HOUTEN – Op dinsdag 16 juni gaf Pim Hoogeveen een lezing waarin centraal stond wat AI precies is, waar het vandaan komt en welke invloed dit heeft op de maatschappij. Het doel van deze lezing is om mensen informatie en voorlichting te geven over AI. Tijdens deze lezing wordt niet alleen gekeken naar wat Large Language Models (LLM) allemaal kunnen, maar ook welke risico’s en ethische vraagstukken zij met zich meebrengen. Deelnemers gaan tijdens deze lezing ook zelf aan de slag met chatbot Claude.
Het kleine zolderkamertje van de bibliotheek in Houten druppelt langzaam vol. De zolderramen staan open en de warme avondzon stroomt naar binnen. Bij de deur staat iemand koffie, thee en koekjes uit te delen. Op een Digiboard helemaal vooraan in de zaal worden foto’s getoond. Daaronder staan twee opties: “AI, of geen AI?”. Deelnemers testen of ze het verschil kunnen zien tussen een foto die is gegenereerd door artificiële intelligentie, en een foto die door een mens is gemaakt.
Pim Hoogeveen vraagt de aandacht van de groep mensen die ondertussen hun plek in de zaal hebben gevonden. Hoogeveen werkt al ongeveer zes jaar bij bibliotheken en houdt zich bezig met digitaal burgerschap. Toen AI steeds belangrijker werd, merkte hij dat veel mensen niet wisten wat het inhield. Zij hadden behoefte aan meer informatie. Hoogeveen geeft aan dat mensen soms de gevolgen van bepaalde uitvindingen niet goed kunnen inzien, en gebruikt daarbij het voorbeeld van de Smartphones. “Ik kom uit de jaren 90. Ik heb gezien wat de opkomst van deze apparaten heeft gedaan met jongeren, bijvoorbeeld hoe depressief en verslaafd ze ervan worden,” aldus Hoogeveen. Daarom geeft hij lezingen om mensen beter te informeren over AI en de mogelijke gevolgen ervan.
Volgens Hoogeveen behoort iedereen tot de doelgroep van deze lezingen. In de praktijk komen toch vooral oudere mensen op deze lezingen af, ook bij deze editie. Hoogeveen denkt dat dat te maken heeft met het feit dat jongeren in het algemeen minder te vinden zijn in bibliotheken. Daarnaast zijn jongeren al opgegroeid met digitale technologie en is hun digitale kennis daardoor ook hoger. Toch probeert Hoogeveen jongeren wel te betrekken bij deze lezingen. “De vraagstukken rondom AI zijn voor iedereen belangrijk.”
Na een uitgebreide uitleg over de geschiedenis en voorlopers van AI en chatbots verdiept de zaal zich in Claude, een Large Language Model ontwikkeld door het Amerikaanse bedrijf Anthropic. Hoogeveen vertelt welke soorten taken met Claude mogelijk zijn. Daarbij wordt de zaal uitgedaagd om te experimenteren met het genereren van sollicitatiebrieven voor hun droomfunctie, recepten met maximaal vijf ingrediënten en korte rollenspellen, zoals een kort stuk dialoog tussen Juliet en een futuristische versie van Romeo.
Hoewel een groot deel van de groep enthousiast is over AI en het gebruik ervan, klinken er ook kritische geluiden vanuit de zaal. Zo stellen verschillende aanwezigen dat AI “nooit echt creatief kan zijn” of dat het misleidend is dat AI soms wordt behandeld als menselijke wezens.
Bij de twee uitgangen van de zaal zijn twee flip-over borden neergezet. Hierop staan drie stellingen: “Na deze activiteit weet ik meer over AI”, “Na deze activiteit kan ik zelf aan de slag met AI” en “Na deze activiteit ben ik van plan AI (vaker) te gebruiken”. Deelnemers kunnen op deze borden aan de hand van het plaatsen van stickertjes aangeven of zij het eens, neutraal of oneens zijn met de stelling. Na afloop van de lezing van Hoogeveen is het bord al goed gevuld met stickers. De meeste mensen geven aan dat ze na de lezing meer weten over AI en zelf aan de slag kunnen. Bij de vraag of mensen het na de lezing meer zullen gaan gebruiken, zijn de antwoorden verdeeld.
Eén van de mensen die AI al gebruikt, is Ton Kasteleijn. Hij zet AI vooral in als sparringpartner bij zijn werk als HR-manager. Kasteleijn vertelt dat hij de lezing van Hoogeveen vooral waardevol vindt vanwege de overzichtelijke tijdlijn van de geschiedenis van AI. Bovendien bieden chatbots als Claude ook kansen, vindt hij. “Het is een moderne zoekmachine,” aldus Kasteleijn. Tegelijk vindt hij het belangrijk dat mensen niet alleen bang worden gemaakt met doemscenario’s. “We moeten er niet al te bang voor worden”, aldus Kasteleijn.
Ook Hoogeveen vindt dat mensen niet bang moeten worden voor AI en dat kennis en inzicht daaraan kunnen bijdragen. Toch ontkent hij de risico’s niet. “Het is belangrijk dat u hier bent”, zegt hij tegen de zaal. “Er zullen altijd mensen zijn die u willen oplichten door middel van AI gegenereerd beeldmateriaal. Als wij samen kunnen zeggen: hier trappen wij niet in, dan is dat alleen maar goed.”
