AMERSFOORT – ‘Gen Z wil niet werken’, het is een uitspraak die de laatste jaren steeds vaker terugkomt in nieuwsartikelen en op hun socials. Begrippen als quiet quitting, bare minimum Mondays en lazy girl jobs versterken het beeld dat de jongste generatie werknemers minder bereid zou zijn om hard te werken. De eigenaar van café Curtis in Amersfoort heeft hier ook ervaring mee.
‘Als je als 18-jarige laat zien dat je wil werken en niet alleen een grote mond hebt, dan zit je bij de beste 5 procent van je generatie. Tegenwoordig zijn er maar weinig jongeren die dat ook doen’, vertelt de eigenaar van Curtis. Hij vertelt dat het niet om talent gaat, maar om motivatie en of je wel wil werken. Na de coronapandemie is het vreselijk geworden, volgens de café-eigenaar.
‘Voor de coronapandemie kon ik nog wat tegen ze zeggen, zoals dat ze door moesten werken of zo; dat is er nu helemaal uit.’ Nu vindt hij dat jongeren te veel verwachten voor wat ze eigenlijk doen. ‘Ze willen op hun kont zitten, niks doen en dan vervolgens honderd euro verdienen’, zegt de café-eigenaar.
Onderzoek laat zien dat het beeld van Gen Z als ‘niet willen werken’ vaak te kort door de bocht is. Volgens het World Economic Forum (2023) verschuift de focus van jonge werknemers wereldwijd steeds meer naar flexibiliteit, mentale gezondheid en zingeving in werk. Dit betekent niet dat zij minder willen werken, maar dat zij andere eisen stellen aan werkgevers dan vorige generaties.
Ook Gallup (2022) stelt dat betrokkenheid op de werkvloer sterk samenhangt met duidelijke communicatie, waardering en werk-privébalans. Vooral jongere werknemers geven in hun onderzoek vaker aan dat zij stress en burn-out willen voorkomen, waardoor zij sneller grenzen stellen aan hun werktijden en taken.
Het fenomeen quiet quitting, dat veel wordt besproken in media zoals BBC News (2022), wordt door onderzoekers vaak niet gezien als een vorm van luiheid, maar als het uitvoeren van werk binnen de afgesproken taken. Volgens BBC News (2022) is het vooral een reactie op hoge werkdruk en het gevoel van onvoldoende waardering.
Daarnaast beschrijft Twenge (2017) dat generaties die zijn opgegroeid met digitale technologie en economische onzekerheid andere verwachtingen ontwikkelen rondom werkzekerheid en levenskwaliteit. Dit kan verklaren waarom jongere werknemers kritischer zijn over banen die weinig flexibiliteit of ontwikkeling bieden.
Samen laten deze bronnen zien dat de discussie over Gen Z en werk meer is dan alleen motivatie. Het gaat vooral om een andere kijk op wat ‘goed werk’ betekent in een tijd van veel personeelstekort en aandacht voor de gezondheid.
