Utrecht Centrum

Selecteer Pagina

Steeds minder lezende jongeren: is social media echt de boosdoener?

Steeds minder lezende jongeren: is social media echt de boosdoener?

GEMERT-BAKEL – Een paar seconden scrollen op TikTok. Nog een filmpje. En nog één. Voor veel jongeren is het een herkenbaar beeld. Sociale media zijn overal aanwezig en vullen een groot deel van de vrije tijd. Ondertussen laten onderzoeken al jaren zien dat jongeren steeds minder boeken lezen. Daardoor wordt vaak dezelfde conclusie getrokken: sociale media zijn de boosdoener, maar is dat ook echt zo?

Nederlandse jongeren lezen steeds minder boeken. Dat blijkt al jaren uit onderzoeken van onder andere het CBS, Stichting Lezen en het internationale PISA-onderzoek. Vooral dat laatste laat zien dat de leesvaardigheid van Nederlandse jongeren onder druk staat en dat steeds meer leerlingen moeite hebben met langere en complexere teksten. Tegelijkertijd besteden jongeren steeds meer tijd aan sociale media, YouTube, Netflix en andere digitale platforms die de hele dag door beschikbaar zijn. Daardoor wordt vaak vrij snel de conclusie getrokken dat sociale media de belangrijkste oorzaak zijn van het feit dat jongeren minder lezen. Maar wie daar met mensen uit het onderwijs en de bibliotheek over praat, merkt al snel dat het verhaal een stuk ingewikkelder ligt dan alleen “te veel TikTok”.  

Dat jongeren minder lezen dan vroeger staat eigenlijk niet meer ter discussie. Verschillende onderzoeken laten al jaren een dalende lijn zien in vrijetijdslezen onder jongeren. Ook in de klas en in bibliotheken is dat zichtbaar. Toch is de vraag vooral: waarom gebeurt dit precies en wat is de echte oorzaak?  Voor docent Nederlands Irene van Zeeland van het Commanderij College is die verandering in ieder geval dagelijks merkbaar in de klas. Zij ziet hoe leerlingen omgaan met teksten en hoe hun concentratie daarin verschilt met een aantal jaar geleden. 

“Je merkt gewoon dat het voor veel leerlingen lastiger is om langere tijd met een tekst bezig te zijn. Dat betekent niet dat ze het niet kunnen, maar het kost ze meer moeite dan vroeger.” 

Volgens haar komt dat niet uit de lucht vallen. Jongeren groeien op in een wereld waarin informatie constant binnenkomt. Op sociale media volgt het ene beeld het andere in een razend tempo op, waardoor aandacht steeds opnieuw wordt getrokken. Dat maakt het lastiger om rustig bij één ding te blijven, zoals een boek of een langere tekst.  Tijdens de leesmomenten op school ziet ze dat verschil duidelijk terug. Iedere les beginnen leerlingen met een moment om te lezen, maar de manier waarop dat gebeurt verschilt sterk. Sommige leerlingen pakken direct hun boek en verdwijnen erin, maar de meeste hebben zichtbaar moeite om überhaupt te starten. Niet omdat ze niet willen lezen, maar omdat ze snel afgeleid zijn of er niet meteen “in komen”. 

“Bij langere teksten zie je vaak al een soort zucht van: moet dit echt allemaal?” 

Volgens Van Zeeland zit dat niet alleen in motivatie, maar vooral in gewoonte. Lezen is iets wat je moet trainen. Hoe vaker je het doet, hoe makkelijker het wordt om langere teksten te begrijpen en vol te houden. Maar als jongeren dat minder doen in hun vrije tijd, wordt het ook op school lastiger. “Lezen is echt iets wat je moet blijven oefenen. Anders wordt het gewoon zwaarder.”  Ze merkt daarnaast dat leerlingen vaak een voorkeur ontwikkelen voor korte en snelle informatie. Niet alleen op sociale media, maar ook bij boeken. Als ze zelf mogen kiezen, gaan ze vaak voor kortere verhalen of dunne boeken, omdat dat minder “intimiderend” voelt. Dat zegt volgens haar veel over hoe lezen wordt ervaren: niet als ontspanning, maar als iets dat moeite kost. 

Toch ziet Van Zeeland sociale media niet als enige oorzaak, maar wel als een belangrijke factor. Het gaat volgens haar vooral om de manier waarop aandacht tegenwoordig wordt gestuurd. Waar een boek vraagt om rust en concentratie, zorgen sociale media voor constante afwisseling.  “Op sociale media hoef je je eigenlijk nooit lang op hetzelfde te focussen. Bij een boek moet dat wel.” Dat verschil maakt volgens haar dat jongeren minder gewend raken aan langdurige concentratie. En dat heeft volgens haar uiteindelijk invloed op hun leesvaardigheid en tekstbegrip, omdat die vaardigheden simpelweg oefening nodig hebben. 

Vanuit het onderwijs wordt daarom steeds meer ingezet op leesbevordering en taalbeleid. Ook nieuwe landelijke kerndoelen leggen meer nadruk op lezen en taalontwikkeling. Scholen proberen leerlingen vaker en langer met teksten in aanraking te brengen, juist omdat die oefening nodig blijft. 

