Zoetermeer wil meer cultuur, maar waar kunnen makers straks terecht?

Zoetermeer telt inmiddels ruim 130.000 inwoners en blijft de komende jaren groeien. In de Cultuurvisie Zoetermeer 2030 verwacht de gemeente dat de stad richting 2040 nog verder uitbreidt en met die groei neemt ook de behoefte aan cultuur toe. Niet alleen om te bezoeken, ook om zelf actief te beoefenen.

Ontevreden inwoners

Instellingen als CKC & partners, Kunstgarage Franx en het Stadstheater bieden al veel, maar makers missen plekken om te werken, te repeteren of hun kunst te laten zien. Vooral voor amateurkunstenaars is dit lastig. Onderzoek van bureau Lahaut (2023), in opdracht van de gemeente, laat zien dat het probleem breed wordt ervaren. Zo is 46 procent van de amateurkunstverenigingen (zeer) ontevreden over uitvoerings- en tentoonstellingsruimtes, terwijl maar een kwart aangeeft daar tevreden over te zijn. In totaal maakt 44 procent van de verenigingen gebruik van zulke plekken, maar veel clubs geven aan moeilijk een podium of zaal te kunnen vinden binnen de stad.

De gemeente weet dat dit speelt. Met de verkiezingen in maart in aantocht blijft de vraag hoe Zoetermeer creatief talent kan behouden

CKC bereikt de grenzen van het pand

CKC & partners speelt een centrale rol binnen de amateurkunst in Zoetermeer. Jaarlijks volgen duizenden inwoners er cursussen, workshops of lessen. In het afgelopen jaar had CKC zo ongeveer 9750 cursisten. Het aanbod wordt verzorgd door ongeveer 25 eigen docenten en daarnaast ruim 80 structurele huurders die hun eigen activiteiten binnen het gebouw organiseren.

De vraag is groot, maar de beschikbare ruimte is beperkt. Volgens CKC is verdere groei lastig. ‘’Gezien de beperkte ruimte in het pand verwachten we niet veel verder te kunnen groeien,’’ vertelt medewerker Nikki Nederend. Vooral de piekmomenten na schooltijd en in de weekenden zitten vol.

Regelmatig krijgt CKC aanvragen van andere culturele aanbieders, maar die kunnen ze niet altijd helpen. ‘’We moeten helaas vaak aanvragen afwijzen, omdat we geen ruimte beschikbaar hebben.’’

Dit tekort aan werk- en ontmoetingsplekken is een bekend probleem. Het LKCA, een landelijk kennisinstituut, benadrukt dat gedeelde werkruimtes en broedplaatsen belangrijk zijn voor de ontwikkeling van talent en uitwisseling tussen creatieve mensen. Zulke plekken bieden niet alleen ruimte om te werken, maar ook een netwerk waarin makers elkaar ontmoeten, samenwerken en zich verder kunnen ontwikkelen. Zonder deze voorzieningen is het lastiger om creatief talent aan de stad te binden.

Broedplaatsen als fundament

In veel gemeenten worden broedplaatsen gezien als onderdeel van de culturele infrastructuur. Het gaat om laagdrempelige werkplekken waar kunstenaars, muzikanten of theatermakers ruimte kunnen huren tegen betaalbare tarieven. Zulke plekken worden vaak gecombineerd met kleine podia, expositieruimtes of gezamenlijke werkplaatsen.

Volgens experts dragen broedplaatsen bij aan een levendig cultureel klimaat. Makers kunnen er experimenteren zonder direct commerciële druk en jonge kunstenaars krijgen de kans om door te groeien. Voor steden die aantrekkelijk willen blijven voor jonge inwoners, spelen dit soort werkplekken daarom een steeds grotere rol.

In Zoetermeer ontbreekt zo’n structurele voorziening momenteel grotendeels. Daardoor komt de druk vooral te liggen op bestaande instellingen zoals CKC, terwijl niet iedere maker binnen zo’n kader past.

Jonge makers wijken uit naar andere steden

Vooral jonge makers die niet verbonden zijn aan een instelling ondervinden de gevolgen van het ruimtegebrek. Fabian van Biene, een 21-jarige beeldend kunstenaar uit Zoetermeer, werkt inmiddels buiten de stad. Zijn werkplaats bevindt zich in Leiden.

‘‘Ik werk eigenlijk helemaal niet meer in Zoetermeer,’’ vertelt hij. ‘’Mijn werkplaats is een atelier in Leiden. Ik ben daar via een stage terechtgekomen en dat beviel zo goed dat ik er nooit meer ben weggegaan.’’

Volgens Fabian ontbreekt het in Zoetermeer aan een duidelijke maker-infrastructuur. ‘’De kansen die ik in Zoetermeer heb gehad, zijn vooral door eigen initiatief ontstaan,’’ zegt hij. Hij pleit voor een laagdrempelige plek waar makers kunnen werken, exposeren of elkaar ontmoeten. ‘’Een open plek voor makers en kunstenaars zou een heel goed begin zijn,’’ stelt hij. ‘’Waar mogelijkheden zijn voor optredens, exposities of lezingen, zonder dat je een enorme zak geld moet neerleggen.’’

Ook amateurkunstenaar Charlotte maakt kunst in haar vrije tijd, maar merkt dat het lastig is om in Zoetermeer een plek te vinden om te werken.

CKC herkent dit patroon. ‘‘Jonge makers wijken vrijwel altijd uit naar de grote steden,’’ vertelt Nederend. ‘Dit heeft te maken met het gebrek aan echte broedplaatsen in Zoetermeer.’

Gemeente werkt aan huisvestingsplan cultuur

Dat ruimtegebrek wordt ook door de gemeente zelf erkend. Zoetermeer laat weten dat er momenteel onvoldoende fysieke plekken zijn waar nieuwe makers zich kunnen ontwikkelen. “Door het tekort aan fysieke ruimten is er nog onvoldoende plek voor nieuwe makers,” aldus de gemeente. “Er zijn bijvoorbeeld geen echte broedplaatsen waar experiment en samenwerking centraal staan.”

Om daar verandering in te brengen werkt de gemeente aan een Integraal Huisvestingsplan Cultuur. In dat plan wordt onderzocht hoe er meer betaalbare werk- en ontmoetingsplekken kunnen ontstaan voor amateurkunst en talentontwikkeling. Begin 2026 wordt de gemeenteraad hierover bijgepraat. Zoetermeer profiteert van talent, maar raakt het ook weer kwijt wanneer er onvoldoende ruimte is om te blijven.