Defensie staat aan de vooravond van een grote verandering: de krijgsmacht moet de komende jaren groeien naar 200.000 medewerkers. Dit moet gebeuren met een mix van beroepsmilitairen, reservisten en burgers. Maar hoe haalbaar is deze groei, en wat betekent het voor de militairen die nu al onder hoge werkdruk staan?
Volgens Defensie is uitbreiding noodzakelijk, nu Europa meer verantwoordelijkheid draagt voor de eigen veiligheid. Senior communicatieadviseur Quirine van Hasselt benadrukt dat de organisatie daarom flink investeert in extra opleidingscapaciteit. “We moderniseren en breiden de trainingscapaciteit uit, onder andere door inhuur van instructeurs en de inzet van reservisten.” Toch erkent ze dat de uitbreiding tijdelijk gevolgen kan hebben voor de operationele gereedheid.
Ook de kwaliteit van de opleiding blijft een belangrijk aandachtspunt. Van Hasselt legt uit dat Defensie een flexibel systeem wil opbouwen waarin militairen continu worden getraind en voorbereid op hun taken. “We hebben de allerbesten nodig om ervoor te zorgen dat anderen ook beter worden.” De komende jaren zullen daarom meer ervaren militairen worden ingezet als instructeur.
Om deze snelle groei mogelijk te maken, rekent Defensie op steun vanuit de politiek en de maatschappij. “We moeten snel schakelen en leren in de praktijk,” zegt Van Hasselt. “Wat goed werkt, breiden we uit. Wat niet werkt, stoppen we.”
Maar hoe kijken militairen zelf naar deze snelle uitbreiding? Wat betekent het voor hun werkdruk en de toekomst van de krijgsmacht? Daarover was Hans Treffers bij ons te gast, een ervaren defensiespecialist en veteraan die zich nu inzet voor de belangen van militairen.