Jouw achternaam bepaalt je kansen

Jouw achternaam bepaalt je kansen

‘Een Nederlandse achternaam opent deuren. Een buitenlandse achternaam sluit ze.’

In de krapste woningmarkt ooit lijkt iedereen op gelijke voet te staan, maar schijn bedriegt. Achter de cijfers en teksten van advertenties schuilt een hardnekkig probleem: systematische discriminatie op basis van je achternaam. Wie een buitenlands klinkende naam heeft, bijvoorbeeld Turks, Marokkaans of Arabisch, krijgt aanzienlijk minder vaak de kans op een huurwoning dan iemand met een traditionele Nederlandse achternaam. Dat blijkt uit meerdere onderzoeken van bijvoorbeeld monitoren van het Verwey-Jonker instituut en uit de dagelijkse ervaringen van woningzoekenden.

Uit een landelijk onderzoek van Art.1 en Radar blijkt met mystery calls en praktijktesten dat mensen met een buitenlandse achternaam vaker oneerlijk worden behandeld op de vrije huurmarkt. Volgens dat onderzoek kreeg ruim 8 procent van de mannen met een buitenlandse achternaam te maken met discriminatie, tegenover een veel lagere percentages bij mensen met een Nederlandse naam. In profielen met Marokkaans klinkende achternamen werden tot wel 23 procent minder vaak uitgenodigd voor een bezichtiging dan identieke profielen met een Nederlandse achternaam. Ongeveer 86 procent van de makelaars gaf aan om in te gaan op bepaalde verzoeken. Gemeenten, zoals bijvoorbeeld gemeente Arnhem en brancheorganisaties, bevestigen dat dit geen eenmalige incidenten zijn, maar een structureel terugkerend patroon, vooral bij particuliere verhuurders en kleinere makelaars, waar toezicht en transparantie vaak ontbreken.

Voor Youssef (29) werd het probleem van discriminatie op de woningmarkt pijnlijk concreet. Hij werkt fulltime in de IT, heeft een vast contract en verdient ruim boven de inkomenseisen die in woningadvertenties worden gesteld. Op papier is hij precies de huurder waar veel verhuurders naar zeggen te zoeken. Toch bleef het maandenlang stil nadat hij op tientallen huurwoningen had gereageerd. “Ik kreeg zelden een afwijzing,” vertelt hij. “Meestal hoorde ik gewon niets. Je gaat dan automatisch bij jezelf zoeken: doe ik iets fout? Is mijn inkomen niet hoog genoeg? Reageer ik te laat?”

Na verloop van tijd begon die twijfel te knagen. Youssef merkte dat vrienden met vergelijkbare banen en inkomens wel sneller reacties kregen. Op advies van een vriend besloot hij een experiment te doen. Hij reageerde opnieuw op een aantal woningen waar hij eerder geen reactie op had gekregen, met exact dezelfde motivatie en dezelfde gegevens, alleen zijn naam veranderde. Binnen een week ontving hij meerdere uitnodigingen voor bezichtigingen. “Dat moment vergeet ik niet,” zegt hij. “Het voelde alsof iemand hardop bevestigde wat ik eigenlijk al wist, maar niet wilde toegeven: mijn naam was het probleem.”

De ontdekking maakte hem boos en moedeloos tegelijk. “Je beseft ineens dat je niet alleen strijdt tegen een woningtekort, maar ook tegen een beeld dat mensen van je hebben zonder je ooit gesproken te hebben.” Sindsdien twijfelt Youssef bij elke reactie die hij verstuurt: gebruikt hij zijn eigen naam, of kiest hij opnieuw voor een ‘veiligere’ optie? “Dat voelt verkeerd,” zegt hij. “Alsof je een deel van jezelf moet inleveren om kans te maken op iets fundamenteels zoals een woning.”

Ook internationaal wordt dit patroon bevestigd. Correspondentietesten in onder meer Zweden tonen aan dat fictieve huurders met Arabisch-, Oost-Europees- of Aziatisch-klinkende namen aanzienlijk minder vaak een reactie kregen van verhuurders dan identieke profielen met een naam die behoort tot de dominante groep. Een analyse van 25 studies in ontwikkelde landen laat zien dat etnische discriminatie in de huurmarkt wijdverbreid is, en dat namen hierin een cruciale rol spelen. Personen met namen die worden geassocieerd met minderheden kregen structureel minder positieve reacties. Vergelijkbare resultaten zijn gevonden in Spanje en Frankrijk, waar naam-signalen die etnische achtergrond suggereren een duidelijke invloed hebben op de kans op een woning.

