Kanker stopt niet bij de behandelkamer. Dat weet Maud Raaff-Schoenmakers als geen ander. Als voormalig oncoloog en oedeemtherapeut stapte ze over naar de psychosociale begeleiding bij centrum SamenhuiS, gedreven door de overtuiging dat nabijheid en een luisterend oor soms meer betekenen dan welk medicijn ook.
Kunt u zichzelf even voorstellen?
“Mijn naam is Maud. Ik ben opgeleid als oncoloog en oedeemtherapeut, en werk nu als begeleider bij centrum SamenhuiS. Daar help ik mensen met de diagnose kanker in verschillende vormen. De combinatie van die achtergronden geeft mij, denk ik, een unieke positie: ik begrijp de medische wereld van binnenuit, maar mijn focus ligt nu volledig op het mens achter de diagnose.”
Hoe is de overstap van oncoloog naar begeleider bij SamenhuiS ontstaan?
“Als oncoloog zag ik dagelijks hoe groot de impact van kanker is, niet alleen lichamelijk maar ook emotioneel en sociaal. De medische zorg was er, maar ik merkte dat er een wereld bestond naast de behandelkamer die minstens zo belangrijk was. De behoefte aan echte menselijke nabijheid en aan lotgenotencontact. Ik wil mensen niet alleen behandelen, ik wil ze echt begeleiden.”
Waarom heeft u gekozen voor de oncologie?
“Het is een combinatie van interesse en toeval geweest. Ik heb altijd affiniteit gehad met het begeleiden van mensen in kwetsbare situaties, en op een gegeven moment kwam ik in contact met het werk van SamenhuiS. Wat mij direct aansprak was de aanpak: niet medisch, maar menselijk. De focus op psychosociale ondersteuning, waar ik goed in ben en wat ik belangrijk vind. Zo is het begonnen.”
Kunt u beschrijven wat uw rol is in de begeleiding van mensen met kanker?
“Samen met mijn collega ben ik coördinator van centrum SamenhuiS. We zijn verantwoordelijk voor het aannemen en trainen van vrijwilligers, en voor het inzetten van hen bij onze bijeenkomsten, lezingen en lotgenotengroepen, zoals de prostaatkankergroep, de borstkankergroep, de nabestaandengroep. Daarnaast begeleid ook ik zelf één op één mensen met kanker. ”
Wat spreekt u het meest aan in het werken met kankerpatiënten?
“De eerlijkheid. Mensen die geconfronteerd worden met kanker hebben geen tijd meer voor oppervlakkigheid. De gesprekken zijn echt, de emoties zijn echt. Er is een openheid die je in het dagelijks leven zelden tegenkomt. Dat raakt me elke keer weer, en het geeft mijn werk een diepgang die ik nergens anders zou vinden.”
Kunt u zich uw eerste cliënt bij SamenhuiS nog herinneren? Wat maakte indruk?
“Absoluut. Het was een vrouw van middelbare leeftijd die voor het eerst naar een bijeenkomst kwam. Ze zei haast niets die avond, ze zat alleen maar. Aan het einde, toen iedereen zijn jas aantrok, pakte ze mijn hand en zei: ‘Ik ben blij dat ik ben gekomen.’ Meer niet. Maar voor mij was dat een bevestiging: dit is precies waarom we dit doen. Je hoeft niet altijd woorden te hebben. Aanwezig zijn is genoeg.”
Hoe gaat u om met emotioneel zware situaties?
“Ik heb geleerd dat ik de verhalen niet mee naar huis moet nemen, maar dat lukt niet altijd. Wat wel helpt, is erover praten met mijn collega. We zijn elkaars steun en we begrijpen elkaar zonder veel uitleg. Ook de training die onze vrijwilligers krijgen, volg ik zelf mee. Het helpt om bewust te blijven van grenzen, die van anderen én van mezelf.”
Hoe zorgt u voor balans tussen werk en privé?
“Dat is een voortdurend aandachtspunt. Ik merk dat ik van nature de neiging heb om altijd beschikbaar te zijn, maar dat is op de lange duur niet vol te houden. Ik probeer bewust momenten in te bouwen waarop ik écht ‘uit’ sta. Dat betekent ook af en toe ‘nee’ zeggen, wat voor mij persoonlijk echt een oefening is.”
Als u één ding zou mogen veranderen in hoe wij als maatschappij omgaan met kanker, wat zou dat zijn?
“Kanker is niet direct een doodvonnis, mensen met kanker zijn niet meteen zielig en zwak. Ik wil graag zien dat we mensen in een oncologisch traject kracht geven in plaats van medelijden. Sommige worden ontlopen door hun omgeving, dit maakt alles nog pijnlijker. Daarnaast gun ik ieder een betere samenwerking tussen eerste lijn en tweede lijn zorg, hierin valt nog veel te behalen.”