Over mijn lijf

Over mijn lijf

Mensen worden elke dag gerecenseerd. Niet vaak hardop, maar meestal stilletjes. Zowel bewust als onbewust beoordeel je iedereen om je heen. Aan welke maatstaf? Die van de misogyne westerse samenleving waar wij deel van uitmaken. Wegrennen kan niet, want eenmaal thuis schreeuwen je spiegels naar je. Te dik, te rond, te flubberig; tegenwoordig kan alles te min zijn.

Mijn lichaam heeft over de spanne van mijn leven een steeds lastigere verhouding gehad met spiegels. Maar ooit was alles makkelijk. Iedereen vond mijn lichaam leuk en schattig op foto’s. Op het strand was ik niet bezig met poseren voor de camera, althans, ik wou gewoon graag mijn kwallenverzameling laten zien. En aan de zwembadrand telde ik met een vriendin onze vetrollen. Ik had er vier, zij vijf. Beiden waren we trots.

Maar mijn lichaam is een vrouwenlichaam geworden en niet zo’n beetje ook. Soms herkennen oude kennissen mij van vroeger. ‘Ik herkende je gelijk’, zeggen ze dan. Het verbaast mij dan dat ze door al die gebruikssporen en lichaamsveranderingen heen kunnen kijken en mijn kleine ik kunnen zien. Het is een fijn idee dat zij nog in mij zit. Ik heb sinds mijn tienertijd alle kleuren haar gehad en inmiddels welgeteld acht piercings gezet.

Als ik lach klinkt het misschien sierlijk, maar mijn gezicht verfrommeld als een propje. Mijn neus trekt naar boven, mijn ronde wangen gaan mee en samen vormen ze een hyena-achtige uitstraling. Mijn neus staat zo overeind, dat ik elke keer als ik lach zo’n drie nieuwe geuren ontdek.

Borsten beschreef ik als feministische tiener als ‘vleesheuvels’. Want wie bedenkt er nou dat deze hobbels aan huid als sexy beschouwd moeten worden? En dat ze ook nog eens aan allemaal eisen moeten voldoen en precies symmetrisch moeten zijn? Mijn linkerborst net een slagje groter, dus als ik een paar graden naar rechts draai, zijn ze precies gelijk. Mijn borsten eisen best wat ruimt op, dus de huid eronder moet vaak even inschikken.

Golflijntjes definiëren namelijk mijn buik. Plat, dat is mijn buik niet, maar als ik in een ravijn val, kan dat laatste beetje grijpbare uitstekende huid nog mijn laatste redding zijn. Daaronder zitten mijn onderdelen die door de maatschappij vaak met het woord ‘schaamte’ benaamd worden. Maar mijn trotslippen zijn precies goed voor mij. Toen ik een gesprek over vulva’s had met mijn huisgenoten, bespraken we of we ‘innie’s’ of ‘outie’s’ hadden. In andere woorden: zijn je buitenste trotslippen groter of kleiner dan je binnenste? We kwamen bij een uitslag die 50/50 was. Toch blijft altijd de verwachting bestaan dat de binnenste trotslippen netjes ingepakt en verstopt zijn.

In groep acht sloeg de jongen waar ik al jaren verliefd op was mij op mijn billen. ‘Ze trillen zo grappig’, riep hij naar me. Ik weet nog steeds niet of het een compliment was. Mijn billen zijn sowieso hetgeen wat als eerste de aandacht trekt. Nou ja, na mijn gezicht, hoop ik. Mijn wens om er op sommige dagen als een jongetje van elf uit te zien, was al snel als sneeuw voor de zon verdwenen.

Mijn billen worden gedragen door een stel stevige, korte benen. Vroeger was ik altijd goed in verstoppertje, ik paste overal in. Nu ben ik goed in vooraan staan bij concerten, of ik fungeer als armsteun voor mijn vrienden. Dun zijn mijn benen niet. In de zomer ketsen mijn binnenbenen soms tegen elkaar of verdwijnt mijn huid in de structuur van een terrasstoel, die vervolgens grappige patroontjes achterlaat. Op mijn heupen staan die permanent, als bliksemschichten in Barbieland.

Mijn benen worden dan weer gedragen door een stel bonkige voeten. Of compact, een term die ik op elk deel van mijn lijf kan toepassen. Hoe ik niet elke dag naar voren val met mijn maat 36, snap ik nog steeds niet. Sinds kort heb ik haren op de heuvels van mijn tenen. Ik denk dat dat komt doordat ik ze ooit geschoren heb als tiener. Ze zijn tien keer zo erg teruggekomen. Gelukkig staan ze allemaal mooi dezelfde kant op, als grassprieten op de duinen.

Na een grondige inspectie van neus tot teen kom ik tot een oordeel. Mijn lichaam is compact. Het draagt littekens, putjes, haren, asymmetrieën en gebruikssporen. Het voldoet niet aan alle eisen die eraan gesteld worden, maar gelukkig maar. De eisen spreken elkaar namelijk voortdurend tegen. Daarom krijgt mijn lichaam vier-en-een-halve ster van de vijf. Die halve ster trek ik niet af vanwege mijn lichaam, maar vanwege de omstandigheden waarin het beoordeeld moet worden. Het patriarchaat krijgt een halve ster, want minder dan dat kan niet. Want misschien is het niet mijn lijf dat een recensie verdient, maar het beoordelingssysteem zelf.

Over de auteur

Vika van Lenteren

Vika van Lenteren (2005) studeert journalistiek aan de HU. Van foetus af aan heeft ze haar doel al gevonden: mensen fascineren en onthutsen door middel van humor en absurdisme. Stappen richting deze ambitie zijn gezet door een filmopleiding te volgen, waarin alle dimensies rond mediaal verhalen vertellen aan bod kwamen. Ze mocht het zelfs even praktiseren, door in de Nederlandse filmwereld stage te lopen bij een productiemaatschappij. Maar toch is ze het liefst druk met kunst en sociaal-filosofische dilemma's, zoals ze op de kunstacademie in Den Haag geleerd heeft. Want hoe maak je van een concept een origineel verhaal? Met een oneindige en oprechte interesse in aardsverschuivende thema's vertelt ze je een verhaal. Onrecht is haar onuitputtelijke brandstof, waardoor ze in de toekomst onderwerpen tot diep in de aardmantel zal doorgronden.