Er zijn beroepen die niet eindigen wanneer de pensioenleeftijd wordt bereikt. Bijvoorbeeld omdat het werk te diep in het leven is verankerd. Houtgreep, een documentaire van Suzanne van Leendert, volgt Jaap Kramer, de laatste klompenmaker van Zeeland. Samen met zijn vrouw Joke wil hij stoppen. Maar stoppen blijkt geen handeling, maar een proces, een dat steeds opnieuw wordt uitgesteld.
Jaap en Joke werken in Heinkenszand, in een klompenmakerij die misschien oogt als een museum, maar functioneert als hun inkomen. De machines zijn oud, het tempo is traag, de handelingen worden eindeloos herhaald. Jaap heeft meerdere TIA’s gehad en een hartinfarct en Joke raakt tijdens de film betrokken bij een ongeluk, maar, toch blijven ze doorwerken – omdat de klompenmakerij hun pensioen ís.
De documentaire observeert dit zonder commentaar. Van Leendert kiest niet voor interviews in close-up of verklarende voice-overs. Ze kijkt, luistert en blijft. Daarmee sluit Houtgreep aan bij een traditie van Nederlandse documentaires waarin arbeid niet per se wordt uitgelegd, maar getoond, denk aan het vroege werk van Bert Haanstra, waarin werkritme en menselijke beweging de kern vormen. Maar waar Haanstra vaak optimisme en trots liet zien, is Houtgreep een stuk stiller en wranger.
Een van de sterkste scènes speelt zich af aan het begin van de film. Jaap staat achter zijn machine, zijn handen bewegen bijna automatisch. Het hout wordt vastgezet, gesneden, gedraaid. Het geluid is constant: een dreunend, schurend ritme dat de ruimte vult. Er wordt nauwelijks gesproken. Alleen het werk wordt getoond. Pas wanneer de machine stopt, hoor je zijn ademhaling. Het is een moment waarin duidelijk wordt hoezeer zijn lichaam zich aan dit werk heeft aangepast, en hoe kwetsbaar datzelfde lichaam inmiddels is. De camera blijft dichtbij, maar wordt nooit opdringerig. Je ziet de slijtage: in de handen, in de houding, in het tempo. De kijker moet zelf de spanning voelen tussen vakmanschap en uitputting. Het werk gaat door, ook als het éigenlijk niet meer kan.
Die spanning loopt door de hele film. Jaap wil stoppen, maar kan het niet. De klompenmakerij staat te koop, maar een opvolger meldt zich niet. Niet omdat niemand het ambacht waardeert, maar omdat waardering zelden wordt vertaald naar verantwoordelijkheid. Iedereen vindt het jammer als dit verdwijnt, maar niemand kan of wil het overnemen tegen een prijs waar Jaap en Joke van kunnen leven. In dat opzicht past Houtgreep in een bredere reeks documentaires over verdwijnende beroepen en het platteland, zoals recente films over boerenbedrijven, visserij en kleine familieondernemingen. Maar waar veel van die films de politieke of economische strijd vooropstellen, blijft Houtgreep klein en persoonlijk. De film zoomt niet uit naar beleid of cijfers, maar laat zien wat economische druk kan doen met twee mensen die hun leven lang hebben gewerkt.
Regisseur Suzanne van Leendert heeft vaker oog voor dit soort stille, menselijke verhalen. In haar werk staat niet de gebeurtenis centraal, maar de dagelijkse praktijk: hoe mensen omgaan met veranderingen die groter zijn dan zijzelf. In Houtgreep vertaalt zich dat naar een sobere filmtaal. Er is weinig muziek, weinig montage-effect. De film vertrouwt op het onderwerp, maar dat vraagt ook geduld van de kijker.
Dat geduld is misschien ook de reden dat Houtgreep relatief onopgemerkt is gebleven. De film ging in première op Film by the Sea, een internationaal filmfestival in Zeeland waar kleinere Nederlandse producties vaak een warm, maar beperkt publiek bereiken. Houtgreep is geen film die zich makkelijk laat samenvatten in een trailer of pakkende tagline. Het gaat over oude mensen, een Zeeuws ambacht en langzaam werk. Er is geen conflict of sensationele spanning.
Juist daardoor is het een verborgen schat. Houtgreep kiest voor aandacht en vertraging. De film vraagt niet: wat vind je hiervan? Maar: kun je hier even bij blijven? Een belangrijk element daarin is de relatie tussen Jaap en Joke. Joke is geen bijfiguur, maar een stille kracht. Zij stelt vragen waar Jaap ze liever ontwijkt. Hoe lang nog? Wat kost dit ons? Wanneer is het genoeg geweest? Deze vragen worden zelden uitgesproken, maar zitten in kleine momenten: een blik, een zucht, een korte opmerking. De film toont hoe liefde en zorg ook kunnen botsen met plichtsgevoel. De titel Houtgreep krijgt zo een dubbele betekenis. Het is letterlijk een handvat, iets om vast te pakken. Maar het staat ook voor vasthouden: aan werk, aan identiteit en aan betekenis. Wat gebeurt er als je niet meer loslaat, niet omdat je dat niet wilt, maar omdat loslaten gewoon geen veilige optie is?
De documentaire geeft geen antwoorden. Er is geen oplossing en ook geen afronding. De machines draaien maar door. Het hout splijt en de toekomst blijft onzeker. Dat open einde maakt Houtgreep geen gemakkelijke film, maar, wel een hele eerlijke.
Voor een jonger publiek, dat misschien weinig affiniteit voelt met klompen of ambacht, ligt juist daar de relevantie. Houtgreep gaat niet over vroeger, maar over het nu: over werk dat alles opslokt, over hoe identiteit vast kan komen te zitten aan wat je doet, en over hoe moeilijk het is om te stoppen in een systeem dat daar niet op is ingericht. In die zin is Houtgreep geen nostalgische documentaire, maar vooral een confronterende. Ze laat zien wat er gebeurt als liefde voor werk en economische afhankelijkheid samenvallen. En ze stelt een ongemakkelijke vraag: wie zorgt ervoor dat toewijding ook mag eindigen?
Houtgreep is momenteel op NPO.nl gratis te kijken en is zeer de moeite voor wie wil begrijpen wat er op het spel staat wanneer stoppen geen optie is, en wat er schuilgaat achter een ambacht dat langzaam verdwijnt.
Tekst door: Pierette Brand