Vrijwilligers proberen tijdens de Duizendsoortendag in het Goois Natuurreservaat in 24 uur tijd zoveel mogelijk planten en dieren te vinden. Ze beginnen vrijdagavond, omdat vleermuizen en nachtvlinders alleen in het donker te zien zijn. De dag valt kort na het nieuwe biodiversiteitsrapport van Naturalis, waaruit blijkt dat het met veel soorten in Nederland slecht gaat. Het doel van de telling is laten zien hoeveel verschillende soorten er in het Gooi leven, zegt voorzitter Feiko Prins van natuurvereniging KNNV.
De avond begint in de infohut bij het Goois Natuurreservaat. Aan de wanden hangen kaarten en posters over het Gooi en over de planten en dieren die er leven.
Verderop schijnt een zaklamp op een wit doek. Daar komen nachtvlinders op af. Een paar vrijwilligers maken er foto’s van en zoeken daarna in een boek op welke soort het is. Af en toe wijst iemand een nieuwe vlinder aan.

Verschillende natuurorganisaties houden de Duizendsoortendag al sinds 2016 in het Gooi, meestal rond de Internationale Dag van de Biodiversiteit. Naast de KNNV doen ook het IVN en de Vogelwerkgroep mee. Het idee is om in 24 uur zoveel mogelijk verschillende soorten te vinden, van vlinders en vogels tot planten en paddenstoelen. Vorige keer vonden de deelnemers meer dan 1300 soorten. De telling begint vrijdagmiddag en gaat de hele nacht door. Zaterdagochtend komen de vogelaars, en de rest van de dag de planten en insecten.
Bij de vleermuizen blijft de lamp uit. Hier gaat het om luisteren. Een groepje staat rond ecoloog Michiel, die een klein apparaat omhoog houdt dat de geluiden van vleermuizen hoorbaar maakt. Normaal kan een mens die geluiden niet horen, maar via het kastje klinken ze als tikjes en klikjes. Aan het ritme hoort Michiel om welke soort het gaat. “Dit is de gewone dwergvleermuis”, zegt hij. In dit gebied vliegen volgens hem drie of vier soorten.
Michiel doet dit ook voor zijn werk. Als ecoloog kijkt hij of er vleermuizen in een gebouw zitten voordat de eigenaar gaat verbouwen, want de wet beschermt de dieren. Volgens hem hebben vleermuizen ten onrechte een slecht imago. Veel mensen denken dat ze bloed drinken, zegt hij, maar de soorten in Nederland eten alleen insecten. De vleermuizen die wel bloed drinken, leven hier helemaal niet.
De mensen die meedoen zijn heel verschillend. Sommigen zijn hobbyist, anderen werken in de natuur. Volgens Prins zegt dat niets over hoe goed ze zijn, want er zijn hobbyisten die hun soorten heel goed kennen. Wie wil leren tellen, moet vooral veel meelopen en goed kijken. “Daar hoef je geen opleiding voor te doen, maar je moet er wel voor studeren”, zegt Prins.