De kunstwereld wordt voor buitenstaanders vaak gezien als een gesloten en moeilijk te doorgronden geheel. Voor wie er niet dagelijks in verkeert, blijft onduidelijk hoe kunst van het atelier uiteindelijk bij een publiek, een museum of een verzamelaar terechtkomt. Achter tentoonstellingen en kunstwerken gaat een netwerk schuil van afspraken, belangen en samenwerkingen die zelden zichtbaar zijn voor buitenstaanders.
In dit artikel wordt ingezoomd op de galeriewereld: een onderdeel van de kunstsector dat zich tussen kunstenaar, publiek en instituten beweegt. Aan de hand van gesprekken met mensen uit de praktijk wordt verkend wat een galerie precies doet, welke rol zij vervult binnen het kunstsysteem en welke ongeschreven regels deze wereld bepalen.
Wat is een galerie?
Een galerie vormt de brug tussen de kunstenaar en de instituten, denk aan musea, kunstbeurzen maar ook verzamelaars. Dit vertelt Noëlle de Haan, ze is nu zo’n 5 jaar werkzaam bij Stevenson Galery in Amsterdam. De galerie fungeert als brug waarin artistieke ideeën worden vertaald naar een bredere, vaak ook commerciële context, zonder daarbij de kunstenaar uit het oog te verliezen. Een galerie staat altijd in dienst van de kunstenaar en diens werk en vertegenwoordigt deze belangen richting publiek en instituten.
Tegelijkertijd heeft een galerie een bemiddelende rol: ze begrijpt zowel de taal van de kunst als die van de markt en kan daartussen schakelen. Juist doordat galeries nauw betrokken zijn bij kunstenaars, weten zij vaak als eerste wat er speelt binnen een praktijk en volgen zij ontwikkelingen van dichtbij.
Hoe ziet een galerie eruit?
Die bemiddelende rol vertaalt zich ook in de fysieke ruimte van de galerie. Wie een galerie binnenstapt, merkt vaak meteen de stilte en de ruimte. Witte muren, hoge plafonds en een overvloed aan licht zorgen ervoor dat je aandacht vanzelf naar de kunst wordt getrokken. Er staat weinig in de weg: geen overbodige meubels, geen felle kleuren, alleen wat nodig is om het werk te laten spreken.
Bezoekers bewegen zich langzaam van wand naar wand, terwijl elk kunstwerk zijn eigen plek opeist. In deze eenvoudige setting fungeert de galerie als een tussenruimte, waar kunst niet alleen wordt getoond, maar ook wordt voorbereid op een leven buiten deze muren.
Rol galerist en kunstenaar
Achter deze rustige presentatie schuilt een intens samenspel tussen galerist en kunstenaar. Sander Versluis heeft lange tijd gewerkt voor Fons Welters, en nog steeds, maar helaas sluit Welters sinds september 2025 de deuren van zijn galerie. In gesprek vertelt Sander over de relatie tussen de galerie en de kunstenaars die zij vertegenwoordigt. Volgens hem heeft een galerie een mentorrol, je bent er mede om mensen te helpen. Die relatie is vaak intiem, omdat kunstenaars werken laten zien die nog niet af zijn, ideeën die zich nog moeten vormen.
Sander beschrijft galeries als een soort management, en juist daar plaatst hij ook een kanttekening. Galeries vertegenwoordigen de kunstenaars en steken veel energie in het presenteren van werk aan curatoren en andere instituten. Volgens hem bestaat ongeveer tachtig procent van het werk van een galerie uit ondersteuning van de kunstenaar waar niets aan verdiend wordt.
Pas wanneer een werk daadwerkelijk wordt verkocht, verdient de galerie er iets aan, deze ontvangt immers een deel van de opbrengst. Dat onderscheidt de galerie van de kunsthandel, waar kunst wordt ingekocht en doorverkocht, zonder verdere betrokkenheid. Een galerie bevindt zich volgens Sander letterlijk tussen alles en iedereen; de galeriewereld vormt daarin het middelpunt.
Ongeschreven regels in de galeriewereld
Hoewel het soms anders lijkt, wordt het in de praktijk als ongepast gezien wanneer een kunstenaar zichzelf actief aanbiedt bij een galerie. Selectie verloopt meestal via netwerken, aanbevelingen of zichtbaarheid op tentoonstellingen en academies. Galeries kiezen kunstenaars, niet andersom. Sander benadrukt dat galeries nooit invloed mogen uitoefenen op het maakproces van een kunstenaar. Dat proces ligt volledig bij de maker zelf. Samenwerken aan een kunstwerk of sturen op inhoud is volgens hem een absolute no go. De autonomie van de kunstenaar staat altijd voorop.
De galeriewereld laat zich niet vangen in één vast systeem, dat stelt Diego Diez. Iedere galerie hanteert haar eigen regels en werkwijzen, alsof ze allemaal en balsport beoefenen, maar elk een andere sport, vertelt hij. Voor Diego is de verkoop van de kunst niet de eindbestemming. Het is hooguit een positief gevolg; belangrijker is de ruimte die hij wil creëren voor kunstenaars, voor experiment en voor de dialoog.
Zijn focus ligt op nieuw publiek naar het werk toe halen, en samen met de kunstenaar toewerken naar de best mogelijke blik op de kunst. Die houding deelt hij met Marianne van Tilborg van Lumen Travo Gallery, voor wie winst nooit een primaire beweegreden is geweest binnen haar werk. Toch bestaan er ook galeries die meer waarde hechten aan het bedrag dat onderaan de streep overblijft.
Vrouwen in de kunst
Noëlle de Haan benadrukt het belang van vrouwen in de kunst. Lange tijd zijn zij onderbelicht geweest, en het is volgens haar goed dat daar verandering in komt. Tegelijkertijd roept het bij haar een ongemakkelijk gevoel op wanneer tentoonstellingen uitsluitend worden gepresenteerd als exposities met alleen vrouwen, of alleen kunstenaars uit Afrika. In zulke gevallen lijkt afkomst of gender soms belangrijker te worden dan het werk zelf. Volgens haar zou het gesprek in de eerste plaats over de kunst moeten gaan, niet over de identiteit van de maker.
Het principe van ‘winner takes all’ noemt zij een oneerlijk en problematisch aspect van de kunstwereld. Zeker sinds de kunstmarkt twee à drie jaar geleden is gecrasht, is daarmee ook het ouderwetse systeem uit balans gebracht. Die schok heeft ruimte gecreëerd voor twijfel: het sterk klasse gerichte model staat niet langer vanzelfsprekend overeind. Toch is verandering niet alleen een kwestie van de kunstmarkt zelf. Zolang de maatschappij niet mee verandert, blijft ook dit systeem in wezen hetzelfde.
