‘Ik weet niet wat ik met oorlog aan moet: voor Oekraïne is het de orde van de dag’
Ik zit in het vliegtuig terug naar Amsterdam. Een christelijk lied klinkt zacht in mijn koptelefoon: tienduizend redenen tot dankbaarheid. De tranen lopen over mijn wangen. Een week geleden had dit me waarschijnlijk niet zo geraakt. Maar na vijf dagen in Odessa, waar ik humanitaire hulp documenteerde, komt het anders binnen.
Foto: Jarno van den Noort
24 februari 2026 markeert vier jaar oorlog. Rusland viel Oekraïne binnen en vrede is nog altijd ver te zoeken. Een Nederlandse vrijwilligersorganisatie vraagt mij hun hulpwerk vast te leggen. Een week later sta ik in Oekraïne. Bij aankomst in het hotel in de havenstad Odessa wijst men ons niet eerst de ontbijtzaal, maar de schuilkelder, met de mededeling dat we die mogelijk nodig zullen hebben. Ik voel de spanning in mijn lijf.
De Oekraïense mannen met wie ik optrek leven al vier jaar met constante dreiging. Ze ondersteunen burgers en soldaten aan het front. Op de gang praten ze luchtig, bijna grappend, over sirenes en schuilkelders. Ik hoor mezelf zeggen: ‘It isn’t funny, right?’ Omdat ik bang ben. Omdat ik niet weet wat ik moet doen als het echt misgaat.
Dat is misschien wel het pijnlijkste contrast tussen mij en deze mannen. Ik weet niet wat ik met oorlog aan moet: voor hen is het de orde van de dag.
Nu begrijp ik waarom ze zich vastklampen aan het normale. Waarom ze liever wijzen op mensen die boodschappen doen en in restaurants zitten dan op het feit dat er nauwelijks jonge mannen te zien zijn. Waarom ze in de auto de nadruk leggen op prachtige gebouwen, een rijke cultuur en grappen, meer dan op woonblokken met zwarte gaten, littekens van drones, op plekken waar ooit werd geslapen en geleefd.
s’Avonds verandert de toon. Het stoere, laconieke randje slijt. Misschien omdat het donker wordt en niemand weet wat de nacht zal brengen. De gesprekken worden langer en zachter. Dan hoor ik verhalen waar ik me nauwelijks een voorstelling van kan maken. En begrijp ik waarom ze het hier liever niet over hebben. Het is te pijnlijk.
Die verhalen gaan over henzelf. Over hun families. Over de duizenden landgenoten die de oorlog niet hebben overleefd. Vaak worden ze afgesloten met een gebed met de vraag of God ook vannacht en morgen over hen wil waken. Met hoop op betere tijden.
In Nederland hoef ik niet te bidden uit angst voor wat de nacht zal brengen. Ik hoef mezelf niet dagelijks af te vragen: hoe nu verder?
Over een paar weken is het Pasen, het feest van een nieuw begin en de enige dag van het jaar waarop ik in de kerk te vinden ben. Tegelijkertijd valt er in Oekraïne weinig te vieren. Daar is het vijfde oorlogsjaar begonnen. Groter kan het contrast met mijn leven haast niet zijn. Met Nederland, waar we straks tachtig jaar vrijheid herdenken. Dat besef voelt kostbaar. Misschien zouden we daar vaker bij stil mogen staan en dankbaar voor moeten zijn.
Else Talsma
Tips zijn welkom
Kijk hier (https://www.youtube.com/watch?v=zdwpso4sRjY) als je wilt weten wie er in de redactie van SVJmedia zitten. Mail ons svjmedia@hu.nl als je leuke tips hebt voor ons en als het jou ook leuk lijkt om in de toekomst ook (video)verhalen te maken voor dit platform voor en door jonge journalisten van de School voor de Journalistiek Utrecht.