De straten van Slowakije vullen zich de laatste tijd steeds vaker met demonstrerende burgers. De onrust groeit, en mensen trekken de straat op om hun stem te laten horen. Maar wat is er precies aan de hand?
De Slowaakse regering is terughoudend in haar steun aan Oekraïne. Volgens premier Fico is er geen uitzicht op een overwinning voor Oekraïne en zou Europa hier geen energie, tijd en geld in moeten steken.
Ook in Servië zijn de afgelopen tijd veel protesten geweest. Er is een gemeenschappelijke link tussen beide landen. “Slowakije is lid van de Europese Unie en Servië is kandidaat-lid, maar beide regeringen zijn kritisch over Europa en hebben twijfels over de besluitvorming binnen de EU”, zegt Lázló Marácz, Oost-Europa-deskundige en senior docent Oost-Europese studies aan de Universiteit van Amsterdam.
Botsingen binnen Europa
Europa wil de steun aan Oekraïne voortzetten, maar binnen de Europese Unie zorgt dit voor interne spanningen. Marácz stelt: “Demonstranten reageren hierop en vinden dat de Slowaakse regering te veel naar Rusland luistert.” Dit sentiment wordt versterkt door het feit dat premier Fico afgelopen december een ontmoeting had met Poetin. Tijdens dit gesprek bespraken ze onder andere de gasvoorziening, aangezien Slowakije voor de Russische gas stop veel winst maakte met de doorvoer van Russisch gas.
Toekomstperspectief
Volgens Marácz zal de situatie rond Oekraïne uiteindelijk leiden tot een akkoord tussen de Verenigde Staten en Rusland over de voortgang van de oorlog. Oekraïne en de Europese Unie zullen zich hier waarschijnlijk tegen verzetten, wat voor verdere spanningen zal zorgen. De tegenstellingen tussen voor- en tegenstanders van verdere betrokkenheid bij de oorlog zullen steeds verder toenemen. De Oekraïne-kwestie lijkt daarmee een splijtzwam binnen het westerse bondgenootschap te worden.
Dat zien we ook terug in de demonstraties in diverse Europese steden, waaronder Amsterdam. Maar wat drijft juist deze mensen om de straat op te gaan tegen de Slowaakse regering?