In Nederland komt het regelmatig voor dat opdrachtgevers proberen het risico op naheffingen bij zzp’ers neer te leggen. Dit kan gebeuren wanneer de Belastingdienst een naheffing oplegt voor te weinig betaalde belasting, bijvoorbeeld als blijkt dat de zzp’er eigenlijk als werknemer moet worden gezien. In zo’n geval zou de opdrachtgever normaal gesproken verantwoordelijk moeten zijn voor de belasting, maar sommige opdrachtgevers proberen dit risico op de zzp’er af te schuiven, vaak via contracten waarin dit expliciet wordt vermeld. Dit is echter niet altijd toegestaan.
Wet DBA en de werkrelatie
Volgens de Wet DBA (Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) moeten opdrachtgevers en zzp’ers goed kijken naar de aard van hun werkrelatie. De wet bepaalt dat je alleen als zzp’er mag werken als er geen sprake is van een dienstverband, dus zonder gezagsverhouding of vaste werktijden. Als een zzp’er eigenlijk meer lijkt op een werknemer, kan de Belastingdienst besluiten om belasting na te heffen, wat vaak neerkomt op naheffing van loonbelasting en sociale premies.
Verantwoordelijkheid van de opdrachtgever
Opdrachtgevers kunnen niet zomaar zeggen dat de zzp’er het risico van een naheffing draagt. De wet schrijft voor dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de situatie waarin er een verkeerd oordeel is over de arbeidsrelatie. De Belastingdienst kijkt hierbij niet alleen naar wat er in een contract staat, maar ook naar de feitelijke werkrelatie.
Bekijk hier de korte reportage met arbeidsjurist Maud: