HILVERSUM – Uit recente cijfers blijkt dat er een flinke gezondheidskloof heerst tussen de verschillende wijken van de mediastad. Waar bewoners in welvarende buurten hun gezondheid een ruime voldoende geven, kampen inwoners van wijken met een lager gemiddeld inkomen vaker met (chronische) gezondheidsklachten. Het probleem is hardnekkig, complex en de stress om rond te komen speelt daarin een grote rol.
In de data is een groot verschil zichtbaar wanneer inkomen en ervaren gezondheid naast elkaar worden gelegd. In de wijk Noordwest, waar het gemiddeld inkomen op 63.000 euro ligt, ervaart maar liefst 81,5 procent van de bewoners de eigen gezondheid als goed. In het Landelijk Gebied ligt de ervaren gezondheid met 82 procent zelfs nóg iets hoger (bij een gemiddeld inkomen van 51.300 euro). Dat is een schril contrast met een wijk als Noordoost. Daar ligt het gemiddeld inkomen met 33.200 euro ruim de helft lager, en zakt ook de goed ervaren gezondheid naar slechts 69,9 procent. Ook in Zuidwest, met een gemiddeld inkomen van 35.100 euro, voelt een stuk minder mensen zich gezond: namelijk 71,3 procent.
Meer dan alleen een gevoel
Voor Paulien Hagedoorn, onderzoeker publieke gezondheid bij de GGD Gooi en Vechtstreek, komen deze cijfers in Hilversum niet als een verrassing. ‘Dit is een beeld wat eigenlijk al heel lang in verschillende onderzoeken naar voren komt. Mensen met een lage sociaaleconomische positie hebben gewoon veel meer gezondheidsproblemen’, legt ze uit. Daarbij benadrukt ze dat het niet alleen om een persoonlijke inschatting gaat. ‘Mensen geven hun eigen gezondheid een lagere score, maar ze zíjn vaak ook echt minder gezond. Ze hebben vaker chronische aandoeningen en voelen zich in het dagelijks leven fysiek beperkt.’
De wijk en het werk
De oorzaak van deze aanzienlijke gezondheidskloof is volgens Hagedoorn niet toe te wijzen aan één specifieke factor, maar is een ingewikkeld samenspel van factoren. In armere wijken wordt relatief vaker gerookt, bewegen mensen minder en komt obesitas vaker voor. Maar ook externe factoren wegen zwaar mee. Zo hebben bewoners uit deze buurten vaker zware, fysieke banen die een wissel trekken op het lichaam. Daarnaast speelt de inrichting van de wijken zelf een rol. Hagedoorn wijst erop dat wijken met een lagere sociaaleconomische status vaak ook de wijken zijn waar net wat minder groen te vinden is, en waar structureel minder voorzieningen zijn die een gezonde leefstijl stimuleren.
Witte of volkoren pasta
Een ander groot obstakel is het financiële aspect en de bijbehorende mentale last. De beschikbaarheid van betaalbaar gezond eten, zoals vers fruit, is soms beperkt. Maar nog belangrijker is de stress die armoede met zich meebrengt. ‘Als je weinig inkomen hebt, ben je al blij als je rond kan komen en überhaupt geld hebt om boodschappen te doen. Dan ga je misschien minder nadenken over of je beter volkoren pasta moet kopen in plaats van witte pasta. Dat zijn dingen waar je dan simpelweg geen ruimte voor in je hoofd hebt, door de stress om te overleven,’ vertelt Hagedoorn. Bovendien is de kennis over gezonde voeding niet voor iedereen vanzelfsprekend, omdat sommige mensen simpelweg nooit geleerd hebben hoe belangrijk dat is.
Van generatie op generatie
Bovendien is ongezond leven vaak een patroon dat lastig te doorbreken is. Hagedoorn: ‘We zien vaak dat dit van generatie op generatie overgaat. Als je zelf uit een gezin komt waar minder nadruk ligt op het belang van gezond eten of leren, geef je dat sneller door.’ Wel voegt de onderzoeker toe dat wijken door de jaren heen kunnen veranderen. Wanneer een wijk hipper wordt en er meer jonge, hoogopgeleide mensen naartoe trekken, kunnen de gezondheidscijfers van zo’n buurt ineens weer stijgen. Hoewel de cijfers zorgwekkend zijn, is een snelle oplossing niet in zicht. ‘Als het makkelijk op te lossen was, hadden we dat hopelijk al gedaan’, concludeert Hagedoorn.