ZEIST – In de Noorderlichtkerk in Zeist geeft Edwin van den Worm, farmaceut aan de Universiteit Utrecht, een lezing over planten als bron voor medicijnen. De bijeenkomst is georganiseerd door Groei & Bloei, een landelijke vereniging voor liefhebbers van planten, bloemen en natuur. Hoe belangrijk zijn planten als bron voor medicijnen en wat gebeurt er als deze planten uitsterven?
Al snel loopt de Thomaszaal in de Noorderlichtkerk vol. Bezoekers schenken koffie en thee in, zoeken een plek en maken een gezellig praatje met elkaar. Van den Worm kijkt zichtbaar uit naar zijn verhaal. ‘Voordat ik begin geef ik even een korte disclaimer: ik ben geen arts, maar expert in medicinale planten, dus na afloop hoeven jullie niet met al je kwaaltjes in de rij te staan.’
Oorsprong
Van den Worm begint zijn lezing met de geschiedenis van medicijnen en de rol die planten daarin spelen. Nog altijd komt ongeveer 30 procent van de reguliere geneesmiddelen oorspronkelijk uit planten. Aspirine is bijvoorbeeld gebaseerd op salicylzuur uit de boomschors van een wilg. Morfine en codeïne zijn afkomstig uit de bolpapaver, ook wel de slaapbol genoemd. Codeïne wordt gebruikt tegen prikkelhoest.
Volgens Van den Worm zijn planten een rijke bron van stoffen waar de farmacie nog altijd veel aan heeft. ‘Planten maken die stoffen niet voor ons, maar voor zichzelf,’ legt hij uit. ‘Ze maken bijvoorbeeld een bittere stof aan zodat ze niet worden opgegeten door insecten.’
Bijzondere eigenschappen
Terwijl aan de andere kant van de kerk een koor repeteert, vertelt Van den Worm verder over de bijzondere eigenschappen van planten. Ze kunnen met elkaar communiceren. Zonder direct contact via hun wortels kunnen ze stoffen afgeven waarmee ze signalen naar andere planten sturen. Een aantal bezoekers grinniken of reageren verbaasd. ‘Planten zijn helemaal niet zo saai als de meeste mensen denken’, zegt Van den Worm.
Wat als planten verdwijnen?
Wat gebeurt er als plantensoorten uitsterven voordat onderzoekers ze ooit hebben kunnen bestuderen? Volgens Van den Worm is dat een heel groot probleem. ‘We zijn voor veel medicijnen afhankelijk van planten’, zegt hij.
Toch denkt Wilma Bos, medewerker van de Utrechtse Apotheek in Zeist, dat de farmaceutische wereld tegenwoordig minder afhankelijk is van planten dan vroeger. ‘De oorsprong van medicijnen ligt inderdaad bij planten, maar tegenwoordig is lang niet alles meer plantaardig’, legt ze uit. Dankzij moderne technologie worden veel medicijnen inmiddels synthetisch gemaakt. ‘Tegenwoordig maken ze stoffen die sterk lijken op plantaardige middelen.’
Van den Worm erkent dat de technologie een steeds grotere rol speelt binnen de farmacie. Volgens hem zal die ontwikkeling in de toekomst alleen maar verder toenemen.
Biodiversiteit en hoop
Aan het einde van de lezing sluit Van den Worm af met een waarschuwing. Hij wil bezoekers bewuster maken van de planten die zij mogelijk in de tuin hebben staan.
‘Sommige planten kunnen geneeskrachtig zijn, maar andere zijn juist hartstikke giftig.’
Volgens Van den Worm vormt biodiversiteitsverlies niet alleen een probleem voor de natuur, maar ook voor de volksgezondheid. Toch blijft hij optimistisch over de toekomst van medicijnonderzoek. Dankzij nieuwe technologie kan men steeds sneller stoffen analyseren en onderzoeken. Bovendien denkt hij dat er nog altijd gebieden op aarde zijn waar planten groeien die nooit zijn bestudeerd. ‘Daarom is er altijd nog hoop om medicijnen te vinden voor ziektes waarvoor ze er nu nog niet zijn’, aldus Van den Worm.