HOUTEN- Poëzie voordragen en soep eten, bij poëzoep, een maandelijkse bijeenkomst in buurtcentrum Het Lokaal, gebeurt het nu al drie jaar. Naar het werk van anderen luisteren en zelf voordragen. Op deze avond mag en kan alles, zolang het maar met poëzie te maken heeft.
Het groene gebouwtje waar buurthuis Het Lokaal in zit misstaat in een woonwijk, vooral door de opvallende kleur, maar ook door de afwijkende architectuur. Waar de gebouwen eromheen een puntdak hebben met meerdere etages, heeft het buurthuisje een trapgevel en geen bovenverdieping. Binnen ruikt het naar versgebakken brood en kruiden als rozemarijn en knoflook. Aan het plafond hangen gehaakte slingers, de rechterkant van de ruimte is een keuken.
Bauke Steenhuisen heeft de avond georganiseerd. ‘Toen ik net in Houten woonde ontmoette ik een groepje mensen dat zichzelf De Stadsdichters noemden, dat waren ze helemaal niet, maar ik mocht ze erg graag. Toen kwamen we op het idee om elke maand samen te komen om onze gedichten voor te lezen en soep te eten, dat doen we drie jaar later nog steeds.’
Langzaam druppelen de eerste mensen binnen ‘Wil je een glaasje water?’ vraagt het vrolijke dochtertje van Steenhuisen.
Als iedereen aan tafel zit wordt er oranje soep in witte bakjes geschonken. De soep ruikt en smaakt zoetig, naar wortel, aardappels en een vleugje zout. Nadat de eerste paar happen achter de kiezen zijn, introduceert Steenhuisen zijn eerste gedicht. ‘Ik was in het tuincentrum en toen liep ik langs de schaduwminnende planten, alleen dat woord al, daar heb ik toen een gedicht over geschreven’. Steenhuisen leest zijn gedicht voor, de ruimte verstomt, afgezien van een paar lepels die over soepkommen schrapen. Als het gedicht klaar is, vult de ruimte zich met applaus.
‘De avond heeft geen thema, we doen maar wat.’ Vertelt een andere dichter, die niet met haar naam in de krant wil. Om de beurt dragen alle dichters wat voor, van een mobieltje, de uit een schriftje of uit het hoofd. Na elk gedicht klinkt er applaus, over sommige gedichten wordt wat langer doorgepraat dan over anderen. Ook het dochtertje van Steenhuisen heeft een gedichtje geschreven. Zenuwachtig gaat ze op haar stoel staan ‘Eerst had ik iets anders geschreven, maar dat ben ik kwijt geraakt, dus nu heb ik dit,’ dan begint ze met voorlezen.
De soep raakt langzaam op, net als de gedichten, de avond komt op zijn eind. Maar voordat iedereen weggaat is er nog een verrassing. Steenhuisen heeft negen haiku’s geschreven over het ontstaan van de aarde. Die haiku’s heeft hij laten lezen aan een dichter, die ook schildert. Bij die korte gedichtjes heeft zij kunstwerken gemaakt. Voor elk gedichtje één schilderij. De schilderijen zijn abstract, een groen doek dat met donkergroene lijnen verdeeld is in vierkanten en rechthoeken. De haiku die er bij hoort gaat over het eerste leven in het water, over plankton en algen. Na de negen gedichten is het dan toch echt tijd om naar huis te gaan. Welterusten.