Toch is dat niet de enige manier om naar het probleem te kijken. 

Aan de andere kant van de discussie staat Gabriëlle Klooster van Bibliotheek Midden-Brabant. Zij herkent dezelfde ontwikkeling, maar vindt dat sociale media vaak te snel als hoofdschuldige worden aangewezen. “Het is makkelijk om te zeggen: het ligt aan social media. Maar jongeren leven gewoon in een totaal andere wereld dan twintig jaar geleden.” 

Volgens haar wordt vaak vergeten hoeveel het dagelijks leven van jongeren is veranderd. Waar lezen vroeger één van de belangrijkste vormen van vrije tijd was, hebben jongeren nu veel meer keuzes. Ze sporten, werken, spreken af met vrienden, kijken series, gamen en zitten online. Daardoor moet lezen concurreren met een enorme hoeveelheid andere activiteiten. “Jongeren zijn niet gestopt met verhalen. Ze zoeken alleen andere manieren om die verhalen te beleven.” 

Volgens Klooster ligt de kern van het probleem daarom niet alleen bij sociale media, maar bij motivatie en beleving. Jongeren lezen niet minder omdat ze per se geen interesse meer hebben in verhalen, maar omdat verhalen tegenwoordig op veel verschillende manieren worden aangeboden. Bibliotheken proberen daarom niet alleen te focussen op “meer lezen”, maar vooral op “weer zin krijgen in lezen”. Dat gebeurt door boeken beter aan te laten sluiten bij interesses van jongeren, door samenwerkingen met scholen en door activiteiten die lezen minder schools maken en meer iets van jongeren zelf. 

“Als een boek echt bij iemand past, zie je vaak dat die interesse er meteen weer is.” 

Volgens Klooster ligt daar ook de belangrijkste uitdaging. Lezen moet niet alleen iets zijn dat moet, maar ook iets dat leuk kan zijn. Anders wint altijd de telefoon of Netflix.  Opvallend genoeg ziet zij ook positieve kanten aan sociale media. Waar vaak wordt gedacht dat platforms zoals TikTok alleen maar afleiden, ziet zij ook voorbeelden waarbij jongeren juist via sociale media weer boeken ontdekken. “Via BookTok zie je dat lezen juist weer kan gaan leven. Dat is misschien wel het verrassende aan dit alles.” 

Daarmee wordt meteen duidelijk dat de discussie niet zwart-wit is. Sociale media kunnen zowel een rem als een ingang zijn richting lezen. Dat maakt het onderwerp ingewikkelder dan vaak wordt gedacht. Het verschil tussen beide geïnterviewden zit vooral in de manier waarop ze naar hetzelfde probleem kijken. Irene van Zeeland kijkt vanuit de klas en ziet vooral concentratieproblemen en afnemende leeservaring. Gabriëlle Klooster kijkt vanuit de bibliotheek en ziet vooral veranderende interesses en een drukker leven van jongeren. 

Van Zeeland ziet sociale media vooral als een directe concurrent van lezen. Tijd die aan scrollen wordt besteed, kan niet aan een boek worden besteed. Klooster kijkt meer naar de bredere context en ziet sociale media als één onderdeel van een veel groter geheel. Toch zijn ze het over één belangrijk punt eens: jongeren lezen minder dan vroeger. Dat blijkt niet alleen uit ervaring, maar ook uit landelijke cijfers en internationale onderzoeken. 

De discussie zit dus niet in de vraag of er een probleem is, maar in de vraag waar dat probleem precies vandaan komt. Van Zeeland benadrukt dat sociale media een grote invloed hebben op concentratie en aandacht. Klooster vindt dat beeld te beperkt en wijst op de bredere leefwereld van jongeren, waarin veel meer keuzes en prikkels bestaan dan vroeger. Misschien ligt de waarheid ergens in het midden. Sociale media spelen waarschijnlijk een belangrijke rol, maar ze staan niet op zichzelf. Ze maken deel uit van een grotere verandering in hoe jongeren hun tijd besteden, hoe ze informatie verwerken en hoe ze verhalen tegenkomen. 

Wat in ieder geval duidelijk wordt, is dat lezen niet meer vanzelfsprekend is. Waar het vroeger vaak gewoon een vast onderdeel van de dag was, moet het nu concurreren met alles wat een scherm te bieden heeft. En precies daar ligt de uitdaging voor scholen, bibliotheken en ouders: niet alleen de vraag hoe jongeren minder op hun telefoon zitten, maar vooral hoe lezen weer iets wordt waar ze uit zichzelf voor kiezen in een wereld die nooit stil staat. 

Over de auteur

Catootje Cootjans

Ik ben Catootje Cootjans, 17 jaar en eerstejaarsstudent journalistiek aan de hogeschool in Utrecht. Ik woon in Utrecht en heb een passie voor de film en media industrie. Op dit moment maak ik nieuws voor en over Utrecht centrum.