In een X-aankondiging van de uitzending op van Ongehoord nieuws van 14 april wordt een misleidende claim gebruikt. Zo stellen zij dat “Een Finse studie onomwonden aantoont dat geslachtsverandering geen positief effect heeft op het functioneren van transjongeren.”
Deze factcheck is uitgevoerd op basis van beschikbare informatie op de datum van publicatie.
Claim: “Nu bevestigt een lange Finse studie weer dat deze ‘zorg’ niet werkt.”
Bron: Ongehoord Nieuws https://x.com/ongehoordnedtv/status/2044435070807634198?s=46
Oordeel: Misleidend
Het is onduidelijk over wat voor ‘functioneren’ het gaat, voor deze factcheck gaan we er van uit dat wordt bedoeld dat het over medisch/psychologisch functioneren gaat.
Wat zegt de studie?
De studie waar Ongehoord Nieuws naar verwijst, is gepubliceerd in april 2025 in het wetenschappelijk tijdschrift Acta Paediatrica. De auteurs zijn Ruuska, Tuisku, Holttinen en Kaltiala, verbonden aan de Universiteit van Tampere in Finland. Het betreft een groot cohortonderzoek: alle 2.083 Finse jongeren onder de 23 jaar die tussen 1996 en 2019 werden verwezen naar een genderkliniek, zijn vergeleken met een controlegroep van 16.643 leeftijdsgenoten. De follow-up duurde in sommige gevallen tot 25 jaar, en de data kwamen uit nationale registers, er was dus geen uitval van deelnemers.
Methodologisch is het onderzoek, volgens de wetenschappelijke maatstaven, betrouwbaar te noemen. Dit betekent dat herhaling van het onderzoek waarschijnlijk dezelfde uitkomsten oplevert. Daarnaast kan het als valide beschouwd worden, dit betekent dat daadwerkelijk wordt gemeten wat de onderzoekers beogen te meten: de noodzaak voor gespecialiseerde psychiatrische zorg.
De belangrijkste bevinding is dat de behoefte aan gespecialiseerde psychiatrische hulp niet daalt na een medisch traject. Sterker nog, het percentage jongeren met een psychiatrische zorgvraag stijgt: bij feminiserende behandeling van 9,8% naar 60,7%, en bij masculinerende behandeling van 21,6% naar 54,5%.
Klopt de claim?
De conclusie van Ongehoord Nieuws, dat de studie ‘onomwonden aantoont’ dat geslachtsverandering geen positief effect heeft, gaat verder dan wat de onderzoekers zelf beweren.
Ten eerste meet de studie uitsluitend psychiatrische morbiditeit: ernstige psychische stoornissen waarvoor gespecialiseerde zorg nodig is. Wat níet wordt gemeten, zijn factoren als algemeen welzijn, sociale tevredenheid of de mate waarin genderdysforie afneemt. Een positief effect kan dus bestaan zonder dat dit in deze studie zichtbaar wordt.
Ten tweede is er een belangrijk oorzaak-gevolgvraagstuk. De toegenomen zorgbehoefte hoeft niet veroorzaakt te zijn door de behandeling zelf. Jongeren met complexe problematiek kunnen langdurig in zorg blijven, en externe factoren zoals maatschappelijke druk kunnen een grote rol spelen. De studie noemt dit zelf als beperking.
Ten derde pleiten de onderzoekers nergens voor het stoppen met genderzorg. Hun aanbeveling is juist om psychiatrische problematiek beter te screenen en behandelen, zowel vóór als na medische ingrepen.
‘Meer psychiatrische hulp betekent niet automatisch dat het slechter gaat. Die hulpvraag kan ook voortkomen uit factoren zoals acceptatie, verlies van sociale omgeving of ervaringen met geweld, en staat dus niet per definitie gelijk aan het effect van de behandeling zelf,’ zegt Eva-Marijn Stegemann, GZ-psycholoog gespecialiseerd in transgenderzorg.
Wat zeggen andere onderzoeken?
De Finse studie staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een breder en genuanceerd wetenschappelijk debat.
Aan de kant die de bevindingen ondersteunt, vonden Hisle-Gorman et al. (2021) in een Amerikaanse registerstudie dat de behoefte aan geestelijke gezondheidszorg na medische behandeling niet afnam, en dat het gebruik van psychofarmaca zelfs toenam. Ook de Britse Cass Review (2024) concludeerde dat het bewijs voor verbeteringen in mentale gezondheid na medische geslachtsverandering bij jongeren beperkt is.
Daartegenover staan studies met andere uitkomsten. Zo analyseerden Kilmer et al. (2024) verzekeringsdata van ruim 47.000 Amerikaanse patiënten met genderdysforie. In de groep die een operatie onderging, daalde het gebruik van antidepressiva met 8,8% en het aantal depressiediagnoses met 7,7%.
Directe vergelijking tussen deze studies is echter lastig. De Finse studie kijkt naar gespecialiseerde psychiatrische zorg, terwijl het Amerikaanse onderzoek zich richt op medicatiegebruik en diagnoses. Daarnaast speelt context een rol: in de VS is zorgverzekering bepalend voor deelname, wat invloed heeft op de sociaaleconomische samenstelling van de onderzoeksgroep. De Finse studie erkent juist het ontbreken van dergelijke gegevens als beperking.
Kortom: de studies meten verschillende dingen in verschillende contexten en komen daardoor tot uiteenlopende resultaten. Dat wijst niet op onbetrouwbare wetenschap, maar op een complexe werkelijkheid.
‘Je kunt dit soort studies niet één op één met elkaar vergelijken, omdat ze verschillende dingen meten en in een andere context plaatsvinden. Wat we in de praktijk zien, is dat het welzijn van mensen vaak juist verbetert, maar dat er tegelijkertijd andere factoren kunnen zijn waardoor iemand alsnog hulp nodig heeft,’ aldus Stegemann.
Conclusie
De claim van Ongehoord Nieuws dat de studie ‘onomwonden aantoont’ dat geslachtsverandering geen positief effect heeft, is echter te stellig en misleidend. De Finse studie meet slechts één aspect van uitkomsten, trekt zelf geen absolute conclusies en pleit juist voor betere psychiatrische zorg, niet voor het afschaffen ervan.
