Noodoplossing wooncrisis: de woonkwaliteit van steeds populairdere flexwoning

Noodoplossing wooncrisis: de woonkwaliteit van steeds populairdere flexwoning

BEELD: Het flexwoning-complex in Vlaardingen waar Quinty en Larissa wonen

Flexwoningen worden in hoog tempo door gemeenten gebouwd als tijdelijke oplossing voor de woningnood. Door de herziening van de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT), zetten steeds meer gemeenten hierop in. Toch waarschuwt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat de kwaliteit van deze woningen niet altijd voldoet aan woonwensen. Als er steeds meer flexwoningen bijkomen, wordt het dan een uitdaging de woonkwaliteit goed te houden?

Flexwoningen in opmars

Door heel Nederland zie je steeds meer flexwoningen. Gemeenten zetten ze vaker in als oplossing tegen de woningnood. Afgelopen jaar werden er ongeveer 6.478 flexwoningen neergezet, het hoogste aantal in 5 jaar. Marja Elsinga, Hoogleraar Woonbeleid aan de TU Delft, benadrukt dat de groei van flexwoningen een goede vordering is: ‘Flexwoningen zijn in opmars, heel belangrijk want we hebben een wooncrisis.’ Volgens Elsinga is het belangrijk om zowel in te zetten op permanente woningen, als een ‘flexibele schil’. 

Elsinga vertelt dat de groei van flexwoningen niet alleen de grote woningvraag laat zien: ‘Dit bewijst dat er een grote vraag is. Maar ook dat er steeds meer ervaring wordt opgedaan met het bouwen van flexwoningen.’

78 miljoen subsidie 

Een reden voor de versnelling van de bouw van flexwoningen, is onder andere de herziening van de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen (SFT) kunnen zijn. De overheid stelde €78 miljoen beschikbaar om gemeenten financieel te ondersteunen bij de bouw van flexibele huisvesting. Dit heeft ertoe geleid dat veel gemeenten projecten goedkeuren of versnellen. Elsinga benadrukt dat het goed is dat er meer aandacht is voor flexwoningen, maar de leefbaarheid van deze woningen in acht te nemen: ‘Ik denk dat het goed is om aandacht te hebben voor flexwoningen, om er meer te bouwen. Je moet er daarbij wel op letten dat je wonen van goede kwaliteit realiseert.’

Snelheid vs. leefbaarheid

Hoewel flexwoningen een snelle oplossing zijn, waarschuwde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) al in 2024 voor de risico’s van extreem kleine flexwoningen. Volgens het PBL sluiten deze woningen niet altijd goed aan bij de woonwensen van bewoners en is er risico op slechte leefkwaliteit.

Toch betekent snelheid niet automatisch dat de kwaliteit omlaaggaat. Flexwoningen die modulair of industrieel geproduceerd worden, kunnen volgens Elsinga ook van hoge kwaliteit zijn: ‘Snelheid tijdens het productieproces betekent niet dat je afdingt op de kwaliteit van de woning of de leefomgeving.” Het beeld van flexwoningen is volgens haar aan het veranderen. ‘De oudere basic containers zorgden voor een slecht imago, maar de woningen die nu gerealiseerd worden, zijn vaak betaalbaar, duurzaam en circulair.’

Tijdelijk of permanent?

Flexwoningen zijn bedoeld om tijdelijk de woningcrisis te verlichten. Immers zijn ze ook ‘flexibel’, en is het in het beginsel de bedoeling dat deze een tweede thuis krijgen. De gemeentes moeten samen met de bouwers van de woningen deze uitdaging aangaan. ‘Zo zie je nu dat woningcoöperaties die flexwoningen hebben staan, proberen afspraken te maken met de gemeentes om de flexibele woningen te kunnen verplaatsen naar de volgende locatie.’

Hoe ervaren bewoners de woonkwaliteit van flexwoningen? Quinty Veldhuis en Larissa Vogelenzan delen hun ervaringen. Bekijk de videoreportage van verslaggever Rolán Bouzas Wensing hieronder. 

Over de auteur

Rolán Bouzas Wensing

Hoi allerliefste lezer! Mijn naam is Rolán Bouzas Wensing en ik ben een journalist in opleiding aan de School voor Journalistiek te Utrecht. Ik ben geboren op 18 september 2001 in het Spaanse dorpje Léon en woon sinds mijn tweede levensjaar in Rotterdam. Daarom ben ik afkomstig uit twee verschillende culturen, die mij de schoonheid van de verschillen in de wereld laten zien. Cultuur, mensen en hun verhalen zijn onderwerpen die mij dan ook ontzettend prikkelen. Alles en iedereen heeft zijn eigen verhaal, en ik sta te springen om lichten te laten schijnen op deze verhalen. Met de propedeuse Journalistiek al op zak en ontzettend veel zin kijk ik uit naar wat de studie Journalistiek mij de komende jaren nog meer mag gaan brengen. Op negenjarige leeftijd heb ik mogen schrijven bij de kinderredactie voor de lokale wijkkrant ‘De Prinsenlandkrant’. Dit was ongetwijfeld een van de momenten die een rol speelden bij het ontwikkelen van mijn interesse in verhalen van anderen. Daarnaast heb ik een grote liefde voor film en verdiep ik mij al te graag in hoe de filmindustrie werkt en wat een film écht goed maakt. Met veel liefde schrijf ik al twee jaar filmrecensies op de app ‘Letterboxd’. Daarnaast heb ik in 2020 met veel plezier en nieuwe ervaringen mijn diploma gehaald op de Theaterhavo/vwo in Rotterdam. De passie voor films is terug te zien in mijn dagelijks leven. Al vijf jaar werk ik bij het prachtige Pathé Schouwburgplein. Als shiftleader mag ik daar een enorm fijn team aansturen, en goede samenwerking is hét belangrijkste ideaal waar ik met deze baan naar streef. Samenwerken is iets wat al te vaak terugkomt bij de studie Journalistiek. Daarom kijk ik er ontzettend naar uit om met mijn klas, oftewel onze redactie, de komende jaren aansprekende en interessante producties te mogen maken. Films en documentaires trekken mij nu het meest aan, maar waarin ik mij als journalist wil gaan specialiseren, wil ik op de School voor Journalistiek de komende tijd gaan ontdekken!