AMERSFOORT – Amersfoort heeft al jaren minder ontvangen meldingen van kindermishandeling dan het landelijke gemiddelde. Toch lag het percentage jongeren met jeugdzorg in de gemeente tussen 2021 en 2024 juist boven het Nederlandse gemiddelde. Dat blijkt uit cijfers van het CBS, verwerkt via Waarstaatjegemeente.nl. De combinatie van die twee datasets laat zien dat minder meldingen niet automatisch betekent dat er minder zorgen zijn over kinderen.
Amersfoort blijft tussen 2019 en 2025 onder het landelijke gemiddelde van ontvangen meldingen kindermishandeling per 100.000 inwoners. Vooral 2022 valt op door een duidelijke daling.
Uit de cijfers over ontvangen meldingen van kindermishandeling blijkt dat Amersfoort in de hele onderzochte periode onder het Nederlandse gemiddelde blijft. Landelijk is vanaf 2021 een lichte stijging zichtbaar. In Amersfoort schommelt het aantal meldingen sterker. Vooral 2022 valt op: in dat jaar daalt het aantal ontvangen meldingen in Amersfoort duidelijk. Daarna stijgt het cijfer weer richting 2024, maar in 2025 zakt Amersfoort opnieuw terug.
Dat betekent niet automatisch dat kindermishandeling in Amersfoort minder voorkomt dan in de rest van Nederland. De cijfers gaan namelijk over meldingen die binnenkomen, niet over alle gevallen die daadwerkelijk plaatsvinden. Niet iedere situatie wordt herkend, gemeld of officieel geregistreerd. Ook kunnen mensen ervoor kiezen om eerst advies te vragen in plaats van direct een melding te doen.
Volgens Daan Leker, medewerker bij Veilig Thuis Midden-Nederland, speelt aandacht in de media een belangrijke rol bij het aantal mensen dat contact opneemt. “Op het moment dat er veel aandacht is voor huiselijk geweld, kindermishandeling of seksueel geweld, merken wij dat mensen ons vaker bellen voor advies,” zegt zij. Volgens Leker kunnen bijvoorbeeld familieleden, buren, professionals of politie contact opnemen wanneer zij twijfelen over een situatie.
Een adviesvraag is bij Veilig Thuis niet hetzelfde als een officiële melding. Bij een adviesvraag denkt Veilig Thuis mee met degene die belt. Dat kan anoniem en hoeft niet te leiden tot een melding. “Je ondervangt in het adviestraject al best veel door mee te denken en advies te geven. Dan hoeft er geen melding te komen, omdat mensen vaak zelf verder kunnen,” legt Leker uit.
Bij jongeren met jeugdzorg is het beeld anders. Amersfoort ligt tussen 2021 en 2024 boven Nederland, maar zakt in 2025 onder het landelijke gemiddelde.
De tweede dataset laat een ander beeld zien. Het percentage jongeren met jeugdzorg lag in Amersfoort van 2021 tot en met 2024 boven het landelijke gemiddelde. Vooral in 2022 en 2023 is het verschil zichtbaar. In 2023 bereikt Amersfoort binnen deze periode het hoogste percentage jongeren met jeugdzorg. Daarna daalt het percentage. In 2025 ligt Amersfoort voor het eerst onder het landelijke gemiddelde.
Juist de combinatie van deze cijfers is opvallend. Amersfoort heeft relatief minder ontvangen meldingen van kindermishandeling, maar had jarenlang juist relatief meer jongeren met jeugdzorg. Dat laat zien dat meldingen bij Veilig Thuis en jeugdzorgcijfers niet hetzelfde meten. Jongeren kunnen ook op andere manieren in de jeugdzorg terechtkomen, bijvoorbeeld via school, huisarts, wijkteam of andere hulpverlening.
Ook zegt een melding bij Veilig Thuis niet altijd iets over het verdere verloop. Na een melding bekijkt Veilig Thuis volgens Leker eerst of er sprake is van acute of structurele onveiligheid. Daarna wordt bepaald wat er nodig is. Soms wordt de situatie overgedragen aan een sociaal team of bestaande hulpverlening. In andere gevallen wordt een melding zonder vervolg afgesloten.
Leker benadrukt dat Veilig Thuis niet direct zware maatregelen neemt. “Als wij komen, betekent dat niet dat kinderen meteen uit huis worden geplaatst,” zegt zij. Volgens haar is het belangrijk dat mensen contact durven opnemen wanneer zij twijfelen. Een adviesgesprek kan volgens haar juist helpen om eerder te bepalen wat verstandig is.
Op de website van Veilig Thuis Midden-Nederland staat dat kindermishandeling niet altijd zichtbaar is. Sommige kinderen laten duidelijke signalen zien, zoals angstig gedrag, vermoeidheid, agressie, slechte verzorging of teruggetrokken gedrag. Maar signalen zijn volgens Veilig Thuis geen bewijs. Ze kunnen ook een andere oorzaak hebben. Hoe meer signalen tegelijk voorkomen, hoe groter de reden om alert te zijn.
De cijfers over Amersfoort laten daarom vooral een genuanceerd beeld zien. De gemeente scoort lager dan Nederland op ontvangen meldingen van kindermishandeling, maar had jarenlang meer jongeren met jeugdzorg. Daaruit kan niet direct worden geconcludeerd dat het beter of slechter gaat dan landelijk. Wel laten de cijfers zien dat meldingen, adviesvragen en jeugdzorg verschillende onderdelen zijn van hetzelfde bredere probleem: zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van kinderen.
De belangrijkste conclusie is daarom dat minder meldingen niet automatisch minder problemen betekenen. Het kan ook betekenen dat zorgen op een andere manier worden opgepakt, dat mensen eerst advies vragen of dat situaties niet altijd worden herkend als mogelijke kindermishandeling.