In een vol KAdE-café in Amersfoort spreken politici op donderdag 5 maart over inclusie en veiligheid, maar al snel wordt duidelijk dat hun verhaal schuurt met de realiteit van inwoners. Tijdens het verkiezingsdebat benadrukken raadsleden dat inclusie hoog op de agenda staat, terwijl vanuit de zaal juist de vraag klinkt waarom veel mensen zich nog altijd onveilig voelen. De spanning tussen beleid en beleving loopt als een rode draad door de avond.
Die spanning wordt direct zichtbaar wanneer een bezoeker het woord neemt. ‘Vrouwen lopen met hun sleutels tussen hun vingers over straat’, zegt ze. ‘Ze sturen hun live locatie door om veilig thuis te komen. Dat is niet normaal.’ Waar politici spreken over plannen en intenties, beschrijven inwoners concrete situaties waarin veiligheid niet vanzelfsprekend is. Daardoor gaat het ineens niet meer over plannen, maar over hoe onveilig mensen zich echt voelen.
Verschillende partijen benadrukken dat er al stappen worden gezet. Zo geeft Wouter van Schagen van D66 aan dat inclusie ‘hoog op de agenda’ staat en dat er gesprekken worden gevoerd met belangenorganisaties en ervaringsdeskundigen. Ook wijst hij op initiatieven zoals het aanpakken van stagediscriminatie. Toch blijft het voor veel aanwezigen onduidelijk wat dit concreet betekent voor de veiligheid op straat of thuis. Juist dat gebrek aan tastbare maatregelen roept vragen op.
Vanuit de politiek wordt geprobeerd die kloof te overbruggen. Zo pleit Natanja Vreugdenhil van Partij voor de Dieren ervoor om beleid inclusiever te maken, bijvoorbeeld door meer aandacht voor genderneutrale taal en representatie in de openbare ruimte. Tegelijkertijd benadrukt zij dat inclusie breder is dan alleen mensen en ook raakt aan hoe de samenleving als geheel wordt ingericht. Het laat zien dat er ideeën zijn, maar maakt ook duidelijk dat de vertaling naar concrete maatregelen nog niet altijd zichtbaar is.
Ook andere partijen zoeken naar manieren om inclusie tastbaarder te maken. Maaike Varwijk van Amersfoort 2014 wijst op praktische aanpassingen, zoals inclusieve speeltuinen en beter toegankelijke stoepen, zodat meer mensen zelfstandig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Mik Borsten van Keihart voor Amersfoort legt de nadruk op het betrekken van mensen met een beperking of neurodiversiteit op de arbeidsmarkt. Toch blijft de vraag in hoeverre dit soort maatregelen de ervaren onveiligheid in het dagelijks leven daadwerkelijk verminderen.
Die spanning komt ook terug in de bijdrage van Rashida Issaoui van GroenLinks-PvdA. Zij benadrukt dat veiligheid een voorwaarde is om überhaupt mee te kunnen doen in de samenleving. Tegelijkertijd wijst ze op structurele problemen, zoals vrouwen die zich onveilig voelen op straat en achter de voordeur. Volgens haar vraagt dat niet alleen om beleid, maar ook om bewustwording en verandering in de samenleving zelf.
In de zaal klinkt ondertussen de kritiek dat het debat te abstract blijft. ‘Als je het niet concreet maakt, verandert er ook niets’, zegt een aanwezige. De discussie maakt duidelijk dat gevoelens van onveiligheid voor veel groepen structureel zijn. Vrouwen die bepaalde routes vermijden, LHBTQIA+-personen die zich aanpassen in de openbare ruimte en mensen met een beperking die obstakels ervaren: het zijn geen losse incidenten, maar terugkerende patronen.
Een spreker uit het publiek benoemt dat scherp. ‘Dit is een mannenprobleem. Vrouwen zijn bang door mannen. Dan moet je ook kijken naar hoe je dat verandert.’ Daarmee wordt de verantwoordelijkheid niet alleen bij de politiek gelegd, maar ook breder in de samenleving.
Hoewel politici wijzen op bestaande initiatieven en vooruitgang, blijft de vraag in hoeverre deze maatregelen daadwerkelijk voelbaar zijn in het dagelijks leven. Daar zit de kern van het debat: waar de politiek spreekt over processen en beleid, spreken inwoners over angst en ervaring. Zolang die twee niet dichter bij elkaar komen, blijft inclusie voor veel mensen een belofte in plaats van een realiteit.
Aan het einde van de avond is er geen concreet antwoord op hoe die kloof moet worden gedicht, maar wel een duidelijke conclusie: de urgentie wordt gevoeld, maar de uitwerking blijft achter. Of zoals een bezoeker het verwoordt: ‘We praten hier al jaren over. Maar wanneer gaan we het echt merken op straat?’
