Vanaf 1 januari ging de Wet Integrale Suïcidepreventie in. Door samenwerking met diverse partners realiseert de regio een uitvoeringsprogramma van 2026 tot en met 2029. De aanpak richt zich voornamelijk op de jongeren en jongvolwassenen.
Focus op jongeren/jongvolwassenen
Het preventieplan is momenteel in zijn eerste fase van ontwikkeling. Hierdoor is er een besliste keuze gemaakt voor de doelgroep jongeren/jongvolwassenen. Milou Welsink van GGD Gooi en Vechtstreek geeft aan dat dit een belangrijke risicogroep is. ‘Jongeren en jongvolwassenen staan natuurlijk nog helemaal aan het begin van hun leven, als wij daar inzetten op preventie dan is het ook echt iets dat zij hun hele leven meenemen.’ Welsink geeft daarbij wel aan dat de volgende doelgroepen, waaronder volwassenen, aan bod zullen komen in de volgende fases. Een aantal onderdelen binnen de aanpak zullen doelgroep overstijgend zijn en daarbij relevant zijn voor andere risicogroepen.
Ontwikkeling preventieplan
Om een structurele aanpak te kunnen realiseren is er eerst sprake van een langer en continu proces. Het is voor de gemeente van groot belang dat het Rijk hierin financiën kunnen bieden. Door middel van die financiën kan de gemeente een bepaald bedrag reserveren voor de uiteindelijk uitvoering. Per gemeente is er sprake van een jaarlijkse bijdrage waarbij gemeenten ongeveer 55 cent per inwoner ontvangen. De bijdrage vanuit het Rijk was eerder nog niet van toepassing. De Wet Integrale Suïcidepreventie zorgt ervoor dat gemeenten verplicht worden om structureel samen te werken en suïcidepreventie duurzaam te organiseren. Welsink licht toe dat die financiering essentieel is voor de uitvoering. ‘De gemeenten hebben gezamenlijk afgesproken dat 10% van hun budget beschikbaar blijft voor lokale activiteiten, zodat zij eigen accenten kunnen leggen binnen hun lokale uitvoeringsagenda. De 90% is voor regionale uitvoering en coördinatie door de GGD.’
EEAD-model
Het uitvoeringsprogramma is gebaseerd op het EEAD-model (European Alliance Against Depression). Dit model heeft een onderbouwde aanpak met vijf niveaus. Het creëren van een veilige omgeving en bewustwording wordt gerealiseerd door de andere drie factoren in het plan. Trainingen, ondersteuning voor risicogroepen en netwerkverbreding binnen het sociale, medische en fysieke domein. Door de factoren toe te kunnen passen is het essentieel dat de regio samenwerkt met diverse partners.
Samenwerking met diverse partners
Binnen het onderwijs, politie, GGD, ervaringsdeskundigen en de gemeente zelf wordt er veel tijd besteedt aan het meedenken met de invulling van het EEAD-model. De betrokkenheid van diverse partners zorgt voor een brede inzet om het proces tot stand te laten komen. Wethouder Gerben van Voorden vindt de diversiteit van groot belang. ‘Ook binnen bedrijven zoals ProRail is het ook een belangrijk thema. Machinisten worden hier juist veel mee geconfronteerd.’ Bij sommige partners geeft Voorden aan dat het thema eigenlijk nog te weinig bespreekbaar wordt gemaakt. ‘In het onderwijs hebben wij juist nog veel te doen om het bespreekbaar te maken. Wij merken dat het moeilijk wordt gevonden om daar de vraag te stellen, omdat het een minder vanzelfsprekend thema is.’ In het onderwijs spelen docenten, schooldirecteuren of brugfunctionarissen een belangrijke rol.
Voor de diverse partners die een belangrijke dagelijkse rol spelen binnen de samenleving biedt de gemeente gatekeeptrainingen. Een gatekeeptraining is een online training, waarbij je leert een gesprek te voeren en signalen te herkennen. Bij de herkenning van de signalen leer je hoe je vragen durft te stellen over het welzijn van de persoon. ‘Het belangrijkste is om over de drempel heen te stappen en de vraag te stellen.’ Voorden geeft aan dat die trainingen worden aangeboden aan de betrokken partijen. ‘Voor jongerenwerkers binnen welzijnsorganisaties of zorgcoördinatoren op scholen.’ Maar dat die trainingen voor iedereen mogelijk zijn te volgen. ‘Wij zijn allemaal kwetsbaar en wij leven soms in een samenleving waarin het lijkt alsof wij allemaal onkwetsbaar zijn, maar dat is een illusie. Wij hebben allemaal wat en dat moeten wij vooral vertellen aan elkaar. Er zijn zoveel mensen die je graag willen helpen.’