Volgens Marit Verstappen, onderzoeker bij het Verwey-Jonker instituut, functioneren namen als sociale signalen. Ze roepen associaties op over afkomst, religie, sociale klasse of ‘passen in de buurt’. Verhuurders gebruiken deze signalen soms bewust, maar vaak ook onbewust, bij hun selectie. Deze mechanismen zijn nauw verbonden met stereotypen en vooroordelen. Een naam kan ertoe leiden dat iemand als ‘risicovoller’ of ‘minder gewenst’ wordt gezien, zelfs wanneer inkomen, werk en kredietwaardigheid volledig gelijk zijn aan die van iemand met een Nederlandse naam. Juist omdat deze discriminatie vaak subtiel en impliciet is, blijft zij moeilijk te bestrijden.

In Nederland is discriminatie op de woningmarkt verboden. Verhuurders mogen geen kandidaten afwijzen op basis van afkomst, religie, geslacht of andere irrelevante kenmerken. Sinds januari 2024 zijn verhuurders bovendien verplicht hun selectiecriteria schriftelijk vast te leggen en transparant te maken, om discriminatie tegen te gaan. Toch laten praktijktesten, uitgevoerd door organisaties zoals Art.1, Radar en het Verwey-Jonker instituut, zien dat deze regels in de praktijk regelmatig worden omzeild. Vooral in de beginfase van selectie, waar geen uitleg hoeft te worden gegeven, blijft discriminatie lastig te bewijzen.

Volgens Tristan Bons, adjunct-directeur van brancheorganisatie VBO Makelaar, hebben veel woningzoekenden “echt gelijk” als zij aangeven dat zij zijn gediscrimineerd op basis van hun achternaam. Hij benadrukt dat het probleem aantoonbaar en structureel is, met name in de particuliere huursector waar de druk hoog is en verhuurders veel keuze hebben. “Juist in een overspannen markt zie je dat selectie sneller en minder zorgvuldig gebeurt, en dat vergroot de ruimte voor uitsluiting,” aldus Bons. Naast signalen uit de praktijk en cijfers uit binnen- en buitenland wijst ook het Verwey-Jonker Instituut al langer op de structurele aard van discriminatie op de woningmarkt. Het onderzoeksinstituut, dat zich richt op sociale vraagstukken zoals ongelijkheid, integratie en uitsluiting, benadrukt dat discriminatie op basis van achternaam geen losstaand probleem is, maar onderdeel van een breder systeem van sociale ongelijkheid.

Marit Verstappen stelt dat naamdiscriminatie vaak fungeert als een vroege filter in het selectieproces. “Juist omdat deze selectie plaatsvindt voordat er persoonlijk contact is, blijft discriminatie grotendeels onzichtbaar,” concluderen zij. Volgens Verstappen werkt dit mechanisme versterkend: mensen met een migratieachtergrond krijgen minder toegang tot stabiele woonomgevingen, waardoor bestaande achterstanden zich verdiepen en doorwerken naar volgende generaties.

Verstappen wijst er bovendien op dat wonen een sleutelpositie inneemt in iemands leven. De wijk waarin iemand terechtkomt, bepaalt in hoge mate de kwaliteit van scholen, sociale netwerken, gezondheidsvoorzieningen en arbeidskansen. Wanneer toegang tot deze wijken ongelijk wordt verdeeld, ontstaat er een vicieuze cirkel van uitsluiting. Discriminatie op de woningmarkt draagt zo bij aan ruimtelijke segregatie en vergroot de kloof tussen groepen in de samenleving.

Volgens het Verstappen is wetgeving alleen onvoldoende om deze patronen te doorbreken. Zij pleiten voor actieve handhaving, structurele praktijktesten en meer verantwoordelijkheid bij gemeenten en verhuurplatforms. Zonder toezicht en consequenties blijft discriminatie een laag-risicohandeling voor verhuurders, terwijl de gevolgen voor woningzoekenden groot zijn. “Gelijke kansen op wonen vragen niet alleen om regels, maar om daadwerkelijke controle en politieke wil,” benadrukt Verstappen.

De impact van discriminatie op de woningmarkt reikt verder dan het al dan niet vinden van een huis. Het versterkt segregatie, beperkt de toegang tot buurten met betere voorzieningen en vergroot verschillen in kansen op werk en onderwijs. Zo wordt afkomst een stille maar doorslaggevende factor in waar iemand kan wonen en daarmee in hoe iemands toekomst eruitziet.

Discriminatie op de woningmarkt op basis van achternaam is geen mythe, maar een realiteit met harde cijfers. Van minder uitnodigingen voor bezichtigingen tot systematische voorkeuren voor Nederlandse namen boven buitenlandse: ondanks wettelijke bescherming blijft de praktijk hardnekkig bestaan. Het resultaat is een woningmarkt die niet alleen krap is, maar ook structureel ongelijk.

Over de auteur

Bahaar Ramdjanbeg

Dit is Bahaar Ramdjanbeg, 19 jaar en wonend in Den Haag. Ze is geïnteresseerd in politieke journalistiek en misdaadjournalistiek. Ze heeft, voordat ze voor journalistiek koos, ook twee jaren Rechten gestudeerd.