Vanaf 2028 schrapt het kabinet de subsidie voor zorgstages, het zogeheten Stagefonds Zorg. Dit fonds, dat jaarlijks €122 miljoen kost, helpt zorginstellingen bij het opleiden van onze toekomstige zorgprofessionals. Maar wat betekent het verdwijnen van deze subsidie in de praktijk? De cijfers laten een zorgwekkend beeld zien.
Uit data van het CBS (2023) blijkt dat er jaarlijks ruim 60.000 fulltime stageplekken worden gefinancierd via het Stagefonds. Zonder deze ondersteuning dreigen veel zorginstellingen minder stagiaires aan te nemen. Dit kan de instroom van nieuwe verpleegkundigen in gevaar brengen, terwijl de zorgsector nu al kampt met tekorten.
Volgens een evaluatie van de Rijksoverheid in 2020 vormt het tekort aan stagebegeleiders een knelpunt, los van financiële middelen. Echter, het schrappen van de subsidie vergroot de druk op bestaande begeleiders. Minder financiële ondersteuning betekent minder ruimte voor het opleiden van studenten, waardoor de kwaliteit van stages achteruit kan gaan.
Ook het SBB (2024), de organisatie die zich inzet voor stageplaatsen, waarschuwt voor de gevolgen van de bezuiniging. Zorgorganisaties geven aan dat zonder deze subsidie stageplekken verdwijnen en dat stagiaires minder goed voorbereid aan hun loopbaan beginnen. Dit heeft direct invloed op de toekomstige kwaliteit van de zorg.
Daarnaast dreigt een vicieuze cirkel te ontstaan: minder stagiaires betekent minder nieuwe instroom in de zorg, wat de werkdruk voor zittend personeel verder verhoogt. Dit kan leiden tot meer uitstroom en nog grotere tekorten. Zorginstellingen vrezen dat het afschaffen van de subsidie niet alleen studenten treft, maar de hele zorgsector onder druk zet.
Met een vergrijzende bevolking en toenemende zorgvraag lijkt het afschaffen van de subsidie een risicovolle beslissing. De vraag blijft: hoe kan de zorgsector voldoende nieuwe krachten blijven opleiden zonder deze financiële steun?
Meer over de impact van deze bezuinigingen hoor je in deze audioreportage.