Vijfentwintig jaar geleden na het eerste wettelijke homohuwelijk ter wereld opent in De Nieuwe Kerk de tentoonstelling Queer Amsterdam, de roze stad. De tentoonstelling vertelt vier eeuwen queer geschiedenis aan de hand van persoonlijke verhalen, kunst, foto’s en archiefmateriaal.
De tentoonstelling sluit aan bij een bredere vraag: hoe geef je queer geschiedenis door aan generaties voor wie rechten zoals het homohuwelijk misschien vanzelfsprekend voelen? Nederland was in 2001 het eerste land ter wereld waar paren van hetzelfde geslacht mochten trouwen. Amsterdam speelde daarin een pioniersrol.
Volgens curator Hélène Webers gaat het niet alleen om grote historische momenten, maar juist ook om verhalen die lang onzichtbaar bleven: “Veel van deze verhalen mochten er lange tijd niet zijn”, volgens haar vonden deze plaats in het onzichtbare en in het verborgene.
Toch is die geschiedenis niet altijd zichtbaar gebleven. Jasper Kuipers, bestuurslid van Stichting Queer Museum, benadrukt juist hierom het belang van de zichtbaarheid, tijdens een interview voor NPO 1: “Wat belangrijk is, dat stop je in een museum”, volgens hem zijn er: “zoveel verhalen te vertellen en zoveel geschiedenis”.
De Nieuwe Kerk wordt daarmee meer dan alleen een tentoonstellingsruimte. Op een plek die historisch verbonden is aan kerkelijke traditie en uitsluiting, krijgt queer Amsterdam nu juist een zichtbare plaats. Niet alleen om terug te kijken, maar ook om te bewaren, te erkennen en door te geven.