Stemgerechtigde minderjarigen

Stemgerechtigde minderjarigen



In Dalfsen, een gemeente in Overijssel, kregen 750 jongeren van 16 en 17 jaar een stempas voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hun stem telt niet mee voor de zetelverdeling, maar het proces is volledig echt met stembureaus, stempassen en alles eromheen. De vraag is: heeft zo’n initiatief ook daadwerkelijk effect op de politieke betrokkenheid van jongeren later in hun leven?

Politicoloog Rick van Well denkt van wel. Volgens hem wijst wetenschappelijk onderzoek uit dat stemmen een gewoonte is. Wie een paar keer heeft gestemd, blijft dat bijna automatisch doen. “Het is ook leren burger zijn, je burgerplicht uitvoeren. Dat is iets wat je moet leren,” zegt hij. ‘Dat is ook precies de gedachte achter initiatieven zoals de scholierenverkiezingen van ProDemos, laat jongeren het gewoon een keer meemaken, zodat het vertrouwd wordt en ze er later niet meer voor terugdeinzen.’

Toch plaatst hij ook kanttekeningen. ‘Omdat de stem niet meetelt voor de zetelverdeling, vraag je veel van jongeren. Bij gemeenteraadsverkiezingen is de opkomst sowieso al lager dan bij landelijke verkiezingen, omdat mensen het gevoel hebben dat hun stem weinig verschil maakt. Als die stem dan ook nog eens geen officieel gevolg heeft, is de drempel nog groter.’ Hij verwacht daarom dat officieel stemrecht voor 16-jarigen meer effect zou hebben op de opkomstcijfers dan een parallelverkiezing.


Over de vraag of 16 jaar niet te vroeg is, is hij duidelijk: ‘elke leeftijdsgrens is een beetje willekeurig. Een 18-jarige heeft niet automatisch veel meer levenservaring dan een 17-jarige. Bovendien hebben veel 16-jarigen al een baan en betalen zij belasting’. Daar mag wat tegenover staan, vindt hij.


Het experiment in Dalfsen noemt hij creatief en interessant. Of het ook meetbaar effect heeft op de opkomstcijfers over tien jaar? Dat weten we nog niet. Maar volgens de wetenschap is de verwachting positief.

Over de auteur