Sampling is al jarenlang een belangrijk onderdeel van de muziekwereld. Van hiphop tot pop: in vrijwel elk genre worden samples gebruikt in nieuwe nummers. Dit doen artiesten om hun muzikale helden te eren, om oude muziek nieuw leven in te blazen, of om iets compleet nieuws te creëren. Toch roept deze techniek ook vragen op, bijvoorbeeld waar de grens ligt tussen inspiratie en het kopiëren van andermans werk.
Wat houdt sampling precies in? En hoe zit het juridisch met het samplen van muziek? Verslaggever Kayleigh de Vries zocht het uit in de videoreportage, hieronder!
Nu weten we hoe het zit met samplen, maar wat is de geschiedenis van dit fenomeen?
We beginnen rond 1900, daarvoor werden er natuurlijk al melodieën en stukjes van elkaars muziek overgenomen, maar in dit artikel gaat het nu over de moderne tijd. In het begin van de 20e eeuw, met name in steden als New Orleans, ontstond een vroege vorm van sampling. Deze vroege vorm kennen wij als ‘quoting’, waarbij jazzmuzikanten tijdens liveoptredens bewust kleine stukjes melodieën of ritmes uit andere nummers in hun eigen spel gebruikten. Deze techniek was bedoeld als eerbetoon aan andere muzikanten, maar werkte ook als een soort intern grapje voor kenners in het publiek. Het liet zien hoe goed een muzikant andere muziek kende en hoe creatief hij daarmee kon omgaan. Quoting gebeurde nog zonder technologie, maar toch wordt deze vorm van hergebruik gezien als een belangrijke voorloper van sampling zoals we dat vandaag kennen.
In 1935 werd de magnetische taperecorder uitgevonden, een apparaat waarmee geluid kon worden opgenomen en opnieuw afgespeeld op magnetische tape. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd deze techniek veel gebruikt door het leger voor het opnemen en afspelen van geluidsberichten en na de oorlog werd de taperecorder ook beschikbaar voor het brede publiek.
Hierdoor ontstond in de jaren 40 een weer een nieuwevorm van muziek: ‘musique concrète’, ontwikkeld door de Franse componist Pierre Schaeffer. Door gebruik te maken van de taperecorder kregen componisten de mogelijkheid om geluid fysiek aan te passen. In plaats van traditionele instrumenten gebruikte hij opgenomen geluiden uit de echte wereld, zoals stemmen en machines. Deze geluiden werden vervolgens bewerkt door ze te knippen, te herhalen, te versnellen of te vertragen. Schaeffer was een pionier in sample technieken die we vandaag de dag nog herkennen.
Hierdoor ontstond in de jaren 40 een nieuwe vorm van muziek: musique concrète, ontwikkeld door de Franse componist Pierre Schaeffer. Door gebruik te maken van de taperecorder kregen componisten de mogelijkheid om geluid fysiek aan te passen. Hij gebruikte inplaats van traditionele instrumenten opgenomen geluiden uit de echte wereld, zoals stemmen en machines. Deze geluiden werden vervolgens bewerkt door ze te knippen, te herhalen, te versnellen of te vertragen. Schaeffer was een pionier in sampletechnieken die we vandaag de dag nog herkennen.
In 1949 werd door de Amerikaanse uitvinder Harry Chamberlin de Chamberlin uitgevonden en andere belangrijke ontwikkeling in de muziekgeschiedenis. Het was een elektromechanisch keyboard dat werkte met tape-loops van voorop opgenomen instrumenten, waarbij elke toets een opname afspeelt in plaats van een klank. Door de hoge productiekosten werd de Chamberlin echter nooit een massaproduct. Het instrument was extreem duur voor zijn tijd en kostte in de jaren 50 en 60 meer dan 100.000 dollar, wat het alleen toegankelijk maakte voor professionele studio’s en een kleine groep muzikanten.
In 1976 werd de eerste digitale sampler, de Computer Music Melodian, ontwikkeld. Kort daarna volgde de Fairlight CMI, een revolutionair apparaat dat niet alleen geluid kon samplen, maar ook bewerken en sequencen. Deze systemen waren opnieuw extreem duur en werden vooral gebruikt door grote artiesten, zoals Stevie Wonder.
In de jaren 80 veranderde sampling opnieuw door de komst van betaalbare apparatuur, zoals de Akai MPC60 en de E-MU SP-1200, waar sampling eerst alleen mogelijk was in dure studio’s, konden producers nu eindelijk met compacte apparaten volledige nummers maken. Dit zorgde voor een explosie in hiphop en elektronische muziek wereldwijd en met deze groei ontstonden in de jaren 80 en 90 steeds meer juridische discussies over auteursrechten. Denk hierbij aan bekende rechtszaken, zoals rond Bittersweet Symphony van The Verve, lieten zien hoe complex het gebruik van samples kon zijn.
Volgens directeur Music Motion, Ewout van der Linden werd de muziekindustrie in deze periode steeds juridisch. Hij zegt hierover: ‘Samples begonnen volgens mij pas echt in de jaren 90. De band Public Enemy heeft een heel album met samples gemaakt, daar deden ze toen rechtentechnisch niet zo moeilijk over. Maar nu wel! De muziekbizz is namelijk nogal gejuridiseerd.’ Over de ontwikkeling van de regels zegt hij: ‘De grap is dat de regels niet strenger werden, maar dat ongeveer vanaf 2000 de toepassing wel strenger werd.’Hij voegt daaraan toe: ‘Voordeel: je wordt beter betaald voor je muzikale product. Nadeel: je kan minder vrij maken.’
Tegenwoordig is sampling volledig ingeburgerd in de muziekwereld, dankzij digitale software is de techniek toegankelijker dan ooit, waardoor vrijwel iedereen ermee kan werken. Waar het vroeger vooral een creatieve techniek was, spelen tegenwoordig regels en rechten een grote rol. De vraag blijft: hoeveel mag je lenen voordat het stelen wordt en dat is en blijft een dunne lijn en een balanceeract.
