De Plandelweek in Utrecht is weer geweest. Tijdens deze actieweek ruimen inwoners samen zwerfafval op terwijl ze wandelen, een activiteit die bekendstaat als plandelen. Dit jaar vond de week plaats van 1 tot en met 7 juni. Met buurtacties, wandelingen en creatieve projecten wil de organisatie de stad schoner maken en bewoners met elkaar verbinden. Wat maakt plandelen meer dan alleen afval opruimen?
Ik loop mee met een opruimactie die werd georganiseerd door de Plandelman. In ongeveer een uur trekken we samen door Utrecht om zwerfafval op te ruimen en de stad weer een stukje schoner te maken. Tijdens de route komen we langs verschillende bekende plekken in de binnenstad, waaronder het Plandelmuseum, een plein en de Neude.
De groep die meedoet is erg gevarieerd. Zo loopt er een meisje van ongeveer twaalf jaar mee, maar ook een vrouw van rond de vijftig, die zichzelf al een echte plandelaar noemt. Ondanks het leeftijdsverschil is iedereen even enthousiast en gemotiveerd om samen iets goeds te doen voor de stad. Dat zorgt voor een positieve sfeer waarin mensen elkaar helpen en aanmoedigen. Voordat we vertrekken, krijgen we allemaal een knijper en een afvalring met zak mee. Daarmee gaan we op pad door de straten van de binnenstad.
Een belangrijk onderdeel van de Plandelweek is het verbinden van mensen uit verschillende achtergronden en wijken. Dat is ook tijdens deze tocht zichtbaar. Met een grijpstok in zijn hand staat Yassin tussen de groep. Hij komt uit Iran en is pas acht weken in Nederland. Hij spreekt nog geen Nederlands, maar helpt al actief mee. Tijdens de voorbespreking vertelt hij dat het eerste woord dat hij leerde ‘plandelen’ was.
Het effect achter plandelen
Aan het begin van de wandeling raak ik in gesprek met organisator en ‘Plandelman’ Anton Damen. Hij is direct herkenbaar aan zijn felgroene shirt met het Plandel-logo erop. Terwijl deelnemers afval oprapen langs de route, vertelt hij dat de activiteit vaak meer losmaakt dan alleen een schonere omgeving.
‘We noemen het weleens een groen virus,’ zegt hij lachend. ‘Mensen die één keer meedoen, doen vaak nog een keer mee. Het werkt aanstekelijk.’ Volgens hem heeft plandelen een aantoonbaar effect op de betrokkenheid van deelnemers. Een eenmalige wandeling leidt regelmatig tot blijvende inzet voor een schonere leefomgeving. Toch merkt hij dat niet iedereen zomaar aansluit.
“Er bestaat zoiets als plandelschaamte,” legt hij uit. ‘Veel mensen vinden het een goed idee, maar voelen zich ongemakkelijk om alleen met een grijpstok door de buurt te lopen.’ Daarom probeert de organisatie de drempel zo laag mogelijk te maken. Deelnemers krijgen materialen zoals grijpstokken en afvalzakken en worden actief uitgenodigd om mee te doen.
Tijdens de wandeling valt op dat mensen uit verschillende wijken met elkaar in gesprek raken. Terwijl ze afval verzamelen, wisselen ze ervaringen uit over hun buurt en leren ze nieuwe mensen kennen. ‘Dat sociale aspect is eigenlijk het belangrijkste,’ zegt Anton. ‘Natuurlijk is het mooi dat er minder zwerfafval ligt, maar het echte resultaat zit in de verbinding tussen mensen.’
‘Na elke Plandelweek zien we een duidelijke stijging in het aantal aanvragen voor grijpstokken bij gemeenten. Dat laat zien dat mensen zelf verder willen gaan.’
Tijdens de wandeling zijn er vrijwel geen negatieve reacties van voorbijgangers. Integendeel: omstanders reageren juist positief op de groep. Een fietser roept in het voorbijgaan: ‘Goed bezig!’ Even later steekt een wandelaar zijn duim op en bedankt de deelnemers voor hun inzet.
Bij het Plandelmuseum laat Anton een grote groene goodiebag zien voor mensen die statiegeldflesjes en blikjes verzamelen. ‘Deze tas is niet alleen praktisch, maar ook een vorm van waardering,’ legt hij uit. Volgens hem leveren verzamelaars een belangrijke bijdrage aan een schonere omgeving. Met de herbruikbare tas wil de organisatie die inzet zichtbaar maken en erkenning geven aan mensen die dit werk doen.
Van drempel naar gewoon beginnen
Karin Neijndorff is een ervaren plandelaar. Ze pakt met gemak blikjes en sigaretten van de grond en stopt die in haar eigen meegebrachte emmertje. Met bewondering zie ik hoe snel ze dit doet. Tussen het opruimen door vertelt ze dat ze sinds augustus regelmatig aan plandelacties meedoet. ‘Ik wilde dit eigenlijk al jaren doen, maar er kwam steeds iets tussen. Op een gegeven moment dacht ik: ik trek me niet meer aan van wat anderen ervan vinden en ben gewoon begonnen.’
Meestal plandelt ze alleen, maar vandaag doet ze mee vanwege het sociale aspect. Volgens haar heeft plandelen meerdere voordelen. Ze komt vaker buiten, beweegt meer en draagt tegelijkertijd iets bij aan haar omgeving. Omdat ze niet graag naar de sportschool gaat, is dit voor haar een prettige manier om actief te blijven. ‘Je bent in beweging zonder dat het voelt als sporten,’ vertelt Karin.
Hoewel één middag opruimen de wereld niet verandert, gelooft ze wel in de kracht van het goede voorbeeld. ‘Alle beetjes helpen. Mensen reageren vaak positief als ze zien wat je doet. Soms raken ze zelfs enthousiast en gaan ze zelf ook plandelen.’
Tijdens het gesprek wordt regelmatig duidelijk hoe serieus ze haar taak neemt. Om de paar minuten wijst ze naar de grond. ‘Daar ligt weer een blikje,’ zegt ze, terwijl ze haar grijper uitstrekt. Even later volgt: ‘En daar nog iets.’ Zodra het gesprek is afgelopen, gaat ze direct verder met opruimen. Tegelijkertijd blijft ze in contact met andere deelnemers. Juist die combinatie van een schonere buurt en sociaal contact maakt plandelen voor haar zo waardevol.
