DE BILT – Door klimaatveranderingen zijn onze zomers in Nederland steeds warmer. Toch is de opwarming niet alleen het gevolg van veranderende weerspatronen. Ook toenemende verstening van steden en woonwijken speelt een belangrijke rol. Door bijvoorbeeld de aanleg van wegen, parkeerplaatsen en bebouwing ontstaat het zogenoemde stedelijk hitte-eiland-effect: warmte blijft dan langer hangen waardoor temperaturen in bebouwde gebieden hoger kunnen oplopen dan in groene omgevingen.
Toename van extreme hitte in Nederland
De gevolgen van hitte-eilanden werden de afgelopen jaren steeds duidelijker zichtbaar. In zowel 2023 als 2025 werd een recordaantal dagen met extreme hitte gemeten, met graden boven de 30. Daarnaast nam het aantal tropische nachten, waarbij de temperatuur niet onder de 20 graden Celsius zakt, toe. Vooral in stedelijke gebieden zorgen deze omstandigheden voor extra gezondheidsrisico’s en een verminderde leefbaarheid voor de bewoners. In 2025 kreeg Nederland te maken met twee officiële hittegolven. De eerste vond plaats van eind juni tot begin juli, terwijl de tweede in augustus werd geregistreerd. Tijdens deze periodes lagen de temperaturen meerdere dagen boven de 25 graden Celsius en regelmatig ook boven de 30 graden. In totaal telde Nederland tien tot twaalf dagen met echte hittegolfcondities. Dat ligt aanzienlijk hoger dan het gebruikelijke aantal van gemiddeld drie tot acht dagen per jaar. Rob Groeneland, meteoroloog aan het KNMI zegt hierover: “Het kan op een zomerse dag zo’n 3 à 4 graden warmer worden door het hitte-eilandeffect, maar tijdens een hittegolf kan het in stedelijke gebieden oplopen tot 5 à 6 graden hoger.
Stadsinrichting is bepalend voor temperaturen
Rob Groeneland geeft aan dat de inrichting van een stad veel invloed heeft op hoe warm het zomers kan worden. Als er wordt gekeken naar oude stadswijken, die 50 jaar geleden ontworpen zijn met als doel veel huizen op weinig ruimte te bouwen, waar ook weinig groen en bomen zijn aangelegd, merk je al snel dat het daar op zomerdagen veel warmer is. Veel beton, asfalt en steen dicht op elkaar gebouwd versterken het hitte-eilandeffect. Bomen, groen en water werken juist dempend.
Hitte treft niet iedere wijk even hard
De vraag is echter of iedereen dezelfde gevolgen van deze hitte ervaart. Binnen één gemeente kunnen namelijk grote verschillen bestaan tussen wijken. Om dat te onderzoeken is gekeken naar de gemeente De Bilt, waar Bilthoven bekendstaat als een van de warmste delen van de gemeente tijdens de zomermaanden. Bilthoven bestaat uit verschillende wijken met elk een eigen karakter. Zo staan Bilthoven-Noord en De Leijen bekend als groene, ruim opgezette villawijken met veel bomen en vrijstaande woningen. Bilthoven-Zuid West kent een hogere woningdichtheid, een mix van koop- en huurwoningen en ligt dicht bij het station en het centrum. Bilthoven-Zuid Oost en het centrum hebben een meer gemengd karakter, terwijl De Bilt-Oost en De Bilt-West eveneens relatief groene woonomgevingen zijn.
Hitte-eilandeffect verschilt aanzienlijk binnen De Bilt
Uit kaarten van het stedelijk hitte-eiland-effect blijkt dat er duidelijke temperatuurverschillen bestaan tussen de wijken. In Bilthoven-Noord is het effect relatief beperkt. Daar ligt het temperatuursverschil ten opzichte van omliggende landelijke gebieden tussen minder dan 0,22 en ongeveer 1,0 graden Celsius. Ook De Bilt-Oost en De Bilt-West laten relatief lage waarden zien. In De Leijen neemt het effect iets meer toe, met waarden tussen 0,2 en 1,2 graden. Een vergelijkbaar beeld is zichtbaar in Bilthoven-Zuid Oost en het centrum van Bilthoven. De hoogste waarden worden echter gemeten in Bilthoven-Zuid West. Hier varieert het stedelijk hitte-eiland-effect tussen 0,4 en 1,4 graden Celsius, waarmee deze wijk het warmste gebied binnen de onderzochte gemeente vormt.
Kleine verschillen in temperatuur, grote gevolgen
Het verschil lijkt misschien klein, maar kan tijdens warme zomerdagen een groot effect hebben op het wooncomfort van de bewoners. Een extra graad temperatuur kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat woningen minder afkoelen, waardoor bewoners meer last hebben van hitte en de kans op gezondheidsproblemen toeneemt.
Wat verklaart de temperatuurverschillen tussen wijken?
De temperatuurverschillen tussen wijken roepen de vraag op welke factoren hieraan bijdragen. Naast bebouwing en verharding kunnen ook sociaaleconomische kenmerken, zoals woningtype en inkomen, een rol spelen. Daarom worden gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek gebruikt om de warmste wijk, Bilthoven-Zuid West, te vergelijken met de koelere wijk Bilthoven-Noord. Volgens Rob Groeneland worden temperatuurverschillen op verschillende manieren gemeten, bijvoorbeeld via metingen op straat of met satellieten. Satellietmetingen worden minder betrouwbaar naarmate verder wordt ingezoomd, maar bieden wel inzicht in algemene redelijk betrouwbare patronen.
In de analyse is te zien dat er een negatief verband tussen de twee wijken bestaat. Er is sprake van grote inkomensverschillen, zo is het gemiddelde inkomen in Bilthoven-Noord €77.000 en dat is in Bilthoven-Zuid West €38.000. Maar er is ook een groot verschil tussen de temperaturen zoals we eerder zagen.
Volgens Rob Groeneland valt er zeker een verband te leggen tussen de temperatuurverschillen in verschillende wijken en de sociaaleconomische situatie binnen die wijken. Rob Groeneland: “Het is in de praktijk vaak zo dat wijken waar de welvaart lager ligt het in de zomer ook flink warmer wordt.” Toch is deze conclusie niet zo makkelijk te stellen, er zijn ook zeker wijken te vinden waar de temperaturen hoog liggen maar om koopwoningen gaat. Maar over het algemeen is het gewoon vaak zo dat in wijken waar het gemiddelde inkomen lager ligt, de temperaturen ook hoger liggen.