LEIDSCHE RIJN – Op Tweede Pinksterdag veranderde het Berlijnplein in Leidsche Rijn in de Kinderrommelmarkt XL, ‘voor kinderen en door kinderen’, volgens de organisatrice. Dit jaar was het de grootste editie ooit, met maar liefst zeventig uitverkochte standplaatsen. Met zonnig weer in het vooruitzicht nam de organisatie voorzorgsmaatregelen, zoals voldoende schaduwplekken en limonade.
In de vroege ochtend stonden ouders met hun kinderen klaar om hun standplaats in te nemen. Zodra het plein grotendeels was opgebouwd, gaf de organisatie het startsein en renden de kinderen naar hun plek. In een rap tempo bouwden zij hun mini-winkeltjes op en begonnen ze te onderhandelen met bezoekers. Een stel rennende meisjes schreeuwde even later enthousiast: ‘Brownies, brownies, kom ze halen bij de ingang!’ Ze boden twee varianten aan voor vijftig cent per stuk, waarbij die met kleurrijke versiersels volgens de verkoopsters écht het lekkerst waren. Een jongetje zijn kleedje zorgvuldig inrichtte met speelgoed, kleding en knuffeltjes. Handgeschreven prijskaartjes werden op de producten geplakt en alles lag in een strak geordende volgorde. Een ouder echtpaar liep glimlachend over het pleintje. ‘Dit heeft wel wat weg van een mini-bazaar, met al die tentjes en kleedjes’, zeiden ze vrolijk tegen elkaar.
Organisatrice Gita van Bergen zag dat niet iedere standplaats in gebruik was toen ze over het terrein uitkeek. ‘Met het mooie weer zullen sommigen wel gekozen hebben voor het zwembad’, zei ze met een brede glimlach. Dat niet iedereen aanwezig was, viel niet op bij de lange rij bij de poffertjeskraam van Marjolein van Verwijk. ‘Het is geweldig om hier te staan; jong en oud komt hier samen’, zei ze terwijl ze in de brandende zon poffertjes staat te bakken. Een dolblije verkoper nam een portie poffertjes met ‘HEUL VEUL POEDERSUIKER’, terug naar de stalletjes. Een moeder keek stralend toe hoe haar zoontje zijn spulletjes verkocht en zei: ‘Met dit weer had hij ook naar het zwembad kunnen gaan, maar hij staat hier met plezier.’
Naarmate de middag vorderde, sprong een bluetooth-radio naar het nummer Daba Die Daba Daa van Kinderen voor Kinderen. Onder de naastgelegen tent liet de familie Tasdemir zien dat de rommelmarkt verder gaat dan alleen plezier: er werd ook stevig onderhandeld. ‘Kinderen leren hier omgaan met geld en worden zelf verantwoordelijker’, vertelde Betül Tasdemir trots. Diezelfde verantwoordelijkheid was te zien bij Suze, die een stukje verderop stond. Zij vond het allemaal maar spannend, want dit jaar stond ze hier voor het eerst. Haar trotse moeder Frea Zeilstra benadrukte: ‘Ze vindt het heel belangrijk om haar spulletjes te verkopen. Die zouden anders maar in de kliko verdwijnen.’
Bij De Loods op het terrein van het Berlijnplein, waar de kinderrommelmarkt in voorgaande jaren werd gehouden, loopt een breed glimlachende man in een zwart shirt de beige schaduwdoeken en de limonadetanks nog een laatste keer na. ‘Jesse’, roept één van zijn collega’s hem na. ‘Gisteravond heb ik nog snel vijftien flessen limonade ingeslagen’, vertelt Jesse Bonewit. ‘Ik zag de weersverwachting en wist dat het ontzettend heet zou worden. Ik vind dat wij ervoor moeten zorgen dat iedereen hier voldoende schaduw en te drinken heeft.’
Aan het einde van de middag, rond vier uur, klinkt nog eenmalig een rinkelend belletje vanaf het poffertjeskraampje. ‘De laatste ronde!’ zegt Van Verwijk. ‘Kom je poffertjes halen nu het nog kan!’ De laatste rits kinderen loopt naar het kraampje toe met rinkelende zakcentjes. Vol vreugde sluiten ze aan in de rij terwijl Marjolein de poffertjes klaarmaakt op de hete bakplaat. ‘Zijn dat je eigen zelfverdiende zakcentjes, of is dat van je ouders?’ vraagt Marjolein, waarop de jongen knikt en iets minder betaalt dan de vaste prijs. Na de laatste klant te hebben bediend, ruimt Marjolein op en loopt een jongetje slenterend over het pleintje met een grote ijsbeer over zijn schouders. Bakfietsen vol speelgoed racen snel het pleintje af en daarna is het plein weer zo goed als leeg.
Gita van Bergen kijkt nog één keer tevreden voor zich uit, terwijl ze zegt: ‘Ik hoop in september nog een editie te organiseren’. Daarnaast overweegt ze om volgend jaar honderd standplaatsen aan te bieden.