Hilversum

Selecteer Pagina

Costerustuin Hilversum draait bijna alleen op zeventigers: “Ik ben de oudste, met 81”

Costerustuin Hilversum draait bijna alleen op zeventigers: “Ik ben de oudste, met 81”

De Costerustuin in Hilversum bestaat sinds 1930 en draait volledig op vrijwilligers. Er staan meer dan duizend soorten planten.

HILVERSUM — De Costerustuin aan de Zonnelaan bestaat bijna honderd jaar. De tuin draait nog steeds helemaal op vrijwilligers. Maar bijna al die vrijwilligers zijn tussen de zestig en tachtig jaar oud. Jongeren komen er bijna niet bij. De oudste vrijwilliger vindt dat een probleem. De organisatie maakt zich juist geen zorgen.

Op een vrijdagochtend staat Joke Riemstra-Popken (81) in oude kleren en op laarzen te spitten bij de kas. Zij is de oudste vrijwilliger van de tuin. Naast haar werken nog een paar mensen in de aarde. Ze zaaien, maaien en sjouwen met planten. Bijna iedereen is zestig jaar of ouder. Een jonge vrijwilliger is nergens te zien.

De tuin draait dus op een oudere groep. En dat valt op, juist nu de vrijwilligers net een groot project hebben afgerond. Ze hebben een nieuw huisje laten bouwen, samen met het klusteam. Het laat zien dat de tuin nog volop in beweging is. Maar de vraag is wie dat werk over tien of twintig jaar nog doet.

Het is rustig in de kleine botanische tuin. Je hoort vogels en een schep in de grond. Er staan meer dan duizend soorten planten, verdeeld over veertig plantenfamilies. De tuin bestaat al sinds 1930 en is gratis. Je kunt er terecht van zonsopgang tot zonsondergang. Bij de ingang hangt een plattegrond met de “gele bolletjesroute”, een wandeling langs twintig bijzondere planten.  Elke dag komen er ongeveer 25 bezoekers. Per jaar zijn dat er zo’n 6000.

De tuin heeft in totaal dertig vrijwilligers. Ongeveer twintig van hen werken in de tuin zelf. Daarnaast zijn er een penningmeester, een webmaster en een klusteam van een paar mannen. Zij bouwen hekken en huisjes. De leeftijd ligt hoog. “We hebben gelukkig ook iemand van 45, maar we hebben ook iemand van tachtig”, zegt organisator Nicoline van der Werf (63). “Ze zijn allemaal tussen de zestig en de zeventig.” Echte jongeren zijn er bijna niet.

Riemstra-Popken kwam vijf jaar geleden bij de tuin. Toen overleed haar man en verhuisde ze naar Hilversum, met alleen een klein balkon. “Ik was echt van de tuin”, zegt ze. Via een buurvrouw kwam ze bij de Costerustuin. Twee ochtenden per week zaait ze en maait ze het gras.  Daardoor komt ze er vaak nog een paar uur bij. “Het ontspant mij. Mental health”, zegt ze. “Ik heb hier een groep mensen leren kennen waarbij ik me op mijn gemak voel.”

Maar Riemstra-Popken ziet ook dat de groep kwetsbaar wordt. “De een heeft het in de rug. Sommigen hebben echt problemen.” Het zwaarste werk is grote planten verplanten en spitten. Dat wordt niet makkelijker. Jongeren binnenhalen lukt bijna niet, zegt ze. “Jongere mensen zouden helpen, maar die werken bijna allemaal. Dat is het probleem.” Er is één jonge vrijwilliger van eind twintig. Zij werkt doordeweeks. Daarom opent de tuin voor jongeren één zaterdag per maand. Zelf zou Riemstra-Popken geen jongere overhalen om te komen. “Ik zou niet tegen jongeren zeggen: kom in de tuin werken. Dat doen ze toch niet.”

Organisator Van der Werf kijkt daar anders naar. Zij vindt de toekomst geen probleem. “Ik ben nu pas acht jaar hier. En eigenlijk komen er elk jaar wel een of twee nieuwe bij”, zegt ze. Soms valt er iemand af, bijvoorbeeld door hoge leeftijd. Maar er komt steeds iemand bij. Tijdens de Open Monumentendagen in september lopen vaak mensen binnen. Ze vragen dan of er vrijwilligers nodig zijn. Volgens haar helpt het dat de tuin klein en overzichtelijk is. “Het is niet een groot park waarvan je denkt: waar moet ik beginnen?” Wel zijn de nieuwe vrijwilligers bijna altijd weer zestigers en zeventigers.

Jongeren bereiken kost tijd, zegt Van der Werf. Bij de planten hangen QR-codes. Daarmee kunnen bezoekers honderd soorten opzoeken op de website van de tuin. Ook werkt de tuin samen met Larenberg, een middelbare school tussen Laren en Hilversum. Vorig jaar kwamen daar zeker honderd leerlingen langs. Ze leerden over bloemen en bijen en plantten zelf iets. Verder maakt Van der Werf bezoekers enthousiast. Ze hoopt dat ze later terugkomen. “Dan komen ze wel terug als ze straks 63 of 67 zijn. En dat gebeurt ook.”

De grootste zorg gaat niet over de mensen, maar over het geld. De tuin krijgt geld van ongeveer 200 tot 250 donateurs en van de gemeente Hilversum. Dat geld is nodig voor planten, compost en het onderhoud van de grote bomen. Een boomspecialist behandelt de grote bomen als dat nodig is. “Niemand verdient geld. We doen het allemaal omdat we het fijn vinden”, zegt Van der Werf. De subsidie van de gemeente noemt ze “echt nodig” om de tuin te kunnen onderhouden.

Over één ding zijn beide vrouwen het eens. Als de tuin verdwijnt, raakt Hilversum iets kwijt. Veel buurtbewoners komen er pauzeren of ideeën opdoen voor hun eigen tuin. Elke maand lopen mensen de “gele bolletjesroute” voor inspiratie. Voor Riemstra-Popken zou het verlies persoonlijk zijn. “Dat zou ik verschrikkelijk vinden. Ik woon op een appartement met een balkon. En hier kan ik gewoon lekker buiten zijn.” Van der Werf legt uit waarom de tuin volgens haar blijft bestaan. “Het geeft zoveel goede energie. Voor ons allemaal, en ook voor de mensen die het bezoeken.”

Over de auteur

Sümeyye Gürkan

Sümeyye Emine Gürkan (2004) is student aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Ze koos voor de opleiding omdat ze mensen een stem wil geven die zelf vaak geen kans krijgen om gehoord te worden. Haar journalistieke interesse ligt bij cultuur, mensenrechten en bredere maatschappelijke thema’s, onderwerpen waarin ze zich graag verder wil verdiepen en ontwikkelen. Naast haar studie speelt ze viool en laat ze zich inspireren door muziek, cultuur en verhalen die verbinden.