De AI-kloof in Europa: hoe land, leeftijd en doeleinden ons gebruik bepalen

De AI-kloof in Europa: hoe land, leeftijd en doeleinden ons gebruik bepalen

Foto: Pexels, dkomov

Steeds meer mensen gebruiken AI voor allerlei verschillende redenen. Denk aan vragen als: “Kun je een podcast maken van mijn leerstof?” , “Wil je me helpen met het schrijven van een sollicitatiebrief?” , “Is er oorlog in Dubai?” of “Hoe stel je een noodpakket samen?” Toch is er een duidelijk verschil te zien op het Europese continent. Het ene land kan bijna niet meer zonder AI, terwijl het andere land pas net het nut ervan begint in te zien. Nieuwe cijfers van Eurostat tonen de diepe digitale kloof die door Europa loopt.

Digitale tweedeling

Landen die (nog) geen lid zijn van de EU, of recent zijn toegetreden, blijven achter op het gebied van generative AI. Dit is een vorm van AI die niet alleen bestaande gegevens bekijkt, maar zelf ook nieuwe content creëert. De gevestigde EU-lidstaten laten duidelijk zien dat zij meer gebruik maken van generatieve AI dan landen in de ‘wachtkamer’ van de EU of aan de buitengrenzen. Dit geldt vooral voor de Balkanlanden, zoals Noord-Macedonië, Roemenië, en Bosnië, die opvallend ver achterblijven bij het Europese gemiddelde, dat rond 37 procent ligt. Dit laat een digitale tweedeling zien binnen het Europese continent. Nederland scoort met 44.7 procent juist ver boven dat gemiddelde. De echte koploper op het gebied van generatieve AI-tools is Noorwegen, dat ruim 19 procent boven het gemiddelde zit.

De default

Over het algemeen is te zien dat mensen AI vooral om privéredenen gebruiken. Per land verschilt het erg of men het daarnaast voor studie of voor werk gebruikt. Opvallend in Nederland is dat privé- en professioneel gebruik heel dicht bij elkaar liggen. 

Er is een duidelijke AI-kloof zichtbaar. Volgens Dr. David L.R. Maij, gedragspsycholoog en oprichter van Onderwijs AI, zijn er ook tussen scholen onderling enorme verschillen. De ene school heeft al beleid en experimenteert bewust, terwijl de andere school het er nog nauwelijks over heeft gehad. Scholen weten vaak niet goed wat mag en wat verstandig is. Dit wordt de ‘default’ genoemd: even niets doen. Dat verklaart ook waarom mensen AI vooral privé gebruiken. Daar hoef je immers geen toestemming voor te vragen. 

Daarbij kan Dr. Maij zich goed voorstellen dat die ongelijkheid tussen landen op een vergelijkbare manier werkt. “Het hangt allemaal samen met de digitale infrastructuur, het beleid en hoe snel instituties bewegen, dat is de reden dat het gebruik per land zo sterk kan verschillen.“ , vertelt hij.

Tieners als AI gebruikers

Er is door Eurostat ook gekeken naar het gebruik van AI in drie verschillende leeftijdsgroepen: 16 tot 17 jaar, 16 tot 19 jaar en 16 tot 24 jaar. Wat opvalt is dat niet de twintigers maar juist de tieners van 16 en 17 jaar het meest gebruikmaken van AI. “Dat de groep 16-17 jaar relatief veel AI gebruikt, verbaast me niet” , vertelt Dr. Maij. Hij onderbouwt dit door te zeggen dat deze leeftijdsgroep midden in hun schoolcarrière zit en op zoek is naar manieren om sneller door hun werk te komen. AI gaat niet meer weg. De manier waarop jongeren informatie zoeken en verwerken verandert fundamenteel. Dat is geen hype.

Conclusie

De cijfers van Eurostat laten zien dat het gebruik van generatieve AI-tools verschilt per land. Het is een kloof die niet alleen door landsgrenzen wordt bepaald, maar ook hoe we de tools gebruiken. Voornamelijk gebruiken mensen het voor privéredenen en vaak door de jongerengroep van 16 tot 17 jaar. Of het nu gaat om beleid op scholen of de digitale infrastructuur van een land, de basis voor de toekomst wordt nu gelegd. Met een duidelijke conclusie AI is geen hype en het gaat niet meer weg.

Verantwoording van de data:

De cijfers uit dit artikel zijn afkomstig uit de dataset van Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie. De dataset ‘Individuals – use of generative AI tools’ is op 25 februari 2026 gepubliceerd. 

Voor dit verhaal is gekeken naar het percentage van de bevolking dat in de afgelopen 3 maanden gebruik heeft gemaakt van generatieve AI-tools. Hierbij is een vergelijking gemaakt tussen verschillende Europese landen en drie leeftijdsgroepen. Daarnaast is er ook nog onderscheid gemaakt tussen privé-, werk- en onderwijsgebruik. Het gemiddelde is berekend door alle percentages van de landen bij elkaar op te tellen en te delen door het aantal landen. 

Belangrijk is om te melden dat in de datavisualisaties de percentages zijn afgerond. Dit is gedaan om het zo duidelijk mogelijk te maken voor de lezer.

Over de auteur

Noor Prummel

Noor Prummel (2005) is een sociale beginnend journalist. Ze is erg geïnteresseerd in verschillende onderwerpen, bijvoorbeeld geschiedenis, de samenleving, cultuur en onderwijs. Ze staat altijd open voor een gesprek. Noor Prummel vindt nieuws erg belangrijk om mensen zo goed mogelijk informatie te geven over wat er allemaal gebeurt in het land. Neem graag contact met mij op voor informatie of journalistieke tips. Noor.prummel@student.hu.nl