrein; dat is in zo’n situatie heel ideaal. Ik moest dus bedenken hoe ik een natuurterrein net zo aantrekkelijk kon maken. Ik wist dat Hilversum een probleem heeft met water, want als het hard regent loopt de boel onder. Ik wist ook dat de gemeente een plek zocht waar water van de stad naartoe kon, en dat die vraag bij het Goois Natuurreservaat lag. Maar het Goois Natuurreservaat wilde niet graag hun natuurgebieden onder water zetten. Toen bedacht ik me: wat als we een nieuw natuurgebied maken met een waterberging? Dat zou het voor het Goois Natuurreservaat aantrekkelijk maken, omdat ze dan geen bestaand natuurgebied hoeven op te offeren. Dus het is een win-winsituatie: de gemeente kan zijn water kwijt en het Goois Natuurreservaat krijgt er gebied bij. Daarnaast is het voor de bewoners ook fijn dat de waterlast minder wordt en dat ze ook nog een gebied hebben waar ze kunnen recreëren. Er is toen al vrij snel een overeenkomst gesloten om de waterberging te realiseren.
De waterberging creëert bovendien kansen voor bijzondere plantensoorten. Het Goois Natuurreservaat ligt op een heuvelrug, een stuwwal, en daar is het grondwater best diep in de grond. Dat betekent dat veel planten niet met hun wortels bij dat grondwater kunnen. Daardoor groeien er bijna overal planten die horen bij droge zandgronden. Die waterberging is uitgegraven tot vlak bij het grondwater, en dat zand is weggehaald en verkocht, waarmee een deel van het project ook bekostigd is. Het nieuwe maaiveld, waar de planten gaan groeien, komt dus vlak bij het grondwater te liggen. Daardoor kunnen de planten met hun wortels bij dat grondwater en dan krijg je andere soorten planten – planten die houden van nattigheid, en die zijn in het Gooi over het algemeen zeldzaam. Doordat de zandgronden bovendien voedselarm zijn, gaat het vaak om bijzondere soorten, zoals dopheide en zonnedauw. Dat is gunstig voor de biodiversiteit: op deze manier kunnen kwetsbare soorten behouden blijven en wordt uitsterven tegengegaan.
Voor klimaatverandering is het niet een oplossing. Om klimaatverandering tegen te gaan moet je stoppen met het verbranden van steenkool, olieproducten en alle fossiele brandstof. Wel ligt er nu een natuurgebied, in plaats van een bedrijfsterrein. Dat draagt bij aan het tegengaan van het fenomeen van hitte-eilanden. Dat gebeurt in stedelijke gebieden waar heel veel verharde oppervlakken zijn en weinig groen. Daar wordt het veel warmer dan in gebieden met veel planten, bomen en water. Deze plek gaat dus niet heel heet worden, waardoor je voorkomt dat hitte in het stedelijke gebied verder toeneemt. Het effect blijft echter heel klein en lokaal.
Het gebied is nog niet officieel aangekocht, maar er is nu een koopovereenkomst gesloten en daarmee is de koop feitelijk wel geregeld. Ik ben nu bezig om een afspraak te maken met de notaris om de koop officieel rond te krijgen. Dat is het allerlaatste wat er nog moet gebeuren. Dan betaalt het Goois Natuurreservaat het bedrag en dan zijn we formeel ook eigenaar. Voor de buitenstaanders lijkt het wel al officieel geregeld, er hangen borden en er lopen boswachters rond, maar dat is een formaliteit.
Dat we gronden kopen, is eigenlijk niet heel vaak. We hebben ieder jaar wel een, twee, soms drie aankopen, maar die zijn zelden zo groot als deze. Meestal is het één of twee hectare. Toen het Goois Natuurreservaat begon in 1932 was het ongeveer 1500 hectare, en we zijn nu bijna op 3000 hectare. Dus in die 94 jaar zijn we in oppervlak verdubbeld. Ik vrees echter dat we dat over 94 jaar niet nog eens kunnen doen, daarvoor is er gewoon te weinig. Maar we blijven ons inzetten om elk stukje aan te kopen en te beschermen.’
