Vandaag is een spannende dag voor de leerlingen uit groep 8: de uitslagen van de doorstroomtoets zijn binnen. Deze uitslagen moeten bijdragen aan eerlijk schooladvies. Niet iedereen is overtuigd van dit initiatief. Wat is dan wél de beste manier om het schooladvies vast te stellen?
Al jarenlang is er kritiek op het schooladvies. Vanaf 2015 was het advies van de leerkracht namelijk leidend. En dat zorgde voor problemen: vooroordelen zouden ervoor zorgen dat kinderen met een migratieachtergrond of een lage sociaaleconomische status structureel ondergeadviseerd worden. Oftewel: het zorgde voor meer kansenongelijkheid in het onderwijs.
Oplossing
Om de schooladviezen zo eerlijk mogelijk vast te stellen, is vorig jaar de doorstroomtoets in het leven geblazen. De uitslag van deze toets is doorslaggevend in het definitieve advies; wanneer je een hoger niveau behaalt op de toets dan wat het advies aangaf, moet de leerkracht verplicht het advies ophogen. Andersom geldt dat niet, een lagere score op de toets kan dus geen negatieve invloed hebben op het advies. Als een leerling dus onterecht wordt benadeeld, kan dit alsnog rechtgetrokken worden aan de hand van een hogere score in de doorstroomtoets.
Ophef
Toch is er ook ophef over deze oplossing ontstaan. Afgelopen week begonnen de zogenoemde ‘weigerouders’ een petitie om het verplichten van de doorstroomtoets af te schaffen.
In tegenstelling tot voorheen kunnen basisscholen kiezen uit zes verschillende toetsaanbieders. De resultaten van deze toetsen verschillen dan ook, zo hadden bepaalde toetsen meer havo/vwo-uitslagen dan andere.
‘Deze toetsen zijn allemaal genormeerd op andere normgroepen. Het hangt dus af van de toets wat voor advies de leerling krijgt. Ik snap dat daar heibel over is’, aldus drs. Christine Hylkema, onderwijskundige, organisatieadviseur en interim-bestuurder. Volgens haar vermindert het ook niet per se de kansenongelijkheid: ‘Mensen gaan hun kinderen voorbereiden op die toets, en dat zijn vaak de hoogopgeleide ouders. Dus dan krijg je alsnog een verschil in kansen.’
De oplossing volgens Hylkema? ‘Het begint bij de samenwerking tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Daar valt nog veel winst te halen.’
Beluister hier de reportage.