United by music, divided by politics: Waarom wordt Eurovisie steeds politieker?

United by music, divided by politics: Waarom wordt Eurovisie steeds politieker?

HILVERSUM - Pro-Palestijnse activisten demonstreren bij het gebouw van AVROTROS tegen de deelname van Israël aan het Eurovisie Songfestival.

In mei vindt Eurovisie weer plaats, maar met 10 landen minder. Hoewel de EBU “apolitiek” wil blijven lijkt het festival steeds meer beïnvloed door geopolitieke spanningen.

Dit jaar vindt de 70e editie van het Eurovisie Songfestival in Wenen plaats. Wat eigenlijk een feestelijk jubileum had moeten zijn, is het uitgelopen op een editie vol discussies en controverses. Al in de paar voorgaande jaren waren er momenten van strijd tussen de delegaties en het publiek. In 2022 nam de Russische delegatie niet deel aan het festival vanwege de oorlog met Oekraïne. Ook de delegatie van Wit-Rusland werd uit de competitie gezet, omdat zij ervan werd beschuldigd propaganda van de Russische overheid te verspreiden, wat in strijd is met de regels voor publieke omroepen.

De spanning is sindsdien alleen maar toegenomen. De Israëlische delegatie heeft ook veel kritiek gekregen sinds het begin van de oorlog in Gaza in 2023. Tijdens het festival in 2024 werd de ingestuurde zangeres Eden Golan hard uitgejouwd tijdens haar optreden. Katja Zwart, host van de podcast Songfestivalkoorts van de Telegraaf, was daar zelf bij: ‘Ik vond het heel moeilijk hoe een meisje van 20 zo hard uitgescholden kan worden. Je wilt er helemaal niet zijn.’

Ze trad op met haar nummer ‘Hurricane’, dat oorspronkelijk ‘October Rain’ heette, maar moest van naam veranderen omdat het duidelijk naar de oktober 7 aanslagen verwees. ‘Hoewel ze de naam veranderden, was de onderliggende boodschap nog steeds overduidelijk’, legt Phil Dore uit, host van de Eurovision Wars podcast van ESC Insight. ‘Het jaar daarop trad Yuval Rafael, een overlevende van de aanslagen, op met haar nummer New Day Will Rise, dat wordt gezien als een lied over herstel en veerkracht.’

De boodschap van de EBU, de organisatie van het Songfestival, is om “apolitiek” te blijven met verschillende regels die ze hebben ingevoerd. Dat schijnt echter moeilijk te zijn. ‘De politiek is er altijd geweest en zal er waarschijnlijk voor altijd er zijn, maar ik denk dat het de afgelopen jaren echt in een stroomversnelling is geraakt’, vertelt Dore. ‘Er zijn vaker momenten geweest waarop politieke discussies binnen het evenement ontstonden, zowel via landen als artiesten die bewust een boodschap wilden overbrengen. De grens tussen wat wel en niet mag is daarbij altijd vaag en inconsistent geweest.’

Het meest opvallende van het afgelopen jaar is de boycot van de vijf grote deelnemende landen. Nederland, Spanje, Ierland, IJsland en Slovenië doen allemaal niet mee aan het festival vanwege de deelname van Israël. Ook keren Andorra, Bosnië en Herzegovina, Macedonië, Slovakije en Hongarije niet terug vanwege verschillende redenen, wat dat tien landen maakt.

Tegelijkertijd zijn er drie landen teruggekomen die de voorgaande jaren niet konden deelnemen vanwege financiële problemen. Die zijn Roemenië, Bulgarije en Moldavië. ‘Het is de EBU gelukt om deze landen te overtuigen om terug te keren. Het roept tegelijk de vraag op of daar misschien extra inspanningen of financiële tegemoetkomingen achter zitten, al blijft dat speculatie’, aldus Dore. ‘Ik denk dat de toekomst van het Songfestival onzeker is. De hoop is dat de landen die zich hebben teruggetrokken over een jaar of twee weer meedoen en dat alles weer normaal verloopt. Misschien komt dat uit, maar het kan ook volledig anders lopen. We leven immers in zeer onvoorspelbare tijden en ik denk niet dat dit probleem vanzelf makkelijk verdwijnt en zeker niet in de komende jaren.’

 

Over de auteur