Ergens diep in het heuvelachtige landschap van Portugal, staat een boerderij, met daarin het mooiste toilet dat ik ooit heb mogen zien. Wie hier plaatsneemt, kijkt uit over de prachtige vlaktes van het heuvelachtige Portalegre in Alentejo. Voor je niet anders dan een raam dat het landschap uitnodigend binnenlaat. Aan de wanden versieren kunstwerken de ruimte, en een klein altaar voegt een plechtig accent toe. Een kleed op de grond mag niet ontbreken, is het koeienhuid? De rechthoekige spiegel die boven de wc hangt reflecteert de natuur ertegenover, het creëert de illusie van een nog grotere ruimte, alsof je je volledig in de natuur bevindt. Alsof de muren van het huis wegsmelten en er enkel deze plek en een oneindigheid aan landschap overblijft. Het is een ervaring waar ik onverwacht door geraakt wordt en het voelt als een kunstwerk; eentje waar ik dol op ben.
Duchamp, Fountain (1917)
Menig mens denkt bij een toilet niet aan een kunstwerk; het is een functioneel object waar men weinig aandacht aan besteed. Toch zie ik het anders, en laat mij niet de enige zijn met dat perspectief. Het is onmogelijk om niet terug te denken aan Marcel Duchamp, die in 1917 met Fountain de kunstwereld op zijn kop zette door een simpel urinoir tot kunstwerk te verheffen. Hij koos een doodgewoon object uit het leven, zette het zo neer dat het nut ervan af ging en gaf het een nieuwe titel. Zo ontstond er een nieuwe gedachte over het object en kan zelfs het meest alledaagse iets contemplatiefs krijgen.
Ook in mijn geboortestad Groningen wordt het toilet tot kunst verklaard. Het openbaar toilet aan de Reitemakersrijge, ontworpen door fotograaf Erwin Olaf en architect Rem Koolhaas, maakt deel uit van een stadsmanifestatie waarin stedenbouw, architectuur, kunst en theater samenkomen. Het ronde gebouw bestaat uit twee gebogen melkglazen-wanden die samen het yin-yangteken vormen, met daarboven een zwevend dak van geperforeerd roestvrij staal. In de melkglazen wanden is een fotocollage van Olaf te zien, in blauwe en dieppaarse tinten tegen een lichte achtergrond, waarin de strijd der seksen wordt verbeeld. Ironisch, want bij de toegankelijkheid van openbare toiletten is er nog steeds een fundamentele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen — iets om een andere keer op terug te komen. Ook hier blijkt dat een toilet meer kan zijn dan een gebruiksvoorwerp.
Verheffing tot kunst
Terug naar het toilet. Wie ben ik om iets wat ik tegenkom tot kunst te verheffen? Dat het toilet er een is die ik nog nooit eerder heb gezien is duidelijk, eveneens het feit dat een bezoek eraan een gevoel van sereniteit geeft. Maar het veroorzaakt ook gevoelens van angst; om gezien te worden, en dan wel in de naaktste versie van mijzelf. Misschien niet letterlijk naakt, maar wel ontdaan van controle. Wat is er nou kwetsbaarder dan iemand die je ziet terwijl je op de wc zit? In dat opzicht doet het me denken aan America van Maurizio Cattelan; in 2016 presenteerde deze Italiaanse kunstenaar een volledig werkende toiletpot, gemaakt van massief 18-karaats goud. In het Guggenheim Museum werd een regulier toilet ingeruild voor dit extravagante object, dat bezoekers uitnodigde tot een directe en intieme confrontatie met het kunstwerk. Naast die intieme interactie speelt Cattelan met ideeën over bezit en privilege, door een extreem luxueus object — normaal gesproken voorbehouden aan de allerrijksten — vrij toegankelijk te maken. Het werk fungeert als satire op de buitensporigheid van de kunstmarkt, maar verwijst tegelijk naar “The American Dream” van gelijke kansen voor iedereen. De functionaliteit van het kunstwerk herinnert je uiteindelijk aan de onontkoombare fysieke realiteit van onze gedeelde menselijkheid. Het landschapstoilet in Portalegre – ik ben zo vrij geweest het tijdelijk die naam te geven – roept vragen over privilege op; want welk huishouden heeft nou de ruimte en het vermogen om een toilet als deze te creëren? Het brengt me bij de vraag: wanneer is iets kunst?
Zonder de intentie is er geen kunst
Sommige denkers leggen de nadruk op context. Volgens kunstfilosoof Arthur Danto ligt het antwoord niet in het object zelf, maar in de context en betekenis die eraan wordt toegekend. Twee identieke objecten kunnen bestaan, waarvan er slechts één als kunst wordt gezien. Bij Duchamp was het urinoir in het toilet geen kunstwerk; pas in de tentoonstellingsruimte, voorzien van een titel en een signatuur, ontstond Fountain. Maar wat als iets nooit met die intentie is gemaakt? Wat als iemand simpelweg iets moois heeft gebouwd, zonder de ambitie kunst te scheppen, terwijl het bij de beschouwer wel degelijk gevoelens en gedachten oproept? R.G. Collingwood en Leo Tolstoj zouden betogen dat kunst voortkomt uit een bewuste poging van de maker om emotie over te brengen. Zonder die intentie is er volgens hen geen kunst, hooguit esthetische toevalligheid.
Voor Immanuel Kant ligt de kern van kunst juist in de beleefde esthetische ervaring: als een object op een belangeloze manier genot oproept en een gevoel van schoonheid laat ervaren, functioneert het als kunst. Het hoeft niet met het idee van kunst te zijn gemaakt; het is de ervaring van de beschouwer die het kunstwerk tot leven brengt. In dat geval mag ik dit object, deze ruimte, weldegelijk tot kunst verheffen. Of maak ik het mezelf te moeilijk en gaat het eigenlijk om de vraag: behoort architectuur tot kunst en zo ja, behoort deze toilet tot architectuur? Het antwoord daarop is een simpele ‘ja’.
Kant is een filosoof uit de 18e eeuw, en het denken over kunst is sindsdien desastreus veranderd, of ik me in deze tijd bij hem kan aansluiten valt te betwisten. De definitie van kunst blijft een lastige kwestie waar geen eenduidig antwoord op te geven valt. In kunst is er nu eenmaal geen zwart of wit, geen juist en onjuist, en geen goed of slecht. Of iets kunst is, wordt denk ik bepaald door de kunstenaar zelf, musea, galeriehouders, kunstbeurzen en de algemene consensus vanuit het publiek. Alleen de tijd zal leren of zij het met mij eens zijn over het landschapstoilet in Portalgere. Wat ik wel weet is dat ik graag terugkeer naar het kunstwerk op die prachtige plek waar ik me kan onderdompelen in het landschap, de schoonheid en mijn eigen kwetsbaarheid. Misschien is dat uiteindelijk genoeg.