De ‘stap niet op een bij dag’: Ongeveer een kwart sterft in de winter

De ‘stap niet op een bij dag’: Ongeveer een kwart sterft in de winter

Bron: ANP

Als we terugblikken op de afgelopen winter heeft ongeveer een kwart van de Nederlandse honingbijenvolken de winter niet overleefd. Dit blijkt uit een onderzoek van WUR, Wageningen University en Research. Dat de wintersterfte boven de twintig procent uitkomt is niks nieuws. Het is namelijk al het vierde jaar op rij waar de Nederlandse bijenhoudersvereniging spreekt van een zorgwekkend hoog niveau.
Door naar de wintersterfte van de bij te kijken kan er een graadmeter gemaakt worden om te bepalen hoe gezond de bijen zijn. Wanneer de sterfte boven de tien procent uitkomt beschouwen de onderzoekers van EPILOBEE dit als uitzonderlijk. In Nederland bestaan er verschillen tussen regio’s. Zo zijn er in Groningen zo een 41 procent van de volken omgekomen, terwijl dit in Overijssel zeventien procent is. Aan het onderzoek waar 840 imkers aan mee gewerkt hebben werd er door meer dan de helft bevestigd dat alle volken de winter zouden hebben overleefd. Aan de andere kant geeft zeven procent juist aan alle volken verloren te hebben.

De WUR stelt invasieve soorten, virussen en parasieten als de mogelijke oorzaken. Bodemecoloog Elly Morriën stelt dat die factoren in een samenhang bekeken moeten worden. Het gif dat gebruikt wordt binnen de landbouw kan een geheel bijenvolk verzwakken, hierdoor zijn ze een stuk gevoeliger voor ziekten en mijten, vertelt ze.
‘De honingbij is een beetje zoals wij een koe behandelen in Nederland’ Morriën wilt hiermee duidelijk maken dat de cijfers enkel over de honingbijen gaat. ‘Die worden gehouden voor honing, maar dat dan ook maar één soort.’ In Nederland kennen we veel meer soorten bijen, als de wilde en solitaire bij. Deze zijn het belangrijkst voor de bestuiving van de wilde planten en landbouwgewassen. ‘Ze leven niet in door de imker beheerde volken.’

De inrichting van een landschap speelt ook een belangrijke rol, maar veel hiervan is enorm aangeharkt. ‘Alles wordt heel snel gemaaid voordat het kan bloeien.’ De bij heeft het gehele groeiseizoen bloeiende planten nodig. Wat daarbij kan helpen is het verminderen van maaien, inheemse planten laten groeien en het neerzetten van bijenhotels.

Volgens Morriën zijn de zijn de huidige lokale maatregelen niet voldoende zolang we gebruik blijven maken van schadelijke bestrijdingsmiddelen. ‘Dan is het een beetje dweilen met de kraan open.’ Via de bodem en planten komen pesticiden in insecten terecht die hierna weer door vogels gegeten worden. Een bijvriendelijker landschap betekent daarom volgens Morriën niet alleen meer bloemen en plantjes, maar ook minder chemische druk en echte veranderingen binnen het natuurbeheer en de landbouw.

 

Bekijk hier de bijbehorende reportage en fragment vanuit de uitzending:

Over de auteur

Erik Schreurs

Erik Schreurs is momenteel een 17 jarige Hilversummer die studeert aan de Hogeschool Utrecht voor de opleiding journalistiek. Zijn interesses liggen voornamelijk bij het bespreekbaar maken van persoonlijke en gevoelige onderwerpen en het menselijk gedrag dat hierbij komt kijken. Taboes doorbreken is voor hem zeker een doel en doormiddel van zijn producties wil hij graag iets betekenen voor de mede mens.