UTRECHT- Meer dan de helft van de inwoners van Utrecht Centrum voelt zich weleens onveilig. Uit cijfers blijkt dat het onveiligheidsgevoel in het stadscentrum met 54,1 procent hoger ligt dan in alle andere onderzochte gebieden in de regio Utrecht. Volgens Jelle Brands, universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, spelen de drukte, het uitgaansleven en zichtbare overlast daarbij een belangrijke rol.
Utrecht Centrum springt eruit in de cijfers
Uit de dataset over veiligheidsbeleving in 2025 blijkt dat Utrecht Centrum de hoogste score heeft van alle onderzochte gebieden in de regio. Waar 54,1 procent van de inwoners van Utrecht Centrum aangeeft zich weleens onveilig te voelen, ligt dit percentage lager in andere delen van de regio. In Utrecht-Zuid bedraagt het percentage 48,5 procent en in Utrecht-Noord 46,1 procent. Ook Amersfoort blijft met 43,5 procent onder het niveau van de binnenstad. De laagste score wordt gemeten in de Utrechtse Heuvelrug, waar 33,8 procent van de inwoners zich weleens onveilig voelt.
De cijfers laten zien dat het veiligheidsgevoel in het centrum duidelijk afwijkt van dat in andere delen van de regio. Hoewel het verschil met Utrecht-Zuid en Utrecht-Noord relatief beperkt lijkt, is de afstand tot verschillende andere gebieden aanzienlijk. Daarmee rijst de vraag waarom juist de binnenstad zo hoog scoort.
Drukte en zichtbare overlast
Volgens Jelle Brands, universitair docent aan het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, hangt dit samen met de bijzondere functie van de Utrechtse binnenstad. Het centrum trekt dagelijks grote aantallen bewoners, studenten, toeristen, winkelend publiek en uitgaansbezoekers.
“De binnenstad is een plek waar veel verschillende groepen samenkomen. Daardoor is er meer drukte en meer kans op zichtbare overlast. Mensen baseren hun veiligheidsgevoel vaak op wat ze zien in hun omgeving. Als ze vaker worden geconfronteerd met overlast of incidenten, kan het onveiligheidsgevoel sneller stijgen dan in woonwijken.”
Brands benadrukt dat een hoog onveiligheidsgevoel niet automatisch betekent dat de criminaliteit ook hoger is. Veiligheidsbeleving en criminaliteitscijfers zijn volgens hem twee verschillende zaken.
“Veiligheidsgevoel en criminaliteit hangen samen, maar zijn niet hetzelfde. Mensen kunnen zich onveiliger voelen zonder dat de criminaliteit sterk toeneemt. Zichtbare overlast, negatieve ervaringen of berichten in de media kunnen ook invloed hebben.”
Gevoel en werkelijkheid zijn niet altijd hetzelfde
Dat onderscheid is belangrijk bij de interpretatie van de cijfers. De dataset meet namelijk hoe veilig mensen zich voelen, niet hoeveel misdrijven daadwerkelijk plaatsvinden. Het gaat dus om de beleving van veiligheid en niet rechtstreeks om geregistreerde criminaliteit.
Voor onderzoekers en beleidsmakers is dat een belangrijk verschil. Een stijgend onveiligheidsgevoel kan gevolgen hebben voor hoe mensen een gebied gebruiken, ook wanneer de feitelijke criminaliteit stabiel blijft. Mensen kunnen bepaalde plekken gaan vermijden of zich minder prettig voelen in de openbare ruimte.
De rol van het uitgaansleven
Een belangrijke factor in de binnenstad is volgens Brands het uitgaansleven. Utrecht Centrum kent een hoge concentratie aan cafés, restaurants en andere uitgaansgelegenheden. Vooral tijdens de avond- en nachturen kan dit leiden tot situaties die het gevoel van veiligheid beïnvloeden.
“Uitgaansgebieden zorgen voor levendigheid, maar ook voor meer overlast. Nachtelijke drukte, alcoholgebruik en conflicten kunnen ervoor zorgen dat bezoekers en bewoners zich minder veilig voelen, zelfs wanneer ernstige criminaliteit relatief beperkt blijft.”
Daarnaast noemt Brands zichtbare sociale problematiek als mogelijke verklaring. Dakloosheid, verward gedrag en andere vormen van overlast vallen in een drukke binnenstad sneller op dan in rustige woonwijken. Omdat veel mensen dagelijks door het centrum reizen, worden dergelijke situaties bovendien door een groot publiek waargenomen.
Waarom stijgt het onveiligheidsgevoel juist nu?
De stijging van het onveiligheidsgevoel past volgens Brands binnen een bredere ontwikkeling die ook in andere Nederlandse steden zichtbaar is. Sinds de coronapandemie zijn binnensteden weer drukker geworden en trekken zij opnieuw grote bezoekersstromen. Tegelijkertijd krijgen incidenten via nieuwsmedia en sociale media veel aandacht.
“Mensen krijgen daardoor sneller het idee dat een gebied minder veilig is geworden. De beleving van veiligheid wordt niet alleen gevormd door persoonlijke ervaringen, maar ook door wat mensen horen en lezen.”
Volgens Brands kan deze combinatie van drukte, zichtbare incidenten en mediaberichtgeving ervoor zorgen dat het veiligheidsgevoel sneller verandert dan de feitelijke veiligheidssituatie.
Wat kan de gemeente doen?
Volgens Brands kan de gemeente verschillende maatregelen nemen om het veiligheidsgevoel te verbeteren. Daarbij gaat het niet alleen om handhaving, maar ook om investeringen in de openbare ruimte.
“Goede verlichting, zichtbare aanwezigheid van handhavers, het aanpakken van overlast en duidelijke communicatie over veiligheidsmaatregelen kunnen allemaal bijdragen aan een groter veiligheidsgevoel.”
De belangrijkste conclusie uit de cijfers is volgens hem dat veiligheidsgevoel serieus genomen moet worden. Ook wanneer de criminaliteit niet sterk stijgt, kan een groeiend gevoel van onveiligheid invloed hebben op hoe mensen de stad ervaren en gebruiken.
