Aan de Croeselaan in Utrecht, net buiten de singel waar de stad overgaat in de Dichterswijk, staat een muur die de afgelopen jaren een herkenbaar onderdeel van de buurt is geworden. Hier komen kunst en dagelijks leven samen. De muurschildering van Munir de Vries is daar een goed voorbeeld van. Toen ik de schildering voor het eerst zag, viel me vooral de rust op. Tussen het verkeer, de fietsen en het constante stadsgeruis voelde de muur als een plek waar je even tot stilstand komt.
Het begon in 2017, toen De Vries de eigenaar van een sportzaak vroeg of hij de zijmuur mocht beschilderen. De eigenaar reageerde droog: “Veel slechter kan ’t niet worden, dus doe maar.” Die zin typeert de ontspannen start van het project. Het eerste werk dat daaruit ontstond was expressief, vol beweging en kleur, een typisch voorbeeld van De Vries’ stijl in die periode. De buurt reageerde nieuwsgierig. Sommigen vonden het een aanwinst, anderen moesten wennen aan de plotselinge verandering van de straat. Maar het zorgde in elk geval voor gesprek. De muur, jarenlang onopvallend grijs, was weer iets om naar te kijken.
Na een paar jaar begon de schildering te verweren. Zon, regen en mos deden hun werk. De kleuren vervaagden en de muur verloor zijn scherpte. Op dat moment meldde zich een marketingbureau dat reclame op de muur wilde plaatsen. Ze zeiden dat ze toestemming hadden van de eigenaar, maar dat bleek niet te kloppen. Voor De Vries was dat een vervelend moment. Zijn werk, dat met buurtinstemming was ontstaan, dreigde overschilderd te worden door een commerciële boodschap.
In plaats van het te laten gebeuren, besloot De Vries het initiatief terug te pakken. Samen met Maurice Bongers, onder meer betrokken bij het Dichterswijk Festival, vroeg hij subsidie aan bij het Ondernemersfonds Utrecht. Met die steun kon hij een nieuw werk maken, over zijn eigen oude schildering heen. Daarmee kreeg het project letterlijk een nieuwe laag.
Waar zijn eerste werk druk en fel was, koos De Vries dit keer voor meer rust. Het resultaat is een liggende figuur in warme tinten bruin, oranje en turquoise. De lijnen zijn vloeiend, de vormen afgerond. In de drukke verkeersstroom van de Croeselaan straalt de muur nu juist kalmte uit.
Tijdens de voorbereiding ging De Vries in gesprek met buurtbewoners, iets wat hij belangrijk vindt bij zijn projecten. Een ontmoeting met een moeder en haar kinderen bleef hem bij. Een van de kinderen wees naar een ronde steen vlakbij de muur en zei: “We moeten stil zijn, want daar slaapt een olifant.” Het was een spontane opmerking, maar voor De Vries betekende het veel. Het kind benoemde precies wat hij zelf probeerde te vangen: rust en een gevoel van stilte midden in de stad. De uitspraak inspireerde hem en beïnvloedde zijn verdere ontwerp.
Het maakproces verliep niet helemaal soepel. Binnen de VvE van het gebouw was er een bewoner die kritisch was over het ontwerp. Hij vond dat de Domtoren erin moest. De VvE moest snel reageren, wat De Vries het gevoel gaf dat zijn artistieke vrijheid onder druk stond. Uiteindelijk kwam de Domtoren er toch in, subtiel en klein, bijna verstopt in het geheel. Het is een detail dat de meeste mensen niet direct opmerken, maar wie goed kijkt, ziet het.
Voor De Vries is street art meer dan decoratie. Hij ziet het als een manier om met de omgeving in gesprek te gaan. Zijn werk moet niet alleen mooi zijn, maar ook iets toevoegen, een moment van reflectie, van vertraging. Sommige onderwerpen, zegt hij, krijgen pas echt aandacht wanneer ze letterlijk zichtbaar worden in de stad. Dat idee is in dit werk goed te herkennen.
Toen ik de schildering voor het eerst zag, wist ik niet direct wat ik zag. Het werk is erg groot, de vormen zijn abstract, de betekenis blijft open. Je moet de tijd nemen om het te lezen. In eerste instantie zag ik vooral kleurvlakken en beweging, zonder duidelijk beeld. Maar hoe langer ik keek, hoe meer verbanden ik begon te zien. Het turquoise deed me denken aan water, het oranje aan de gloed van een zonsondergang, en het groene gedeelte aan gras. De warme bruintinten gaven het geheel iets menselijks, alsof er iemand ligt te rusten in de luwte van de stad. Die combinatie riep bij mij iets vertrouwds op, een sfeer die me deed denken aan warme zomeravonden toen ik met vrienden ging zwemmen in de Munt, een paar minuten verderop. De schildering voelt als een rustmoment in een omgeving die altijd beweegt. De Croeselaan is druk: auto’s, fietsers, bussen, het constante verkeer tussen centrum en buitenwijk. Midden in dat ritme ligt nu iets dat juist niet beweegt, maar stil is. Dat contrast werkt goed. De schildering eist geen aandacht op, maar verdient die door er gewoon te zijn.
Wat me ook aanspreekt, is dat het werk niet probeert te imponeren. De kleuren zijn warm maar niet schreeuwerig, de vormen vriendelijk maar niet zoet. Het heeft een vanzelfsprekende plek gekregen in de straat. De muur lijkt eerder onderdeel van het straatbeeld dan een toevoeging erop. Dat vind ik sterk: het werk voegt zich naar de omgeving. De details maken het af. De kleine Domtoren en het Rabobankgebouw zijn subtiele verwijzingen naar de plek zelf. Ze verbinden het werk met Utrecht; het voelt daardoor lokaal en persoonlijk tegelijk.
Op het eerste gezicht lijkt de schildering misschien moeilijk te begrijpen. Je ziet vormen, kleuren en beweging, maar geen direct verhaal. Toch is dat juist wat het interessant maakt. De Vries dwingt de toeschouwer niet om iets te vinden. Het werk is open en rustig.
De kracht van dit werk zit voor mij dan ook in die rust. Het vertraagt even de blik van de voorbijganger, en wie vaker langsloopt, ontdekt steeds meer details.
Het laat zien dat street art niet altijd provocerend of luid hoeft te zijn om indruk te maken. Het kan ook stil zijn, en juist daardoor blijven hangen. De muurschildering aan de Croeselaan is in die zin niet spectaculair, maar wel zorgvuldig gemaakt. Ze past bij de plek, bij de stad en bij de tijd.
Voor mij laat dit werk goed zien hoe kunst in de openbare ruimte kan werken: niet door te schreeuwen, maar door gewoon aanwezig te zijn. De schildering is ingetogen en herkenbaar, zonder alles te willen uitleggen. Juist dat maakt het sterk, je hoeft het niet helemaal te begrijpen om het te waarderen.
