Nieuwegein-IJsselstein

Selecteer Pagina

‘Mensen noemen het mijn hobby, maar een hobby moet leuk zijn’

‘Mensen noemen het mijn hobby, maar een hobby moet leuk zijn’

Walter van Geffen in de bibliotheek van IJsselstein.

Walter van Geffen heeft Niet-Aangeboren Hersenletsel (NAH). Door deze handicap zijn delen van zijn hersenen beschadigd. Wat veel mensen hierdoor over het hoofd zien, is dat een groot deel van zijn hersenen nog prima functioneert. Om NAH een gezicht te geven, doet Walter mee aan de Living Library, een evenement waar bezoekers bijzondere verhalen kunnen ‘lezen’, door met anderen in gesprek te gaan.

Aan het begin van de dag komen de deelnemers van de Living Library samen. De boeken -zo noemt men de deelnemers- krijgen eerst een korte briefing over het dagprogramma. Vandaag zijn ze in de bibliotheek van IJsselstein, een ovaalvormig gebouw met veel natuurlijk licht.

Walter vertelt me dat dit niet zijn eerste keer is. Sinds 2018 Doet hij al mee aan Living Libraries door het hele land. Hoe hij hier beland is? ‘Een heel flauw antwoord zou zeggen: met de auto’, grapt hij. ‘Ik werd gevraagd om iets te vertellen over de gevolgen van hersenletsel in de bibliotheek van Eindhoven. Toen heeft iemand mij gewezen op de Human Library, zoals het destijds heette. Daar ben ik toen mee begonnen, en ik had er gelijk drie in twee weken tijd.’

‘Mensen zeggen weleens dat het mijn hobby is’, zegt Walter. ‘Maar dat is niet zo, want een hobby moet leuk zijn. Het is leuk om de andere boeken te spreken, maar ik vertel liever over mijn hobby’s dan mijn handicap. Ik vertel over mijn handicap om mensen iets bij te brengen, om begrip te kweken. In die zin is het mooi om te doen.’

‘Als je NAH hebt zien mensen dat niet aan je, omdat de schade vooral in je hersenen zit. Dan is het begrip ook ver weg. Dan zeggen ze van: “Goh, hij kan het wel uitleggen, waarom kan hij er dan niks aan doen?”. Daarom sta ik hier, om mensen duidelijk te maken wat NAH nou echt is.’

Vooroordelen over NAH komt Walter namelijk op een dagelijkse basis tegen. Hij komt gelijk met een voorbeeld: ‘Parkeren in een parkeergarage is voor mij heel moeilijk. Je moet een kaartje kopen, je kenteken invoeren… het gaat mij niet lukken. Ik had laatst een Living Library in Tilburg. Toen ik dit vertelde aan de jonge vrouw die tegenover mij zat, zei ze: “Dan vraagt u toch om hulp?”. “Dat is goed”, zei ik. “Het is buiten donker, ik moet zo naar de parkeergarage. Als ik, iemand die twee keer zou oud is, aan jou vraag of je met me mee loopt, zeg je dan ja?”. Toen schrok ze wel even. Ze zei dat ze niet mee zou gaan, omdat ze me niet kende. Vervolgens vroeg ik haar wat ze zou doen als ik in een rolstoel zat. Dan had ze me wel geholpen, zei ze. Dat is het probleem, dat mensen vooroordelen hebben.’

Deze vooroordelen gaan soms nog een stuk verder. Mensen schelden Walter soms uit, omdat hij NAH heeft. “Ik werk voor jouw uitkering” en “Heb JIJ kinderen?!” zijn voorbeelden die hij noemt. Deze opmerkingen laten hem niet koud. ‘Ik zou graag mijn eigen geld kunnen verdienen’, zegt Walter teleurgesteld. ‘Mensen onder- en overschatten je, en daar moet je een weg tussen vinden.

Het vinden van die weg is erg lastig. Ook tijdens dit interview is dat te zien. Als ik Walter een lange en complexe vraag stel, lukt het hem even niet om de vraag te volgen. Hij onderbreekt me. ‘Je stelt nu een heleboel vragen in één vraag’, begint hij. ‘Dan kan ik het niet meer zo goed bijhouden.’ Voordat ik mijn vraag opnieuw kan stellen, voegt hij eraan toe: ‘Daar kan jij niks aan doen. Ik zeg altijd: “IK heb die handicap, dus IK moet me aanpassen aan de maatschappij.” Dat er af en toe rekening mee wordt gehouden vind ik prima, maar ik kan niet verwachten dat mensen niet op hun eigen niveau kunnen praten, omdat ik erbij ben.’

Ook Walter zelf heeft vooroordelen. Twee tafeltjes verderop zitten een paar BOA’s, ook zij zijn hier vandaag als boeken. ‘Daarover denk ik ook: “Dat is de Playmobil-politie, die doen toch niks.” Als je dan met deze mensen in gesprek gaat, blijkt het toch heel anders te zijn. Dit zie ik ook echt terug in de Living Library, dat mensen verder leren kijken dan hun vooroordelen’.

Mensen zijn dus meer dan wat hun baan, eigenschappen en beperkingen doen denken. Wie is Walter dan, naast NAH-patiënt? Over zijn hobby’s zegt hij: ‘Ik schaak graag. Niet in een club, dat is me te druk, maar ik geniet er wel echt van. Daarnaast geef ik lezingen en presentaties over het oude cabaret, bijvoorbeeld Toon Hermans of Snip en Snap.’ Ook schrijft Walter boeken, en interviewt hij mensen voor zijn eigen website. Met zijn vrouw en kinderen is Walter ook veel bezig. ‘Papa was altijd thuis. Mensen noemen het weleens het voordeel van mijn handicap, maar daar ben ik het niet mee eens. Mijn gezin draait op honderd procent, terwijl ik maar voor zestig procent kan meedraaien. Dat kan soms best lastig zijn.’

Walter eindigt het interview met een ode aan zijn gezin. ‘Ik heb die handicap, maar mijn vrouw moet er ook 24 uur per dag mee omgaan. Petje af voor mijn vrouw, echt waar.’ We praten even na, en nemen vervolgens afscheid. Maar voordat Ik vertrek zegt Walter nog één ding: ‘Ho, even mijn trots laten zien.’

Met een stralend gezicht haalt hij zijn telefoon tevoorschijn, met daarop een foto van zijn dochters aan het strand.

 

 

Over de auteur

Thijs Vos

Thijs (2006) is eerstejaars student journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Hij heeft een Cambridge Engels c2 certificaat en havo diploma. Thijs is journalistiek gaan studeren omdat hij zich graag bezig houdt met verhalen en onderzoek. Binnen de journalistiek houdt hij zich vooral bezig met kleinschalig en lokaal nieuws.