De Bilt

Selecteer Pagina

Gemeente De Bilt heeft in 2025 het hoogste percentage jongeren dat jeugdhulp zonder verblijf ontvangt

Gemeente De Bilt heeft in 2025 het hoogste percentage jongeren dat jeugdhulp zonder verblijf ontvangt

Foto: GGZ Utrecht

DE BILT – De Bilt is in 2025 de gemeente in de provincie Utrecht waar relatief de meeste jongeren ambulante jeugdhulp krijgen. Uit een analyse van cijfers van CBS Jeugd blijkt dat 14,1 procent van de jongeren in de gemeente in dat jaar minstens één keer jeugdhulp zonder verblijf ontving. Daarmee staat De Bilt bovenaan in de provincie.

De ontwikkeling is opvallend. Vier jaar geleden lag De Bilt nog onder het niveau van Veenendaal, maar sinds 2021 stijgt het aandeel jongeren met ambulante jeugdhulp elk jaar. In 2024 bereikt de gemeente een piek van 15,9 procent. In 2025 daalt het percentage licht naar 14,1 procent, maar blijft De Bilt de gemeente met het hoogste aandeel jongeren in deze vorm van hulp.

Ter vergelijking: in Wijk bij Duurstede gaat het om 12,1 procent en het provinciegemiddelde blijft al jaren rond de 10 procent. De Bilt is daarmee een duidelijke uitschieter. Opvallend is dat die koppositie pas recent is ontstaan. In 2021 had Veenendaal nog het hoogste aandeel jongeren in ambulante jeugdhulp (13,9 procent). In de jaren daarna daalde dat percentage juist, tot 10,9 procent in 2025. Terwijl Veenendaal afnam, steeg De Bilt door en nam zo in vijf jaar tijd de eerste plaats over.

Volgens een jeugd‑GGZ‑deskundige die in de regio Utrecht werkt, hoeft een hoog percentage niet direct negatief te zijn. “Een hoger aandeel jongeren in ambulante hulp kan juist betekenen dat problemen vroeg worden gesignaleerd,” zegt ze. “Als gezinnen snel ondersteuning krijgen, voorkom je dat klachten verergeren. Dat is in principe positief.” Toch ziet ze ook andere mogelijke verklaringen. “Als veel jongeren hulp nodig hebben, kan dat ook wijzen op structurele druk. Denk aan prestatiedruk, mentale problemen, sociale onzekerheid of stress in gezinnen. Dan is het een signaal dat er meer speelt dan alleen goede toegang tot hulp.”

Dat De Bilt relatief hoog scoort, past volgens haar in een bekend patroon. “In welvarende gemeenten zie je vaak hoge verwachtingen en prestatiedruk. Jongeren kunnen daar sneller stress‑ of angstklachten ontwikkelen,” legt ze uit. “Daarnaast zijn ouders in zulke gemeenten mondig en weten ze de weg naar hulp goed te vinden.” Ook de manier waarop gemeenten hun jeugdhulp organiseren speelt mee. De Bilt zet in op laagdrempelige toegang en snelle ondersteuning. “Als de drempel laag is, zie je dat terug in de cijfers,” zegt de deskundige.

De piek in 2024 sluit aan bij landelijke signalen. Onderzoek van onder meer het RIVM en het Trimbos‑instituut laat zien dat psychische klachten onder jongeren de afgelopen jaren zijn toegenomen. De coronaperiode heeft die trend versterkt. “We zagen in 2023 en 2024 een duidelijke toename van mentale klachten,” zegt de deskundige. “Veel gemeenten kregen te maken met een piek in hulpvragen. De Bilt lijkt daar ook gevoelig voor.”

De daling in 2025 hoeft volgens haar niet meteen veel te betekenen. “Na een piek zie je vaak een kleine terugval. Dat kan duiden op afnemende druk, maar het kan net zo goed komen door wachtlijsten of capaciteitsproblemen. Zonder aanvullende gegevens kun je daar weinig over zeggen.”

Volgens de deskundige is het belangrijk om verder te kijken dan percentages. “Het percentage zegt op zichzelf niet zoveel,” benadrukt ze. “Je moet weten waarom jongeren hulp zoeken. Zijn het vooral angstklachten? Gedragsproblemen? Stress? Pas dan kun je gericht beleid maken.” De gemeente De Bilt heeft recent nieuwe regels voor jeugdhulp vastgesteld, gericht op snellere toegang en minder bureaucratie. De komende jaren moet blijken of die aanpak leidt tot een daling van de hulpvraag.

Over de auteur

Pleun Jonkers

Ha! Ik ben Pleun, 17 jaar oud, en ik kom uit het Brabantse Veghel. Ik ben student journalistiek aan de Hogeschool Utrecht en maak momenteel producties voor de bewoners van Houten. Ik ben nieuwsgierig aangelegd met een liefde voor literatuur, kunst en muziek.