Leidsche Rijn

Selecteer Pagina

Dodenherdenking Berlijnplein trekt recordaantal bezoekers

Dodenherdenking Berlijnplein trekt recordaantal bezoekers

Stichting 4 en 5 mei Leidsche Rijn ziet groeiende belangstelling voor de dodenherdenking.

LEIDSCHE RIJN – De dodenherdenking op het Berlijnplein heeft dit jaar naar schatting zeshonderd bezoekers getrokken, het hoogste aantal sinds de start van de herdenking in 2016. Volgens Bas Meijer, voorzitter van Stichting 4 en 5 mei Leidsche Rijn, groeit de belangstelling doordat de Utrechtse wijk steeds groter wordt en inwoners meer behoefte voelen om stil te staan bij oorlog, vrijheid en actuele conflicten.

Groeiende herdenking in jonge wijk
De herdenking beleefde dit jaar zijn elfde editie. Wat begon als een kleinschalige bijeenkomst voor bewoners van Leidsche Rijn, is volgens Meijer uitgegroeid tot een vaste herdenking binnen de wijk. Leidsche Rijn telt inmiddels ongeveer 50.000 inwoners.

Volgens Meijer speelt niet alleen de groei van de wijk een rol in de stijgende bezoekersaantallen. Hij ziet ook dat oorlog en vrijheid maatschappelijk meer aandacht krijgen. ‘Er is in de breedte van de maatschappij meer aandacht voor het herdenken van oorlogsslachtoffers en maatschappelijke kwesties’, zegt hij.

Iedere wijk in Utrecht geeft een eigen invulling aan de dodenherdenking. Leidsche Rijn onderscheidt zich door het wijkgerichte karakter van de bijeenkomst. Waar sommige herdenkingen zich uitsluitend richten op de Tweede Wereldoorlog en verzetsgeschiedenis, probeert de organisatie in Leidsche Rijn meer ruimte te bieden aan verschillende generaties bewoners en actuele maatschappelijke thema’s.

Ruimte voor actuele conflicten
Dat leidt soms ook tot discussie. Tijdens eerdere herdenkingen spreekt de voorzitter in zijn toespraak steun uit voor slachtoffers van oorlogen in Gaza en Oekraïne. Volgens hem komen daarop zowel positieve als kritische reacties. Hij vindt dat herdenkingen ruimte mogen bieden aan hedendaagse conflicten zolang bezoekers zich daarin kunnen vinden. ‘De ene wijk geeft daar meer betekenis aan dan de andere. Leidsche Rijn is een gemêleerde wijk en daar houden wij rekening mee.’

Vorig jaar spreekt de politie voorafgaand aan de ceremonie een bezoeker aan die een shirt met een Palestijnse vlag draagt. Het blijkt dat de bezoeker niet van plan is te protesteren en de herdenking verloopt zonder incidenten.

Nieuwe generatie neemt herdenken over
Een andere manier waarop de organisatie mee probeert te groeien is door leerlingen actief te betrekken bij het programma. Dit jaar droegen leerlingen van basisschool Onder de Bogen zelfgeschreven gedichten voor. De gedichten van de leerlingen zijn online terug te lezen. Volgens Meijer is het belangrijk dat nieuwe generaties betrokken blijven bij het herdenken van oorlogsslachtoffers. ‘De kracht zit in het doorgeven.’

Volgens Meijer verandert de rol van aanwezigen tijdens herdenkingen ook doordat steeds minder mensen de Tweede Wereldoorlog zelf hebben meegemaakt. ‘De echte verzetshelden verdwijnen steeds meer’, waardoor het bijwonen van herdenkingen volgens hem steeds vaker neerkomt op nabestaanden en ooggetuigen van de oorlog.

Niet alle jongeren voelen die betrokkenheid even sterk. De 17-jarige Madelief Cremer is dit jaar niet aanwezig bij de herdenking in Leidsche Rijn. Thuis kijkt ze met haar ouders wel naar de Nationale Dodenherdenking en doet ze mee aan de twee minuten stilte, maar verder houdt ze zich er naar eigen zeggen niet echt mee bezig. Ook een herdenking in haar eigen wijk zal ze niet snel bezoeken.

Cremer staat hier niet alleen in. Het onderwerp leeft onder haar leeftijdsgenoten gemiddeld iets minder dan bij volwassenen. Uit een onderzoek uit 2019 van het Nationaal Comité 4 en 5 mei blijkt dat jongeren de Tweede Wereldoorlog beduidend minder interessant vinden dan volwassen Nederlanders. Waar 42 procent van alle Nederlanders veel interesse heeft in de oorlog, geeft slechts een klein deel van de jongeren aan er uit zichzelf veel mee bezig te zijn. Als jongeren interesse tonen, komt dat volgens het rapport voornamelijk door school of opleiding terwijl dat bij volwassenen vaker door persoonlijke familieverhalen komt.

Dat de oudere generatie wel directe verbondenheid met de oorlogsjaren heeft, blijkt uit de aanwezigheid van de 91-jarige Klaasje Bouman onder de zeshonderd bezoekers. Zij maakt de Tweede Wereldoorlog als kind mee en wordt na de bevrijding vanwege ernstige ondervoeding als zogenoemd ‘bleekneusje’ naar Denemarken gestuurd om bij een gastgezin aan te sterken. Tijdens de oorlog eten zij en haar familie tulpenbollen om te overleven.

Bouman noemt het van groot belang om herdenkingen fysiek bij te wonen zolang dat mogelijk is. In jaren dat dit niet lukt, volgt zij de Nationale Dodenherdenking op televisie. Volgens haar wordt het steeds belangrijker dat jongeren blijven begrijpen wat oorlog betekent, nu er steeds minder ooggetuigen in leven zijn. Ze hoopt dat de nieuwe generaties de zwaarte en angst zullen blijven begrijpen, ‘Anders worden onze verhalen vergeten en gebeurt alles weer opnieuw.’

Monument
Het monument op het Berlijnplein, ontworpen door kunstenaar Ate von Hes, neemt binnen de herdenking een bijzondere plaats in. Volgens de stichting is het in 2021 onthulde beeld het enige monument in Nederland dat zowel een vier als een vijf is. Daarmee symboliseert het zowel 4 mei, de dag van herdenken, als 5 mei, de dag waarop de vrijheid wordt gevierd.

Volgens Meijer laat de groei van de herdenking zien dat ook in jonge wijken als Leidsche Rijn de behoefte blijft bestaan om oorlogsslachtoffers te herdenken en stil te staan bij vrijheid.

Over de auteur

Sara Berkhout

Sara Elena Berkhout (Den Haag, 13 november 2000) groeide op als jongste van zes kinderen, waar ze zowel haar gevoel voor verbondenheid als haar Haagse directheid ontwikkelde. Ze rondde een muziekopleiding af, waarna ze zich richtte op haar journalistieke interesse in verhalen achter het nieuws. Een reis naar Kenia in 2016 versterkte haar fascinatie voor humanitaire thema’s en de waarde van persoonlijke verhalen.