LEIDSCHE RIJN – Terwijl sommigen een rondje wandelen in het park, lopen er in het nieuwe freerunpark in park Leeuwesteyn ongeveer tien volwassenen onderzoekend rond. Ze kijken naar welke sprongen, swings en lines ze kunnen maken tussen alle blokken en stangen. Een kind komt met de moeder aanlopen en gaat op een van de blokken klimmen. Voordat een van de volwassen freerunners een sprong maakt kijken ze even goed of het kind niet toevallig in de weg staat.
Terwijl de freerunners bezig zijn in het park vertelt Saïra Mellema, een van de ontwerpers van het freerunpark, dat het lastig is om een interessant en veilig park te maken. ‘Je wil natuurlijk een park maken dat interessant is voor volwassenen aangezien die er het meeste gaan trainen, maar je wil niet dat het onveilig is voor kinderen’, zegt Mellema. Om het park voor kinderen veilig te houden mogen de blokken niet te hoog zijn, ook is het belangrijk dat de kans dat je naar beton kan vallen minimaal is volgens Mellema.
Peter van Florestein doet al sinds zijn twaalfde aan freerunnen. Voordat hij een sprong maakt veegt hij met zijn hand over de onderkant van zijn schoenen heen. ‘Dat doe je zodat je meer grip hebt en minder snel wegglijdt tijdens de landing’, vertelt hij. Wanneer hij na meerdere keren toch elke keer blijft uitglijden zucht hij en loopt hij weer door op zoek naar een volgende challenge. ‘De bovenkant van de blokken heeft best veel grip, maar de zijkant is wel erg glad’, zegt Van Florestein. Het kindje loopt over de blokken heen en springt lachend op en neer terwijl de moeder met hen meeloopt. De freerunners blijven het kind een beetje in de gaten houden. ‘In freerunparkjes zitten vaak veel doden hoeken’, vertelt Mellema, ‘wanneer je dan een line gaat doen moeten er meerdere mensen op de uitkijk staan om te checken of er in de dode hoeken geen kinderen zijn’. Bij het ontwerpen van dit park heeft Mellema erop gelet dat er zo min mogelijk dode hoeken zijn.
‘Bij veel freerunparkjes heb ik het probleem dat sprongen of heel hoog en groot zijn of juist heel klein en laag bij de grond’, vertelt Van Florestein. ‘Dat is een wat simpelere manier van het toegankelijk houden voor kinderen en interessant maken voor volwassenen’, reageert Mellema. ‘Als je de hoge sprongen te hoog maakt voor het gemiddelde kind, dan heb je de zekerheid dat ze er niet op kunnen komen en dus ook niet vanaf kunnen vallen’.
Terwijl de freerunners bezig zijn en clips aan het filmen zijn, komen er zo nu en dan kinderen voorbij die met belangstelling aan het kijken zijn. Een groepje jongeren gaat aan de rand van het parkje op een paar lage blokken staan en aan een stang hangen. Wanneer een van de freerunners voorbij komt maken ze een kort praatje en lachen ze. ‘Veel ouders en kinderen vinden freerunners intimiderend overkomen wanneer we ergens aan het trainen zijn, maar niets is minder waar. We willen het gewoon gezellig houden terwijl we aan het sporten zijn’, zegt Van Florestein.
